ColumnSylvia Witteman

‘Ik heb het weer’, appte mijn broer, waarna hij smakelijk opsomde wie hij allemaal had besmet

null Beeld
Sylvia Witteman

Als u het mij vraagt is het een rare toestand, met die corona. Om mij heen krijgt iedereen het, vaak alweer voor de tweede keer, maar ik (afkloppen, bij gebrek aan beter, op gelakt beukenfineer) bleef tot dusver ongedeerd. Wel heb ik inmiddels dozijnen wattenstokjes tot aan mijn cerebellum in neus en keel gestoken (dat blauwe doosje FLOWflex, met rechtsboven dat op een karig bloemstuk lijkende plaatje van een virusdeeltje zit me op het netvlies gebrand) maar ik krijg telkens één lullig streepje retour.

‘Ik heb het weer’, appte mijn broer vorige week, waarna hij smakelijk opsomde wie hij allemaal besmet had, of vice versa: zijn vrouw, zijn kinderen, de verloofde van zijn oudste dochter, het hele kantoor van de verloofde van zijn oudste dochter, en zijn makkers Fedja en Sjoerik, plus ‘al hun wappievrienden’. Geen half werk.

Nu wilde het geval dat ik een paar dagen daarvoor met mijn broer in de auto naar Bloemendaal aan Zee was gereden, waar we een rijk gegarneerde visschotel hadden gedeeld (‘Geef het door/eet haring van Floor’). Inderdaad had hij daarbij wat gehoest. Daar ging ik weer, met die wattenstok. Niks. Ziek werd ik ook niet. Vreemd, maar het leven gaat door, en een weekje later fietste ik naar de RAI, voor de boostervaccinatie.

Tjoep! Dank u wel mevrouw, ook voor het snoezige pleistertje. Tijdens het voorgeschreven kwartiertje wachten ging ik met gratis vieze koffie zitten luisteren, op anderhalve meter afstand, naar een vrouw in de categorie ‘lekker wijf’ die aan het bellen was: ‘Ik had gezegd, ik wil mijn huissleutel terug. Uit is uit, toch? Ik dacht, die gooit-ie wel in de bus, maar nee, hij komt binnen, pakt zonder een kik te geven een schroevendraaier uit zijn zak en schroeft mijn keukenrolhouder van de muur. Die had ik van hem gekregen, een paar maanden geleden. Bizar toch?’

Terwijl ik luisterde kreeg ik een appje van huisgenoot P. Een foto van twee streepjes, plus wat krachttermen. ‘Wij ook!’ appten even later mijn kinderen, in unisono, als Kwik, Kwek en Kwak. ‘Best een suf cadeau, een keukenrolhouder’, zei de vrouw aan de telefoon. ‘Maar eigenlijk wel superhandig. Ik koop maar een nieuwe, denk ik.’

Op de wc van de RAI deed ik opnieuw een test. Niks. Had ik die corona gekregen en doorgeven zonder zelf ziek te worden? Hoe kon dat? Waar was Maarten Keulemans, als je hem nodig had?

‘En kom óp zeg’, sprak de vrouw aan de telefoon. ‘Wie loopt er nou met een schroevendraaier in zijn zak?’

Meer over