alfabetsoepFaycal El Ouaret

‘Ik heb veel verschillende maskers moeten dragen’

Faycal El Ouaret. Beeld Harmen Meinsma, visagie: Ed Tijsen
Faycal El Ouaret.Beeld Harmen Meinsma, visagie: Ed Tijsen

Hoe ziet het leven van lhbti’ers er vandaag de dag uit? Haroon Ali interviewt wekelijks iemand over seksualiteit, genderidentiteit, hokjes en alles wat daarbuiten valt.

Hij heeft er nooit van gedroomd politieagent te worden, zegt Faycal El Ouaret (26). Hij studeerde eerst informatica, maar had geen zin de rest van zijn leven in een kantoor te werken. Een vriend tipte de politie. ‘Het leek me wel geinig om met sirenes rond te rijden, en de spanning trok me aan.’ Mede door zijn Marokkaanse achtergrond en homoseksuele geaardheid viel El Ouaret op tussen de andere sollicitanten. ‘Ik tikte alle diversiteitshokjes af’, zegt hij lachend aan zijn eettafel in Amsterdam.

Vijf jaar later haalt hij veel voldoening uit zijn werk. El Ouaret zit bij de verkeersdienst, een van de spannendste afdelingen binnen de politie. Hij houdt zich onder meer bezig met voertuigcriminaliteit, het opsporen van drugs- en wapensmokkelaars, en achtervolgingen. Hij deed een speciale rijopleiding, rijdt rond in een snelle Audi of op zijn motor, waarop hij dol is. ‘Ik kom op plekken waar weinig mensen komen – en ik zit bijna nooit op kantoor.’ En hij is goed in wat hij doet. ‘Ik ben iemand die het hoofd koel houdt tijdens stressvolle situaties.’

El Ouaret is daarnaast voorzitter van Roze in Blauw Amsterdam, het lhbti-netwerk van de politie. Dat team probeert de aangiftebereidheid te vergroten onder lhbti’ers die worden belaagd. ‘Als je wordt overvallen in een cruisegebied, terwijl je vriendin en familie niet weten dat je gay bent, is de drempel om naar de politie te stappen hoog. Dan is het makkelijker om je verhaal te doen bij een lhbti-agent.’ Hij weet dat veel mensen denken dat er niks met hun aangifte gebeurt. ‘Maar als je wordt bespuugd, willen wij dat registreren. Roze in Blauw weet al dat deze dingen gebeuren, maar zonder meldingen en aangiften kunnen wij minder doen.’

Hoe label je jezelf?

‘Ik ben een man en ik ben homo, de h in lhbti. In de zoektocht naar wie ik ben is dat label wel steeds belangrijker geworden. Mijn beroep zie ik niet als deel van mijn identiteit. Ik ben alleen agent als ik een uniform draag. Dan ben ik in feite iemand anders, met een andere status. Mijn persoonlijke standpunten mogen ook niet meespelen in de manier waarop ik mensen behandel.’

Hoe verliep je coming-out?

‘Rond mijn 16de wist ik zeker dat ik homo was. Ik heb de Koran goed bestudeerd, op zoek naar een glimp van goedkeuring. Maar ik vond niks, ook geen afkeuring, behalve het verhaal van Lot. (Die profeet moest de seksuele losbandigheid van mannen in Sodom tegenhouden, red.) Ik interpreteer het zo dat God alleen verkrachtingen verbiedt, niet seks tussen twee geliefden. Toch wist ik dat mijn familie en mijn geloof homoseksualiteit nooit zouden accepteren.

‘Ik heb veel verschillende maskers moeten dragen. Thuis was ik de gelovige jongen, bij mijn vrienden de hetero. Ik leerde liegen en bedriegen, verzon dat ik seks had met meisjes. Maar als je dat te lang doet, vergeet je wie je echt bent, of word je iemand anders. Op mijn 19de besloot ik me open te stellen voor het gayleven en ging ik op datingapps, al wist ik dat ik vroeg of laat zou worden gepakt. Dat gebeurde twee jaar later, toen mijn ouders een foto van mij en mijn ex ontdekten, via zijn Instagram.

‘Na veel drama stelden mijn ouders me voor de keuze. Ik kon nog op het goede pad komen, maar dan moest ik mijn homoseksualiteit achter me laten, met een vrouw trouwen en kinderen krijgen. Anders moest ik weg en elders mijn leven leiden. Omdat ik de Koran goed had gelezen, wist ik dat een huwelijk oprecht moet zijn. Dus ik zei dat ik nooit met een vrouw ging trouwen. Een dag later ben ik naar Amsterdam vertrokken, waar ik gelukkig al op kamers woonde. Ik deed toen net de politieopleiding.’

Wat is de grootste hindernis die je hebt overwonnen?

‘Het is heel zwaar als je familie, je vangnet, in één keer wegvalt. Ik heb geen contact meer met mijn ouders, ook niet met mijn twee jongere broers, al hoop ik dat dat ooit verandert. De financiële steun van mijn ouders tijdens mijn opleiding stopte ook, dus ik moest echt op een houtje bijten. Gelukkig had ik vrienden die zeiden: kom bij ons eten. En ik had een dak boven mijn hoofd. Maar zo belanden veel lhbti’ers op straat, omdat ze alleen staan. Er wordt in het Westen vaak gehamerd op een coming-out. Ik had de optie om voor mezelf te kiezen, maar velen hebben die optie niet. Dus kom alleen uit de kast als je financieel onafhankelijk bent, en vrienden hebt die je écht helpen.’

Welke vooroordelen storen je het meest?

‘In de lhbti-gemeenschap wordt vaak gezegd dat Marokkanen het meest homofoob zijn; zij zijn de boosdoeners. Daar stoor ik me wel aan. Als politieagent heb ik allerlei soorten daders gezien en homofobie komt helaas voor in veel groepen. En ik weet dat er binnen de Marokkaanse gemeenschap ook genoeg mensen zijn die er geen probleem mee hebben.’

Wat hoop je voor de toekomst?

‘Ik ben vrij nuchter, dus er zijn niet echt grote plannen. Ik heb een fijne relatie, waar ik veel energie van krijg. Ik ken mijn vriend nu een jaar, wie weet gaan we op de duur samenwonen. We hebben ook allebei een kinderwens. Ik zit voorlopig goed bij de politie, maar wil nog doorstuderen, al weet ik niet wat. Tot die tijd hoop ik bij Roze In Blauw jongeren te helpen die in dezelfde positie zitten als ik vroeger. En verder wil ik dat mensen elkaar met rust laten, ongeacht hoe zij zich identificeren of erbij lopen.’

Meer over