ColumnIbtihal Jadib

Ik had moeten zeggen dat ik een niet-westerse allochtoon ben, maar ja, dat mag niet meer

Ibtihal Jadib Beeld
Ibtihal Jadib

Er is mij wederom een titel afgenomen. Dat is een droevige zaak, aangezien een persoon zonder titels enkel nog zijn naam kan noemen, en wat heb je daar nou aan? Een naam is te particulier, enkel de moeite waard voor intimi. De rest van de wereld moet snel en kordaat kunnen inschatten wat voor vlees hij in de kuip heeft. Maar helaas, ik mag van het CBS mezelf niet langer betitelen als niet-westers. Dat zou onaardig klinken. Een tijd geleden is het woord allochtoon om dezelfde reden ook al in de ban gedaan. Toch een beetje zielig, want zo’n woord kan daar zelf niks aan doen. Dat heeft jarenlang trouw dienstgedaan om vervolgens zomaar, van de ene op de andere dag, te worden ingeruild voor een jonger exemplaar. Een lekker strak woord, waar je nog nieuwe avonturen mee kunt beleven. Terwijl je weet, daar komt binnen de kortste keren ook de klad in.

De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) laat zich echter niet uit het veld slaan en brengt deze zomer een beleidsadvies uit waarin een vervangende term zal worden aangedragen. U begrijpt, ik ben razend benieuwd. Bij de term ‘niet-westerse allochtoon’ zullen veel mensen, vermoed ik, denken aan Marokkanen, Turken, moslims, alles wat in de buurt komt van Afrika en/of gelukszoeker, criminaliteit, scooters, Gucci-tasjes en shoarma. Probeer daar maar eens één woord voor te bedenken.

Ik ben mezelf in de loop der jaren maar gewoon Marokkaan gaan noemen. Als mij werd gevraagd waar ik vandaan kom, noemde ik aanvankelijk mijn geboorteplaats: Hillegom. Maar daarop kreeg ik meestal te horen: ‘Nee, ik bedoel, waar kom je écht vandaan?’ Dan zei ik alsnog: ‘Uit Marokko’. Of: ‘Uit m’n moeder’. Bij Marokkanen onderling wordt de herkomstvraag trouwens ook gesteld, maar dan loopt de conversatie ongeveer zo: ‘Waar kom je vandaan?’ ‘Hillegom.’ ‘Nee, ik bedoel: waar in Marokko?’ ‘Oh zo, mijn familie komt uit Fès.’ Mensen willen nou eenmaal dolgraag weten wie ze tegenover zich hebben. Bij honden wordt die informatie verkregen door aan elkaars kont te snuffelen, dus wij doen het nog keurig.

Het is mij overigens om het even; Marokkaans, Nederlands, Hillegom of Fès, ik zou niet weten waarom ik over het een of ander ontstemd zou moeten raken. Maar de herkomstvraag wordt steeds neteliger. Zo zat ik laatst bij het consultatiebureau waar ik van een mevrouw indringend moest staren naar de bescheiden groeicurve van m’n dochter. Het was mij niet helemaal duidelijk wat het probleem was, aangezien ikzelf ook maar twee turven hoog ben; het zou vreemd zijn als ik een kind had geproduceerd dat door het plafond heen groeit. Maar die mevrouw had enkel oog voor de grafiek, waardoor het even duurde voor ze mijn donkere krullen opmerkte. Toen ze eindelijk naar me opkeek, sloeg de twijfel haar om het hart. ‘Heeft u.. eh.. bent u..eh.. misschien.. is uw achtergrond niet helemaal.. eh... honderd procent Ne-der-lands?’ Ik had haar meteen uit haar lijden moeten verlossen met de mededeling dat ik een niet-westerse allochtoon ben, maar ja, dat mag niet meer.

Hopelijk komt de WRR met iets leukers aanzetten dan ‘medelander van andere origine’. Dat bekt niet lekker. Doe dan liever: Problemelander, al die zal waarschijnlijk niet door de jury heenkomen. Deze dan: grensgevalletje. Of: dubbeltje, betrekt het CBS meteen ook de sociaal-economische klasse erbij. Met gelukszoeker is trouwens ook niks mis, al vind ik het erg onaardig om autochtone Nederlanders daarvan uit te sluiten. Die gun je immers ook een portie geluk.

Meer over