interviewClarissa Ward

‘Ik heb zelden zoiets meegemaakt als de situatie op de luchthaven van Kabul’

Clarissa Ward Beeld Nadav Kander
Clarissa WardBeeld Nadav Kander

Toen de Taliban Afghanistan veroverden, deed CNN-verslaggever Clarissa Ward verslag. Onverschrokken stelde ze kritische vragen aan zwaarbewapende Talibanstrijders, voor wie ze als westerse vrouw feitelijk onzichtbaar is. Ze bleef, tot het écht niet meer ging. Het leverde haar veel lof op.

Esma Linnemann

Het is 16 augustus 2021, een dag nadat de Taliban de hoofdstad van Afghanistan met tanks zijn binnengereden. Een brandende zon staat aan de hemel boven Kabul, en CNN-verslaggever Clarissa Ward is voor de camera in gesprek met Taliban-commandant Assad Massoud Khistani, een wat lijzige man met een pluisbaard, een ruitjessjaal over zijn schouder en een geweer tegen de borst. Om de commandant heen staat een groep mannelijke bewonderaars: sommigen hebben hun ogen met kohlpotlood omlijnd, een jonge Talibanstrijder draagt een Rocky-achtige bandana. Alle ogen op de commandant, niemand kijkt Ward aan.

Ward wil weten wat de Taliban van plan zijn met de vrouwen van Afghanistan. ‘Gaan jullie de vrouwen beschermen? Veel vrouwen zijn bang dat ze niet meer naar school mogen, en niet meer naar het werk’, zegt de CNN-verslaggever.

The female, the woman, die kan met haar leven doorgaan, we gaan niets zeggen’, antwoordt de commandant in emotieloos Engels, alsof hij niet over mensenlevens heeft, maar over een nieuw in te voeren parkeerbeleid. ‘Ze kunnen gewoon doorgaan met hun opleidingen, maar: wel in een islamitische hijab.’

‘Zoals wat ik draag’, wijst Ward op de donkere hijab die ze aanheeft.

‘Nee, niet zoals jij. Het gezicht moet ook zijn bedekt.’ De commandant maakt een swipend gebaar over zijn gezicht en lacht er wat ongemakkelijk bij.

‘Dus je bedoelt: een nikab’, zegt de CNN-verslaggever, ze klinkt nu geïrriteerd. ‘Waarom moeten ze hun gezicht bedekken?’

‘Omdat dat islam is’, zegt Khistani.

‘Maar is dat wel zo, dat je volgens de islam een nikab moet dragen?’, vraagt Ward nu op indringende toon.

‘Natuurlijk, dat is onze islam’, zegt de commandant.

Vrouwen zijn in de CNN-reportage niet meer te zien op straat, hun afbeeldingen zijn in grote haast overgeschilderd door angstige winkeleigenaren. Wel treft Ward een jongen die zijn tranen nauwelijks kan bedwingen. ‘Ik ben mijn vader verloren, ik ben mijn moeder verloren, twee maanden geleden in de provincie Logar. Ik ben helemaal alleen met mijn zusje, ik ben overal bang voor’, zegt hij met een stem die trilt van angst.

Het zijn dit soort reportages die de half-Britse, half Amerikaanse journalist Clarissa Ward (41) de afgelopen zomer in een klap wereldberoemd maakten. Ward, sinds 2018 ‘chief international correspondent’ voor de internationale nieuwszender CNN, bleef in Kabul, en deed verslag van de pijlsnelle overwinning van de Taliban en de chaos en ontreddering die volgde.

Haar reportages werden driftig gedeeld op sociale media. Sommige Amerikaanse Republikeinen, onder wie senator Ted Cruz, probeerden de verslaggever in diskrediet te brengen – de haat voor CNN is groot onder conservatieven. Ward zou te positief praten over de Taliban, en wel heel makkelijk zijn gezwicht voor de fundamentalistische islam door plotsklaps een hijab te dragen. Maar deze kritiek werd overstemd door de vele lofbetuigingen binnen en buiten de Verenigde Staten. Want hoe koelbloedig kun je zijn: Ward stelde zonder met haar ogen te knipperen kritische vragen aan zwaarbewapende Talibanstrijders. Ze legde de ontreddering onder de inwoners van Kabul vast en deed verslag van mensonterende scènes bij het vliegveld, waar Afghanen zo wanhopig waren dat ze op vertrekkende militaire vliegtuigen klauterden.

