AlfabetsoepPaul Brommet

‘Ik help graag parochianen die worstelen met hun seksualiteit of genderidentiteit’

Pastoor Paul Brommet (71): ‘Mensen komen bij mij met existentiële vragen. Dan maakt het niet uit of ik man, vrouw, hetero of homo ben.’ Beeld  Harmen Meinsma. Visagie Ed Tijsen.
Pastoor Paul Brommet (71): ‘Mensen komen bij mij met existentiële vragen. Dan maakt het niet uit of ik man, vrouw, hetero of homo ben.’Beeld Harmen Meinsma. Visagie Ed Tijsen.

Hoe ziet het leven van lhbti’ers er vandaag de dag uit? Haroon Ali interviewt wekelijks iemand over seksualiteit, genderidentiteit, hokjes en alles wat daarbuiten valt.

Paul Brommet (71) liep ooit met zijn man de Haagse Oud-Katholieke Kerk binnen, tijdens een Open Monumentendag. ‘De pastoor zag direct dat we bij elkaar hoorden en zei dat homo’s ook welkom zijn in deze gemeenschap. Dat was wel een eyeopener.’ Dertig jaar eerder had Brommet zich laten uitschrijven bij de Hervormde Kerk, omdat zijn vragen over homoseksualiteit daar niet werden beantwoord. ‘Nou, dan krijg je ook niet mijn jaarlijkse bijdrage.’

Hij verdiepte zich in de Oud-Katholieke Kerk, die al eeuwen niet meer wordt aangestuurd door het Vaticaan. Vrouwen en lhbti’ers mogen pastoor worden en ze hoeven niet celibatair te zijn. Brommet werkte in de verslavingszorg, maar raakte zo betrokken bij de kerk, dat hij op zijn 56ste theologie ging studeren en vlak voor zijn 60ste werd hij diaken. Een half jaar later was hij pastoor. (Een priester mag de mis leiden. Leidt hij ook de parochie, dan is hij ook pastoor.)

In 2015 trouwde Brommet met zijn man, die hij al 45 jaar kent. Het huwelijk werd aangemoedigd door de parochianen. ‘Ze zeiden: trouwen is toch beter dan samenwonen? Onze aartsbisschop zegende het huwelijk in.’ Na zijn pensioen verhuisden Brommet en zijn man naar Apeldoorn. Hij is nog steeds actief voor de kerk, en voor Roze 50+, een stichting die opkomt voor lhbti-ouderen.

Welke labels zou u op uzelf plakken?

‘Ik heb geen stempel met homo op mijn voorhoofd, ook geen stempel met pastoor. Het priesterschap is mijn roeping, dus dat staat redelijk centraal in mijn leven, maar ik ben een mens zoals iedereen. Tegenwoordig heeft men de behoefte om zichzelf specifieker te identificeren, maar die labels zeggen niks over je persoonlijkheid.’ Lachend: ‘Of je aardig bent, of een klootzak.’

Hoe verliep uw coming-out?

‘Sinds mijn 16de wist ik dat op jongens viel, maar pas jaren later leerde ik het woord homoseksueel. Toen begon ik met experimenteren en verkende ik de homokroegen. Vrij Nederland publiceerde destijds als enige advertenties voor mensen die homoseksuele contacten zochten, dus zo ontmoette je ook mannen. Ik heb het nog geprobeerd met een meisje, want ik was opgevoed met het idee: als je trouwt, gaat het wel over. Maar homoseksualiteit is geen ziekte, dus er valt niets te genezen.’

Wat vond uw omgeving hiervan?

‘Op mijn 23ste heb ik het mijn ouders verteld, die tamelijk neutraal reageerden. Mijn vader was legerpredikant, dus we konden hier moeilijk over praten. Toen ze mijn eerste vriend ontmoetten en ik kort met mijn hand door zijn haar woelde, verstijfden ze even. Toen we daarna buiten gingen wandelen en ik zijn hand vasthield, bleven mijn ouders ver achter ons lopen en deden ze alsof ze er niet bij hoorden. Ook later in het leven konden ze er moeilijk mee omgaan, ook met mijn man.’

Hoe uit uw seksuele oriëntatie zich in uw werk?

‘Het is geen issue. Ik zit daar in de functie van pastoor, niet als homoman. Mensen komen bij mij met existentiële vragen. Dan maakt het niet uit of ik man, vrouw, hetero of homo ben. Het is wel prettig dat ik parochianen kan helpen die zelf worstelen met hun seksualiteit of genderidentiteit. Ik weet immers hoe het is om anders te zijn dan 90 procent van de wereld. En door mijn lange carrière in de sociaal-maatschappelijke hulpverlening heb ik een goede sociale antenne ontwikkeld. Ik hoef niet met iedereen vriendjes te zijn, maar wil wel met iedereen door één deur kunnen.’

Met welke groep voelt u zich het meest verbonden?

‘Het geeft mij veel voldoening om met de parochianen een mooie eucharistie te vieren in de kerk. Mijn geloof is het fundament van mijn bestaan. Zelfs in al die jaren dat ik buitenkerkelijk was, bleef ik geloven in God. Maar als solo-gelovige mis je op den duur toch een gemeenschap.’

‘Ik zet me in voor Roze 50+ omdat oudere lhbti’ers vaak alleen komen te staan, als ze op latere leeftijd uit de kast komen en hun gezin dat moeilijk vindt. Onze groep komt maandelijks samen, dan praten we over allerlei thema’s. Tijdens corona hielpen we elkaar ook met de boodschappen. Het is jammer dat er verder niets meer is voor lhbti’ers in Apeldoorn – geen COC, geen kroeg. Iedereen heeft een plek nodig waar je kunt neerploffen en een zakdoekje krijgt om je tranen te drogen.’

Wat wilt u jongeren meegeven die worstelen met hun geloof en geaardheid?

‘Probeer gelijkgestemden op te zoeken. Er zijn steeds meer homovriendelijke kerken en ook groepen voor islamitische lhbti’ers. Denk ook zelfstandig na over jouw geloof. De Bijbel, Koran en Thora kun je op veel manieren interpreteren. Mensen die homoseksualiteit een zonde vinden, vegen allerlei teksten bij elkaar om hun punt te maken. Het is vreselijk als je door je familie wordt verstoten om wie je bent. Ik heb daar helaas geen goed advies voor en weet niet hoe je dat kunt voorkomen. Dat is vooral de taak van ouders en onderwijzers, die moeten de samenleving inclusiever maken.’

Wat hoopt u voor de toekomst?

‘Persoonlijk heb ik geen grote dromen meer. Ik ben blij met mijn leven en hoef niets van een bucketlist af te strepen. Ik geniet van de tijd die mij rest, of dat nou tien dagen is, of tien jaar.’

Meer over