INTERVIEW

'Ik heb gefaald, dacht ik, ik heb het niet volbracht'

In de serie Over de helft interviewt Cornald Maas net- of bijna-vijftigers over hun dilemma's. In aflevering 12: Caroline Tensen. 'Ik vier alles zo veel mogelijk, zolang het kan.'

'Ik hoop niet dat mij straks hetzelfde overkomt als mijn moeder. Ik heb nog niets op papier staan, maar dat ga ik nog regelen.'Beeld Daniel Cohen

'Dat ik na mijn 50ste nog eens zou trouwen, daar had ik nooit op gerekend. Ik heb er, na een eerder huwelijk en een relatie van twaalf jaar, niet op gewacht, en ik zocht er ook niet naar. Maar ik dacht ook niet: nu hoef ik nooit meer een man'. Dat zou ik zuur hebben gevonden.

Ik was voor de Stichting Orange Babies op reis. Met vijfentwintig man fietsten we door de woestijn van Namibië. We zetten onze tentjes op, er was geen internet of telefoon, we douchten dagenlang niet we wasten ons met water uit de jerrycans die we bij ons hadden. We werden door niks afgeleid en konden ons volledig concentreren op de reis die we maakten en op elkaar. Ik voerde vooral veel gesprekken met een man die rustig en geduldig was, die breed geïnteresseerd was, die vragen stelde de man op wie ik, zonder het me te realiseren, verliefd werd. Maar toen de reis na negen dagen op zijn eind liep en ik merkte dat ik niet naar huis wilde, vroeg ik me af: wat is er aan de hand? Zou het dan toch die man zijn?

Huwelijk

Terug in Nederland hielden we contact haast zonder dat we het doorhadden, kenden we elkaar inmiddels goed en waren we dankzij de gesprekken tijdens onze reis veel van elkaar te weten gekomen. Een half jaar nadat we elkaar hadden leren kennen, vroeg hij me ten huwelijk, op mijn 49ste verjaardag. Ik zei meteen 'ja'. Vanaf de eerste seconde, denk ik nu, was Ernst niet mijn vriend maar mijn man, en hij heeft me van meet af aan als zijn vrouw behandeld.

Mijn kinderen heb ik het meteen die dag verteld - ik was jarig op Eerste Paasdag, we zouden samen lunchen. Natuurlijk was het even schrikken voor ze, en ze hebben er later misschien ook wel last van gehad dat iedereen er meteen een mening over had, omdat ik nu eenmaal bekend ben. Maar ze hebben me laten weten dat ik vooral moet doen wat me gelukkig maakt.

Het is mooi, heb ik gemerkt, om te trouwen als je 50 bent. Je weet veel beter dan in eerdere fasen van je leven wat je wilt en vooral wat je niet wilt, je hebt sneller door of iemand geschikt en goed voor je is ook daarom wist ik meteen dat ik met Ernst wilde trouwen toen hij me vroeg. We waren simpelweg zeker van onze zaak.

Het huwelijk liet nog even op zich wachten na een val scheurde ik een pees en moest ik een schouderoperatie ondergaan. Achteraf gezien kwam dat goed uit: er was nu meer tijd voor de wederzijdse vrienden om elkaar te leren kennen voor we trouwden. Dat gebeurde in juni, op Vlieland, in weer en wind: maar op het cruciale moment, tijdens de huwelijksceremonie op het strand, was het droog. Huub Stapel was de spreekstalmeester, Karin Bloemen zong, Cor Bakker speelde piano, met op de achtergrond de woeste zee.

Speech

Mooi was de speech van mijn vader, die memoreerde hoe eigenwijs ik altijd ben geweest, roerend de speech van de jongste zus van mijn moeder. Ze vertelde hoe ze vroeger als zussen waren geweest, en hoe warm het nest was waarin ze opgroeiden. Zo was mijn moeder, die twee jaar geleden overleed, er toch nadrukkelijk bij. Mijn vader laat niet snel tranen zien, hij was er na de dood van mijn moeder vooral op uit om zich te herpakken, maar voor hem was dit een emotionele dag. Op één foto kun je dat zien, als hij Ernst en mij feliciteert, en volschiet. 'Liever had ik hier met m'n meisje gestaan', zei hij.

Drie maanden voor ons huwelijk werd ik 50. Dat heb ik, ondanks de aanstaande trouwfestiviteiten, toch gevierd ik vier alles zoveel mogelijk, zolang het kan. Vriendinnen bezorgden me een verrassingslunch, ik ben met Ernst en de kinderen drie dagen naar Marrakech geweest en op mijn verjaardag heb ik met m'n gezin en m'n beste vrienden en aanhang in een restaurant gegeten. Heel mooi vond ik de compilatiefilm die Bob, m'n zoon, en Lotte, m'n dochter, hadden samengesteld met mooie momenten uit mijn carrière. We hadden het vroeger thuis eigenlijk zelden over mijn werk dat ik als moeder op tv kwam was gewoon een baan, zij het een onregelmatige. Veel meer kregen Bob en Lotte er niet van mee. Ze kenden de verhalen, maar hadden er lang niet altijd bewegende beelden bij gezien. Nu waren ze in mijn verleden gedoken en in de waslijst programma's die ik sinds mijn tijd als omroepster bij Veronica heb gepresenteerd, en ze waren er nogal van onder de indruk. 'Mam, wat jij gedaan hebt', zeiden ze, 'halen wij nooit in.'

