InterviewErnst Daniël Smid

‘Ik dacht: als ik niet meer kan zingen, wie ben ik dan nog?’

Ernst Daniël Smid: ‘Ik kon hele coupletten op één adem zingen. Tegenwoordig kom ik niet verder dan een regel.’ Beeld Erik Smits
Ernst Daniël Smid: ‘Ik kon hele coupletten op één adem zingen. Tegenwoordig kom ik niet verder dan een regel.’Beeld Erik Smits

Vier jaar geleden werd bij zanger Ernst Daniël Smid parkinson geconstateerd. Dat ging gepaard met schaamte en het verlies van zijn stem. