ColumnThomas van Luyn

Ik had geen idee wat ik eigenlijk gestudeerd had

null Beeld
Beeld

Mensen vragen mij: vind je het niet jammer dat je nooit bent afgestudeerd? Neup, nooit bij stilgestaan, zeg ik dan. Dat verwachten ze niet. Afgestudeerden omdat ze hun werk te danken hebben aan hun studie, en ongestudeerden omdat ze denken dat een titel wat voorstelt. Welnu, ik heb niet één, maar twee studies niet afgemaakt. Pak aan. De eerste was sinologie, zoals Chinees heette als je het aan een universiteit leerde. Dat ging ik studeren omdat ik zweverig was, tai-chi deed en een keer gedroomd had dat ik in China was. Voor iemand die geen idee heeft wat hij met zijn leven moest doen, was dat reden genoeg.

Het bleek echter dat je er belachelijk hard voor moest blokken om al die Chinese karakters te onthouden. Ja hoor eens, zo waren we niet getrouwd. Na twee jaar besloot ik dan ook een studie te zoeken waarvoor ik niet daadwerkelijk hoefde te studeren. Indertijd mocht je nog van studie wisselen en dan kreeg je nog een jaar extra ook. En een auto, een zwembad en een huisje op de Malediven. Zo lijkt het althans wel, vergeleken bij wat een druk de huidige studenten op hun smalle schoudertjes moeten torsen. Dat is ook trouwens de oorzaak van de explosieve toename van coma-zuipen en molestatie bij studentenverenigingen. Vroeger werden de feuten door zevendejaarsouwelullen ontgroend, nu door jongetjes die nauwelijks ouder zijn, omdat ouderejaars door de korte studieduur simpelweg niet meer bestaan. En kinderen, die moet je niet laten opvoeden door kinderen. Daar komen ongelukken van.

Enfin, ik switchte, want al mocht ik lui en dom zijn, gek was ik niet. Het werd kunstbeleid en -management. Kunst, omdat ik mezelf wel artistiek vond, en het beleid- en managementgedeelte klonk alsof ik dan ergens directeur van zou kunnen worden, wellicht met een hoge hoed.

Hard ging het niet. Toen de tijd opraakte, voerde ik schaamteloos het overlijden van mijn moeder op om studieuitstel te krijgen. Geen probleem. Plop, jaartje erbij. Oh, en de tentamens die ik voor Chinees had gehaald mocht ik laten meetellen. Waarom weet ik niet. Chinezen, kunst en management zijn zelden in één ruimte te vinden.

De studie bleek zoiets als snuffelen tussen het grof vuil: er zaten leuke dingen tussen, maar goed bekeken was het gewoon een rommeltje. Ik sprokkelde puntjes bij elkaar in gregoriaanse zang, Duitse literatuur, museale tentoonstellingstechnieken, boekhouden en allerlei andere vakken die niets, maar dan ook niets met elkaar van doen hadden. En zo kon het gebeuren dat ik aan de vooravond van mijn afstudeerscriptie geen idee had wat ik eigenlijk had gestudeerd. Ik dacht even na, en besloot: dan studeer ik maar niet af. Niemand werd boos, niemand was teleurgesteld. Het was heel raar.

Later kreeg ik nog wel eens het aanbod of ik niet alsnog even een scriptietje wilde indienen. Universiteiten krijgen namelijk geld voor afgestudeerden. Inmiddels weet ik dat zo’n scriptie niks voorstelt. Ik zou deze columns kunnen bundelen, voorzien van wat wetenschappelijk klinkende duiding in de kantlijn en voilà, doctorandus Van Luyn, at your service. Ik ambieer echter geen enkele functie waarvoor die titel ook maar enigszins nuttig zou kunnen zijn. Dan kan ik die tijd beter besteden aan pianospelen en koffieleuten. Dat was indertijd al mijn ambitie, dus eigenlijk is alles precies gelopen zoals ik wou.

Meer over