interviewAysegül Karaca

‘Ik doe nu wat ik als klein meisje al wilde: uitbreken, mijn verhaal vertellen, anderen daarin raken’

In haar tweede solovoorstelling Oogentroost is actrice en theatermaker Aysegül Karaca openhartig over haar moeilijke jeugd.

Mina Etemad
Aysegül Karaca Beeld Pauline Niks
Aysegül KaracaBeeld Pauline Niks

‘Ooit je kans als vader, maar die heb je verspeeld’, zingt actrice en theatermaker Aysegül Karaca (31) in haar tweede solovoorstelling Oogentroost, bij theatergezelschap Rast. Haar zangstijl is een mix van de muziek uit haar jeugd – Turkse levensliederen – en Nederpop. In het lied Vaderliefde is ze openhartig over haar vader, die haar en haar moeder sloeg – later ontdekte ze dat hij kampte met psychoses. Na jarenlang fysiek geweld zette haar moeder hem het huis uit.

Karaca had geen gemakkelijke jeugd, want ze is ook nog eens geboren met een visuele beperking: ze heeft ‘wiebelogen’ en ziet maar 20 procent met één oog. Haar moeder weigerde haar naar het speciaal onderwijs te sturen en bemoeide zich intensief met haar beroepskeuze. Zingen of acteren was te onzeker, dus het werd een studie logopedie. Toch maakt Karaca nu carrière in het theater. ‘Mama, laat me gaan’, zingt ze. ‘Moet de wijde wereld in, daar m’n vleugels uitslaan.’

Hoe was de relatie met je ouders?

‘Mijn moeder was er altijd voor me. Van mijn vader kreeg ik geen liefde, maar agressie en geweld. Als kind draaide ik nummers als Hou me vast van Volumia en daarin vond ik de woorden die ik niet durfde te zeggen: ‘Hou me vast, leg mijn hoofd lief op je schouder.’ Dat was stiekem een boodschap naar hem.’

Heb je ooit je gevoelens naar hem kunnen uiten?

‘Toen ik 24 was, heb ik hem één keer met zijn gedrag geconfronteerd. Ik was bang een klap te krijgen, daarom sprak ik af in het openbaar. Maar hij was kalm, al zal hij zijn fouten nooit erkennen. Hij legde alle schuld bij mijn moeder, want hij was een ‘goede man’. Maar aan hoe hij zijn sigaretten aanstak en wegrookte, de een na de ander, merkte ik: dit doet echt wat met hem.’

Hoe vind je dat je moeder met de situatie is omgegaan?

‘Ik ben ongelofelijk trots op haar. Ze is vanuit Turkije verhuisd naar Nederland, had een man die haar sloeg, heeft hem het huis uitgezet en moest toen alleen vijf kinderen opvoeden. Als ik naar haar kijk, zie ik bijna een god, een onsterfelijke. Ze heeft zo veel moeten verdragen.’

In je voorstelling vertel je dat je van haar niet over jullie thuissituatie mocht praten. Je beperking moest je verborgen houden. Neem je haar dat kwalijk?

‘Nee, want ze wist niet anders, in haar familie werd ook niet gesproken over zulke dingen. Ze stak er inderdaad een stokje voor dat ik naar het speciaal onderwijs ging, wilde dat ik het eerst probeerde op een gewone school. Daarvoor ben ik haar dankbaar. Ik heb me altijd zelf moeten redden en durf nu als een blinde vink over straat te lopen.

‘Ik had het niet gemakkelijk op school. Ik kon niet lezen wat er op het bord stond en was op het schoolplein vooral bezig met mijn vrienden niet kwijtraken. Dat was vermoeiend, ik lag vaak huilend in bed. Ik neem het mezelf kwalijk dat ik dat nooit aan haar heb verteld. Ik durfde niet te delen hoe moeilijk ik het vond om me staande te houden met deze beperking.’

Aysegül Karaca Beeld Pauline Niks
Aysegül KaracaBeeld Pauline Niks

Hoezeer ze je ook aanmoedigde om ‘normaal’ te zijn, ze was ook overbezorgd, blijkt uit je voorstelling. Heb je je aan haar moeten ontworstelen?

‘Mijn moeder wilde zo lang mogelijk zorgen voor haar kwetsbare kindje. Op mijn 27ste ging ik uit huis en verhuisde naar Amsterdam, weg van haar. Een enorme stap voor een slechtziende: van een stad waar je elke stoeptegel kent naar een stad waar je niets kent. ’s Avonds kwam ik doodop thuis en miste ik mijn moeder. Maar ik fietste wel alleen in alle drukte door de stad. Het deed me goed om op mezelf aangewezen te zijn.’

Kun je nu wel je kwetsbaarheden met haar delen?

‘Zeker, mijn vertrek heeft ons dichter bij elkaar gebracht. Ik doe nu wat ik als klein meisje al wilde: uitbreken, mijn verhaal vertellen, anderen daarin raken. In de voorstelling reconstrueer ik onze woonkamer en de spanning die er heerste. Ik weet zeker dat veel mensen in Nederland met ingewikkelde gezinssituaties zich herkennen in mijn verhaal.’

Was het niet zwaar om hierover een voorstelling te maken?

‘Ik heb geprobeerd het luchtig te houden, dan is het voor de toeschouwer beter te behappen. Humor is het beste medicijn, dus ik zing met zelfspot: ‘Als je naar me kijkt, zie mij dan en niet een random lekker wijf/ met een soepoog en een onwaarschijnlijk strak en lekker lijf’.

‘Ook de tragiek werkt louterend, merk ik. Na mijn eerste voorstelling, waarin ik ook al voorzichtig over mijn verleden praatte, kwamen er onbekenden in tranen naar me toe. Ik heb er geen moment spijt van gehad dat ik het allemaal op tafel heb gegooid. Nooit.’

Oogentroost gaat op 4 december in première bij Podium Mozaïek in Amsterdam. Inlichtingen: rast.nl

Aysegül Karaca op Spotify en NPO Start

‘Ik voel je kijken, maar zie je mij ook? Soms denk ik dat ik meer zie met m’n wiebelend oog’, zingt Aysegül Karaca in Ik voel je kijken. Dit nummer staat, met nog vier nummers uit de voorstelling Oogentroost, op Spotify. In Nederlandse liederen met Turkse invloeden bezingt ze de relatie met haar vader, moeder en een van haar zussen. Karaca is ook te zien in de tweedelige documentaireserie NederTurken, op NPO Start.

Meer over