Wat mij in dat overzicht vooral opviel: dat ik dankzij mijn werk voor de Postcodeloterij veel indrukwekkende reizen heb gemaakt, soms onder erbarmelijke omstandigheden, maar dat heeft me nooit wat kunnen schelen. Ik sta net zo makkelijk op hoge hakken Eén tegen 100 te presenteren als dat ik een nacht tussen de kakkerlakken in Oeganda doorbreng. Vroeger was ik een soort straatjongen, altijd buiten, om de haverklap met een blauw oog en kapotte knieën, of, omdat ik door een glazen deur was gevallen, met een gebroken pols en een doorgesneden slagader op de intensive care.

Ik ben dankzij de Postcodeloterij op uiteenlopende plekken geweest, ik heb gezien hoe het karakter van de hulpverlening in Derde Wereldlanden aan het veranderen is, en ik heb er door leren relativeren al zeg ik dat niet altijd hardop. Het is nogal flauw om op het moment dat iemand erover zeurt dat een bepaald product in de Albert Heijn op is, met het leed in Afrika te komen aanzetten.

Veronica-meisje

Caroline Tensen wordt op 31 maart 1964 geboren in Haarlem. Tijdens haar middelbareschooltijd maakt ze deel uit van het promotieteam van Veronica, later wordt ze omroepster van de zender. In 1989 gaat ze aan de slag bij RTL Veronique, daarna volgen RTL 4, Talpa en de TROS. Ze beleeft haar doorbraak met de presentatie van de spelshow Wie ben ik? (1990). Ook heeft ze succes met Het spijt me en Hitbingo. In 2007 stapt ze over naar de NCRV. Daar presenteert ze onder andere DNA onbekend, Familieberichten en Eén tegen 100, het programma waaraan ze als ambassadrice van de Postcodeloterij sinds 2000 is verbonden. Ook zet ze zich in voor de Stichting Orange Babies.
Tensen was getrouwd met Frank Wisse, met wie ze twee kinderen heeft. In juni 2014 trouwt ze met reclameman Ernst Jan Smids. Vanaf 10 oktober is ze op NPO 1 te zien in Zeg eens B.

Zeg eens B

Op dit moment zijn we met de laatste opnamen bezig van Zeg eens B, een serie programma's over analfabetisme die op 10 oktober op NPO 1 begint. Ik vind het schokkend te merken hoeveel mensen niet kunnen lezen en schrijven en daardoor in een isolement zitten. Ze kunnen niet pinnen, doen geen boodschappen, reizen niet met de trein, en het is een taboe. Ik denk dat het een mooi programma is geworden, al houd ik ook mijn hart vast: we staan recht tegenover The Voice of Holland.

Ik heb in mijn tv-carrière geluk gehad, met steeds nieuwe mogelijkheden en goed bekeken programma's. Maar ik heb ook op de juiste momenten m'n kansen gepakt, ik was leergierig, kende in eerste instantie m'n plek die grote mond kon later altijd nog wel en heb veel vlieguren gemaakt. Aan mijn voorbereiding heeft het nooit geschort. Daardoor voel ik als ik presenteer een gezonde spanning maar heb ik geen last van zenuwen.

Roddelbladen

Dat ik door al dat werk ook bekend werd, heb ik nooit vervelend gevonden. Sterker nog: het zou gek zijn als mensen opeens niet meer met me op de foto wilden. Dan is het een aflopende zaak. Verder heb ik van alle aandacht niet zoveel last.

Dat ik indertijd van Frank scheidde kwam uiteraard ook in de roddelbladen terecht. Het was een periode die ik nooit meer hoop mee te maken: ik heb gefaald, dacht ik, ik heb het niet volbracht. Daar was ik heel verdrietig over, en ik vond het vooral ook erg voor de kinderen. Al is het volgens mij nog erger als je met een hoop ruzie en gedoe, zogenaamd in het belang van de kinderen of om financiële redenen, bij elkaar blijft. Met Frank heb ik indertijd meteen een goede afspraak kunnen maken: hij is dicht bij ons in de buurt blijven wonen zodat de kinderen niet eindeloos heen en weer hoefden te pendelen. Ik heb geloof ik maar twee keer weekendtasjes voor ze gepakt, en dat vond ik al meer dan genoeg. En met Frank heb ik altijd een goed contact gehouden: hij was bij het huwelijksfeest van Ernst en mij.