Onverschrokken, voor de duvel niet bang, zelfs niet voor de Taliban, zo staat Ward op het netvlies van miljoenen kijkers gebrand. Zelf blijft ze nuchter onder de loftuitingen. ‘Ik ben helemaal niet onbevreesd’, zegt ze in een interview met het politieke medium The Hill. ‘Ik ben heel bang en ik haat het om in situaties te zijn waar kogels rondvliegen (...) Ik haat geweerschoten net als iedereen.’

Vanuit haar huis in Londen, waar ze samenwoont met de Duitse zakenman en graaf Philipp von Bernstorff, en hun twee zoontjes Ezzie (3) en Caspar (1), kijkt Clarissa Ward via een Zoomverbinding terug op een van de ingrijpendste weken van haar leven. Ze heeft haar blonde haren losjes opgestoken – een handelsmerk waarvoor ze moest vechten, want de televisieproducenten die zij in het begin van haar loopbaan tegenkwam, gaven de voorkeur aan een lange, bol geföhnde coupe. Ze is herstellende van een buikgriepvirus. ‘Dat is het probleem met kleine kinderen, je bent oneindig vaak ziek’, verontschuldigt ze zich met een statig accent ergens in het midden tussen Brits en Amerikaans.

Lang is de oorlogscorrespondent niet thuis, een dezer dagen vliegt ze uit naar Zuid-Soedan, in januari gaat ze weer terug naar Afghanistan. ‘Met Kerstmis heb ik vrij, dan ga ik naar mijn ouders in de Provence, en daarna zou ik wel met mijn man Philipp een paar dagen naar Barcelona willen rijden. Maar dan moet ik eerst nog mijn ouders overtuigen dat ze op onze zoontjes willen passen. Ik vind dat ze gewoon ja moeten zeggen.’

Je werd bij CNN gepromoveerd tot Chief international correspondent toen je met zwangerschapsverlof was. Dat klinkt als een fijne plek om te werken voor vrouwen.

‘Dat denk ik wel, ja! Ik volgde in 2018 Christiane Amanpour op (de voormalige CNN-anchorvrouw, red.), ik had toen net Ezzie, mijn eerste zoontje gekregen. De functie houdt in dat je feitelijk verslag doet van de grootste verhalen over de hele wereld. Het idee is dat als kijkers mij in beeld zien, ze weten: dit is groot nieuws. Maar ik maak ook reportages over onderwerpen die nog geen grote verhalen zijn, maar naar de mening van CNN veel meer aandacht zouden moeten krijgen. Zo ga ik naar Zuid-Soedan om daar verslag te doen van hevige overstromingen en de impact van klimaatverandering daar.’

Een van jouw eerste opdrachten was een reis naar Talibangebied in 2019. Daarvoor hebben CNN en de Taliban maanden moeten onderhandelen. Hoe zien dat soort gesprekken eruit?

‘Om eerlijk te zijn was het moeilijker om CNN te overtuigen dan de Taliban. In die tijd werden westerse journalisten soms gekidnapt, het kostte me heel veel overredingskracht om CNN ervan te overtuigen dat we de juiste toestemmingen van de Taliban en de juiste contacten hadden om te gaan. Ik reisde samen met de Afghaanse journalist en filmmaker Najibullah Quraishi en onze producent Salma Abdelaziz. De Taliban hadden geen enkele interesse voor de vrouwen, in hun ogen waren Salma en ik persoonlijk bezit van Najibullah, maar ze vertrouwden hem, ze vonden zijn documentaires eerlijk.’

Wat beschouwen de Taliban als ‘eerlijke’ verslaggeving?

‘Het gekke is, de Taliban doen eigenlijk weinig aan censuur, en vinden dingen belangrijk waar je helemaal niet aan zou denken. Zo is een belangrijke eis dat je hun vrouwen niet filmt, daar zijn ze heel streng over. Ze willen voornamelijk de mogelijkheid krijgen om hun verhaal te kunnen doen.’

