‘Ik heb er een gevoel van mislukking aan overgehouden’

‘Al met al’ heeft kinderboekenrecensent Bregje Boonstra (65) ‘het gevoel dat scheiding een hoofdthema in mijn leven is’. Misschien omdat ook het tweede huwelijk van haar vader strandde, en zeker omdat haar ouders nooit over de scheiding wilden praten....

‘Mijn ouders woonden in de jaren veertig in Velp, het Wassenaar van Arnhem, en daar gingen na de bevrijding alle remmen los. Mijn moeder had iets met een andere meneer, en mijn vader met diens mevrouw. Toen mijn moeder vond dat de tijd daar was om ermee op te houden, was het voor mijn vader al te ver gegaan: de mevrouw had een kind van hem in de buik, en hij besloot met haar te trouwen.

Ik was 6. Mijn moeder, mijn broertje en ik gingen op een bovenhuisje wonen; mijn andere broertje, een baby nog, ging met mijn vader mee. Hij was officier van justitie en werd uit zijn ambt gezet. Het was een publieke terechtwijzing, maatschappelijk gezien moest hij kennelijk als voorbeeld gesteld worden. Hij ging de advocatuur in.

Er was een keurige bezoekregeling. Mijn vader nam me mee naar musea, en weleens mee uit eten. Maar veel zag ik hem niet. Mijn moeder hertrouwde met een weduwnaar met vijf kinderen en we verhuisden naar West-Brabant. Als braaf oudste zusje reisde ik met mijn broertje elke vakantie in de trein naar mijn vader in Arnhem. Ik heb hem ontzettend gemist, al kon ik dat toen nog niet zo benoemen. Briefjes uit de tijd dat ik nog nauwelijks kon schrijven, getuigen daarvan. Ik wachtte zo ongeveer dagelijks bij de brievenbus op zijn antwoord. Wat ik me later vooral heb gerealiseerd, is dat de scheiding van mijn ouders nooit onderwerp van gesprek was. Wij, de kinderen, moesten eigenlijk doen alsof het gewoon was – dat was onze grote opdracht in het leven.

Ik groeide dus op in Brabant, in een gezin met negen kinderen. Ook mijn vader, die net als mijn moeder hertrouwd was, kreeg nieuwe kinderen. Aan alle kanten had ik hele en halve broertjes en zusjes. Op de tweede vrouw van mijn vader was ik erg gesteld. Zij had, anders dan mijn moeder, tijd voor mij, prutste aan mijn haar, leerde me m’n eigen kleren naaien, gaf me mijn eerste parfum. Ze was een laat-maar-waaien-type, dat de lakens uit de open ramen liet wapperen en intussen in geen velden of wegen te bekennen was omdat ze ergens een boek zat te lezen. Mijn moeder was eerder een intellectuele vrouw dan de moeder van een groot gezin, maar ze heeft er toch voor gezorgd dat al die kinderen een plek in het leven kregen.

Het was mijn stille droom voor elkaar te krijgen dat mijn vader en moeder weer samen zouden gaan wonen – mijn lievelingsboek was Dubbele Lotje, waarin tweelingzusjes hun gescheiden ouders weer bij elkaar brengen. Ik voelde me intussen verantwoordelijk voor mijn moeders geluk. Zij was nogal een mens van stemmingen. En hoewel ze een goed tweede huwelijk had, heeft ze de scheiding met mijn vader nooit helemaal verwerkt. Ik denk dat ze die scheiding uiteindelijk nooit gewild heeft.

Als onderwerp van gesprek is hun scheiding altijd taboe gebleven. Toen ik zelf allang getrouwd was, heb ik mijn moeder een keer gevraagd waarom zij en mijn vader uit elkaar zijn gegaan. Ze barstte als een viswijf los over hem. Met mijn vader heb ik het er tijdens een van ons jaarlijkse reisjes over gehad – ik had hem dat zelfs aangekondigd in een brief. Maar veel leverde het niet op: hij heeft geprobeerd iets te vertellen over een moeizame seksuele relatie, en al gauw ging het over de moeite die hij heeft gehad met het betalen van alimentatie. Het was een van die momenten dat ik had willen ontploffen: ‘En ík dan? Heb je wel ’ns nagedacht hoe het voor mij was?’ Genoegdoening wilde ik, voor wat me was aangedaan – als ik het in dramatische kindertermen stel – want waar het om gaat: dat je niet gezien wordt, dat niet onderkend wordt wat het voor jou als kind heeft betekend.

Al met al heb ik het gevoel dat scheiding een hoofdthema in mijn leven is. Lang heb ik gedacht dat ik zelf nooit aan een vent moest beginnen – mijn vader was ook van zijn tweede vrouw gescheiden en voor de derde keer getrouwd. Mannen leken mij niet zo betrouwbaar. Toch ben ik zelf getrouwd toen ik 26 was. We kregen een zoon en een dochter. Het was mijn grote ambitie die relatie stand te laten houden en het gezin intact te houden. Dat is, na een aantal woelige fasen, uiteindelijk toch niet gelukt. Zoals mijn vader mij verliet, ben ik weggegaan bij mijn man. Misschien was ik zo bang dat de ander zou gaan dat ik zelf als eerste ben vertrokken. Een tijdlang ondernam ik nog krampachtige pogingen om gevieren gezellig Kerst en verjaardagen te blijven vieren, tot mijn dochter zei dat het helemaal niet gezellig was om bij ouders te zitten die beiden een zwaard hadden ingeslikt. Twee jaar geleden zijn mijn man en ik definitief gescheiden.

Ik heb er een gevoel van mislukking aan overgehouden. Het gezin is niet heel gebleven. Lang heb ik het moeilijk gevonden om hardop te zeggen dat het een kwetsuur is, dat mijn ouders ooit gescheiden zijn. Die gedachte vond ik onzinnig, want de halve wereld was immers gescheiden. Ook had ik groots willen kunnen denken: ach, het was jullie leven, zo makkelijk hebben jullie het niet gehad. Mijn ouders zijn overleden, en ik ben inmiddels een eind gevorderd, maar misschien heb ik dat stadium nog steeds niet helemaal bereikt. En ga ik straks alsnog een beetje bozig mijn kist in.

Meer over