Verzorgingstehuis

Mijn ouders zijn altijd bij elkaar gebleven en elkaar tot steun geweest. Maar de laatste fase van hun leven samen was geen gemakkelijke. Mijn moeder kreeg afasie en begon te dementeren. 's Nachts begon ze in huis te spoken, ze viel en brak haar been op drie plekken. Mijn vader wilde haar niet loslaten. 'Het gaat best nog', zei hij. Maar uiteindelijk werd de situatie onhoudbaar en belandde ze na een nieuwe valpartij, direct na een operatie, in een verzorgingstehuis. In het begin ging ze nog in verzet en haalde ze haar kleren uit de kast. Ze wilde er weg, dat was duidelijk. Maar ten slotte zat ze daar maar, in haar rolstoel: zonder te kunnen praten. Ze zei hooguit: 'Leuk hè? zo leuk', ook als er helemaal geen aanleiding voor was.

Mooi en aandoenlijk was het dat ze steeds maar zat te glimlachen, maar intussen was er geen echt contact meer mogelijk. De vrouw die zo actief was geweest, die op de grond naar haar kleinkinderen kroop, op het hockeyveld stond en mijn dochter stiekem sigaretten gaf, kon nu geen kant meer op. Ik had mijn moeder nog maar ik had haar eigenlijk niet meer.

Ze is altijd een sterke vrouw geweest, gevormd door vroeger: van school gehaald toen haar vader overleed en zij nog heel jong was. Ze heeft gewerkt zonder opleiding, ging voor de lol op Engelse les en had na enige aarzeling het lef om te reageren op een advertentie voor tax-free shops op Schiphol. Ze werkte zich op tot supervisor, met honderdtwintig meiden onder haar die op haar gesteld waren. Thuis stond ze altijd voor alles en iedereen klaar, terwijl ze in stilte ook een hoop dingen moet hebben geslikt. Ik weet niet of ze vond dat ze zichzelf weleens tekort heeft gedaan dat had ik haar nog graag willen vragen.


Het was uiteindelijk niet meer om aan te zien, in het verzorgingstehuis. Zelf zou ze het verschrikkelijk hebben gevonden als ze zichzelf zo had zien zitten, en ik vond het dan ook niet erg dat ze gehaald werd, hoe verdrietig het ook was dat ze stierf. Toen dat gebeurde zat ik middenin de opnamedagen van Eén tegen 100. En die konden niet worden verplaatst, om financiële en allerlei praktische redenen. Tussen twee opnamedagen door is mijn moeder gecremeerd, en vooral de ochtend na haar crematie zat ik er helemaal doorheen. 'Ik kan het niet vandaag', zei ik tegen mijn vader, en hij probeerde me gerust te stellen: 'Je kan het wél, mama zou dat ook hebben gezegd.' Hij kreeg gelijk, en de uitzending is nog goed geworden ook, maar die dag heb ik het the show must go on wel verfoeid.

Oude taart

Ik hoop niet dat mij straks hetzelfde overkomt als mijn moeder. Ik heb nog niets op papier staan, maar dat ga ik nog regelen. Maar ik wil me niet te veel zorgen maken over straks. Of ik een beroep op mijn kinderen zal doen? Ik geloof dat ze me wel in huis zouden halen als het echt niet anders zou kunnen. Maar tegelijkertijd zou ik ze dat niet willen aandoen: ik gun ze hun eigen levens, zonder deze oude taart in huis.


Ik heb meer rust in mijn lijf, de laatste tijd. Het heilige moeten is er een beetje vanaf, ik ben me bewust van wat ik heb en wat ik heb bereikt. Regelmatig word ik op straat aangesproken en gefeliciteerd met m'n huwelijk. Daar zitten ook vrouwen van mijn leeftijd bij die zeggen: 'Jij bent degene die laat zien dat het kan, jij geeft ons hoop, het zou ons dus ook nog kunnen overkomen.' Sneu vind ik dat, want wat ze eigenlijk zeggen is dat ze niet gelukkig zijn. Laten ze hun geluk dan zo afhangen van of ze een man tegenkomen? Ik geloof niet dat je die vindt als je er al te hysterisch naar op zoek bent. Ik ben in mijn leven niet veel alleen geweest, maar ik geloof dat ik het goed alleen zou kunnen rooien.


Ik heb makkelijk praten misschien, nu ik zo gelukkig getrouwd ben met Ernst. Ik kijk uit naar onze weekenden samen, waarin we ons, zonder plannen vooraf, afvragen wat we eens zullen gaan doen. En wat ik nu al merk: op maandagochtend ga ik echt wel weer met plezier aan het werk, maar liever nog hield ik Ernst wat langer in een liefdevolle houdgreep.'

Meer over