CNN-correspondent Clarissa Ward, rechts, in de straten van Kabul in augustus 2020. Beeld Brent Swails/CNN via AP.
CNN-correspondent Clarissa Ward, rechts, in de straten van Kabul in augustus 2020.Beeld Brent Swails/CNN via AP.

En wat was dat verhaal, in 2019?

‘Het ging de Taliban toen al om dezelfde boodschap als in de zomer van 2021; ze waren veel pragmatischer en volwassener geworden, en in staat om te besturen. Maar wij ondervonden dat de Taliban in de basis nog precies dezelfde mensen waren. Zo interviewde ik een schaduwminister, ik wilde een shot hebben van ons samen op straat, maar hij wilde niet naast me lopen. Toen ik hem uiteindelijk binnen kon interviewen, vertelde hij mij dat de handen van dieven moesten worden afgehakt en dat overspeligen dienden te worden gestenigd. Er was geen enkele versoepeling of nuance te bespeuren, slechts een gigantische discrepantie tussen het imago dat de Taliban wilden hooghouden, en de realiteit. Dat was schokkend, want onderhandelingen tussen de VS en de Taliban waren al gaande, en niemand was op dat moment erg geïnteresseerd in Afghanistan.’

Toen je in de zomer van 2021 weer naar Afghanistan vertrok, kon je toen zien aankomen dat de Taliban Afghanistan zo snel zouden heroveren?

‘Terugblikkend is het altijd makkelijk om de tekenen te zien, en die waren er ook. Ik denk dat iedereen heeft onderschat hoe snel de Afghaanse militairen zouden capituleren. Wat mensen vooral niet zagen aankomen, is de vaart waarmee de Taliban Kabul konden veroveren. Mijn team en ik dachten ook: ze omsingelen eerst de stad, dan komen er onderhandelingen en dan zware gevechten. Maar tegen de tijd dat de Taliban de stadsgrenzen bereikten, was president Ghani al gevlucht en hadden alle legereenheden hun posten verlaten. De Taliban konden gewoon zo de stad inrijden.’

Velen vonden dat president Ghani de Afghanen verraadde door te vluchten. Hoe kijk jij daarnaar?

‘Het is niet mijn plek om daar als journalist een oordeel over te vellen, maar ik denk dat je wel de hele context moet bekijken. Toen de Amerikaanse troepen zich terugtrokken, viel het Afghaanse leger al snel uiteen. De overheidstroepen waren enorm afhankelijk van de Amerikaanse luchtmacht, toen die wegviel werd het heel moeilijk om effectief terug te vechten. Overheidstroepen leunden logistiek op Amerikaanse goederenvluchten naar alle verschillende legerbases. Tijdens deze trip bezocht ik een voormalige basis in de provincie Ghazni die zojuist door de Taliban was overgenomen. De militairen hadden zich overgegeven, simpelweg omdat ze geen eten meer hadden.

‘Wat je ook moet begrijpen: de moraal was heel laag onder militairen, vanwege de grootschalige corruptie in de regering van Ghani. En dan is het moeilijk vechten tegen de Talibanstrijders, want die hebben geen angst voor de dood, terwijl Afghaanse militairen zich niet als lammeren wilden offeren.’

Je vertelt in een interview voor het Amerikaanse radioprogramma Fresh Air hoe je feitelijk onzichtbaar bent voor de Taliban als vrouwelijke verslaggever. Dreef je dat af en toe niet tot waanzin?

‘Het is iets waar je werkelijk nooit aan kunt wennen. Ik ben door al mijn reizen gewend aan conservatieve mannen die geen oogcontact met me maken. En toch, als ik tegenover een politicus zit als een vrouw van middelbare leeftijd, die zeer kuis gekleed is en zelf een gezin heeft, dan denk ik: we zouden op een gegeven moment toch een normaal gesprek moeten kunnen hebben? Ik kan het niet helpen, maar ik vind dat soort gedrag nog steeds zo beledigend. Als ik met je praat over hoe je het land regeert, dan eis ik dat je me aankijkt. Tegelijkertijd ben ik mij bewust van mijn bevoorrechte positie als westerse verslaggever: ik kan die moeilijke vragen stellen, de Taliban zullen mij niet snel slaan, terwijl ze dat bij Afghaanse vrouwelijke collega’s en demonstranten wel doen.’

Clarissa Ward Beeld Nadav Kander
Clarissa WardBeeld Nadav Kander

Hoe belangrijk is de islam als verklarende factor voor het geweld van de Taliban?

‘Als ik kijk naar hoe de Taliban zich gedragen, dan zou ik zeggen dat het veel minder over de islam gaat, en veel meer over culturele dogma’s en tribale gewoonten. Met name hun houding naar vrouwen heeft weinig met de islam te maken. Zelfs de Taliban geven toe dat de islam duidelijk is over dat vrouwen een opleiding zouden moeten kunnen krijgen, maar ze worstelen met de ‘pashtunwali’ (de stammenwetten van de Pathanen, de grootste bevolkingsgroep in Afghanistan, red.). Ik denk dat die bereidwilligheid om te sterven wel voortkomt uit een intens religieuze overtuiging. Talibanstrijders willen juist sterven, en dat fanatisme geeft de Taliban een voorsprong op al hun tegenstanders.’

Op 21 augustus vertrok je in een volgepakt militair vliegtuig vanuit Kabul naar Doha, Qatar. Was de situatie te gevaarlijk geworden?

‘We besloten Afghanistan te verlaten omdat we volledig uitgeput waren. We hadden al weken niet meer dan vier of vijf uur geslapen, en sinds de belegering van Kabul hadden we geen eten meer, we moesten overleven op brood en eieren. We zaten er helemaal doorheen, en als je zo moe bent neemt de kans toe dat je fouten gaat maken, en dat is levensgevaarlijk in een oorlogsgebied. Daarnaast hadden we Afghaanse medewerkers die echt wanhopig wilden vertrekken, we wilden alles in het werk stellen om hen op die vlucht te krijgen.’

‘De situatie op de luchthaven...’ Ward zucht diep. ‘Ik heb echt zelden zoiets meegemaakt: moeders die hun kinderen over traliehekken gooiden, mensen die zich vastklampten aan vliegtuigen.’ Fel: ‘Er zijn er nog steeds zoveel die denken dat mensen hun land ontvluchten en naar Europa komen om te profiteren van onze sociale voorzieningen. Denk je echt dat een ouder zijn baby over een hek gooit vanwege gratis ziektekostenverzekering? Ik ben in veel oorlogsgebieden geweest, en geloof mij: mensen verlaten niet zomaar huis en haard, hun geliefden, hun cultuur, hun eten. Dat doen ze meestal alleen als ze wanhopig zijn, als ze geen enkele andere mogelijkheid zien voor zichzelf of hun kinderen.’

In 2020 kwamen Wards memoires On All Fronts uit. On all Fronts is een coming of age van een vrouwelijke oorlogscorrespondent die niet alleen bommen moet trotseren, maar ook het subtiele en minder subtiele seksisme dat haar ten deel valt in een door mannen gedomineerde werkomgeving – met als opmerkelijk dieptepunt de ontmoeting met de zoon van Khadaffi, Saif al-Islam, die haar tijdens een diner in Moskou eerst straal negeert en alleen met de mannen praat, om zich vervolgens vanuit het niets aan haar op te dringen tijdens een taxirit.

Ward komt uit een welgesteld milieu (‘Tegen de tijd dat ik 8 jaar was, had ik al elf nanny’s versleten’). Haar moeder was een Amerikaanse interieurarchitect, haar Engelse vader bankier. In haar vroege jeugd verhuisde ze van Londen naar New York en weer terug, en leerde alles over eenzaamheid en zelfredzaamheid toen haar moeder haar op 10-jarige leeftijd naar een kostschool even buiten Londen stuurde.

Ward was net begonnen aan haar eerste semester als seniorstudent literatuurwetenschappen aan het Amerikaanse Yale, toen twee vliegtuigen zich in de WTC-torens boorden. 11 september veranderde haar leven. ‘Ik ervoer een gevoel van helderheid en bestemming dat ik nog nooit eerder had gevoeld. (...) Ik wilde tot de kern komen van de miscommunicatie die brandstof gaf aan deze waanzin, deze wederzijdse ontmenselijking.’ Ward wilde verslaggever worden, en stuurde haar maagdelijk lege cv rond. Haar enige voordeel: ze sprak vloeiend Frans en Italiaans, plus een woordje Spaans en Russisch. De conservatieve zender Fox News bood haar een functie aan, helemaal onder aan de voedselketen van de tv-journalistiek: de nachtredactie, een redactiebaan tussen middernacht en 9 uur ’s morgens. Die baan zou de springplank worden naar haar eerste oorlogscorrespondentschap in Bagdad. Na Fox News volgden nieuwszenders ABC en CBS, sinds 2015 is Ward in vaste dienst bij CNN.

Je stelt jezelf bloot aan gigantische gevaren. Tegelijkertijd schrijf je in On All Fronts dat je niet de illusie hebt dat je de conflicten waarover je verslag doet, kunt oplossen. Wat is wel de motivatie van een oorlogscorrespondent?

‘Toen ik jong was, koesterde ik het idee dat ik de wereld ging veranderen. Ik geloof nog steeds dat journalistiek een belangrijk fundament is van een goedwerkende democratische samenleving, en dat verslaggevers een grote rol spelen in het blootleggen van duistere zaken en het ter verantwoording roepen van gezaghebbers. Journalistiek kan een heel positieve impact hebben. Maar als je met die instelling naar oorlogsgebied afreist, dan raak je te veel afgeleid van het journalistieke handwerk, van het verhaal dat je moet vertellen.

Als het dan vervolgens niet lukt om een internationale gemeenschap wakker te schudden, om een afslachting of een ramp te voorkomen, dan voel je je ongelooflijk gefrustreerd en verdrietig. Het is gezonder en ook realistischer om als journalist uit te gaan van een wat meer bescheiden rol.’

Clarissa Ward aan het werk in Kabul. Beeld Brent Swails/CNN via AP.
Clarissa Ward aan het werk in Kabul.Beeld Brent Swails/CNN via AP.

Hoe zou je die rol omschrijven?

‘Om naar de brandhaarden te gaan, mensen die anders geen platform hebben een stem te geven en gezaghebbers aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Om een invoelend licht te laten schijnen op de situatie. Voor mij was dat echt een belangrijke les: ik kan de wereld niet veranderen, maar ik kan het verhaal wel zó vertellen dat mensen die mijlenver van Afghanistan wonen, en Kandahar niet eens kunnen spellen, geraakt worden, en zich verbonden voelen met de gebeurtenissen.’

En dan verlaat je een brandhaard als Afghanistan, waar wanhopige mensen tot de laatste minuut aan je trekken en duwen omdat ze hulp nodig hebben, en zit je aan het zwembad bij je ouders in de Franse Provence. Hoe ga je als oorlogscorrespondent om met zo’n omschakeling?

‘Als je uit zo’n situatie komt, en je hebt zoveel adrenaline in je, dan weet je dat je gaat instorten. Het enige wat ik kan doen is een matras voor mezelf neerleggen, om iets zachter te landen. En dat betekent: veel met mijn kinderen knuffelen, veel eten. En het onvermijdelijke accepteren. Want ik ga depressief worden, ik ga piekeren of ik wel de juiste beslissingen heb genomen, of ik niet meer had kunnen doen, ik ga enorm aan mezelf twijfelen. Ik heb last van een vorm van overleversschuld: waarom zit ik hier, in de prachtige Provence rosé te drinken, terwijl er op datzelfde moment mensen door het riool kruipen, op zoek naar een ingang in de luchthaven van Kabul? Het is niet te bevatten, en toch moet ik het accepteren.’

Wat wil je op dat moment het liefst doen?

‘Alle privileges afwijzen, en direct teruggaan naar het oorlogsgebied, dat gevoel had ik vroeger sterk. Inmiddels weet ik dat ik er juist goed aan doe om al het mooie in mijn leven volledig te omarmen als ik terug ben: het lekkere eten, de fijne vrienden, de muziek. Doe je dat niet, dan brand je heel snel op.’

In 2015 raakte Ward gevaarlijk dicht bij de rand van een mentale afgrond. Ze was vier jaar heen en weer gereisd naar Syrië, was gewaardeerde collega’s verloren, evenals haar chauffeur, die omkwam bij een luchtaanval op een ziekenhuis. De enige manier om verslag te doen van de Syrische burgeroorlog, was om mee te reizen met de Syrische activisten die streden tegen het regime van Assad, en te slapen in de huizen van hun families. Dat maakte afstand houden onmogelijk, met als dieptepunt een avond waarin Ward bij een familie logeerde die te horen kreeg dat hun zoon was omgekomen.

Syrië liet haar thuis niet los, ze vermagerde sterk en kon soms nauwelijks haar bed uit komen. Uit On All Fronts: ‘Op een dag had ik zo’n heftige ruzie met mijn moeder, dat ik de trap af kwam stormen, recht op haar af, in een gewelddadige uitbarsting. Ik struikelde voordat ik onderaan was, kwam ongelukkig terecht, en verstuikte mijn enkel. Ik lag daar op de grond te janken en kermen als een wild dier. Hoe louterend voelde dat, om gewoon te huilen! Mijn moeder stond boven mij, haar handen op haar heupen, en keek me aan: ‘Ik denk niet dat je zo moet huilen vanwege je enkel.’’

Uiteindelijk heb je intensieve therapie moeten volgen om je ervaringen in Syrië goed te verwerken.

‘Ja, ik heb EMDR-therapie gevolgd, een vorm van traumatherapie. Sindsdien heb ik een veel beter begrip over mezelf. Omdat ik PTSS heb gehad, kan ik nu scherper de signalen van trauma zien bij een ander. Als ik terugdenk aan hoe mensen in Syrië soms zulke uitgebluste ogen hadden, en in de verte staarden, terwijl ze mij de meest afschuwelijke dingen vertelden: dat is PTSS. Ik herken de pijn van anderen sneller, ik denk dat ik daardoor een betere journalist ben geworden.’

In je memoires beschrijf je hoe je in de zevende maand van je eerste zwangerschap afreisde naar Jemen, waar een heftige burgeroorlog tot hongersnood leidde. Op die trip kreeg je een paniekaanval, omdat je de baby niet voelde bewegen. Dit ging je nooit meer doen, sprak je met jezelf af. Heeft het moederschap je sindsdien veranderd?

‘Heel erg, ik merk dat ik veel meer interesse heb in verhalen over moeders en kinderen, en dat ik het nog ondraaglijker vind om kinderen te zien lijden. Ik heb een verhoogde staat van empathie sinds ik kinderen heb. Ik zou willen dat er meer moeders aan het front waren. Daarmee bedoel ik natuurlijk niet dat ik wil dat vrouwen hun levens in gevaar brengen, maar ik denk dat oorlog tot nu toe zo’n mannelijke taal had: er gingen mannen naartoe om verslag te doen, ze praatten met andere mannen, vaak over geopolitieke kwesties. In de generatie van Christiane (Amanpour, red.) volgden er veel vrouwen, maar nog niet zoveel moeders. Ik denk dat moeders een andere blik hebben, en ik vind dat oorlogsverslaggeving beter wordt door een diversiteit aan perspectieven. Dat is zo hard nodig.’

CV Clarissa Ward

31 januari 1980 Geboren in Londen.

Groeide op in Londen en New York.

2003 Studeert cum laude af aan Yale.

2003 Eerste journalistieke baan als redacteur bij Fox News, gaat al snel op reportages naar conflictgebieden.

2007-2010 Correspondent Rusland voor de nieuwszender ABC, verslaat de Russische verkiezingen, wordt daarna correspondent Azië, verslaat de tsunami in Japan.

2011 Maakt voor CBS-reportages over de Syrische opstand.

2012 Wint voor haar reportages vanuit Syrië een Peabody Award.

2013 Wint twee Emmy Awards voor haar verslaggeving in Syrië.

2015 Maakt de overstap naar CNN.

2018 Volgt Christiane Amanpour op als ‘chief international correspondent’.

2020 Haar boek On All Fronts komt uit.

2020 Publiceert in samenwerking met organisatie Bellingcat een onderzoek naar de vergiftiging van Alexei Navalny.

2021 Doet verslag van de val van Afghanistan.

Clarissa Ward is getrouwd en heeft twee kinderen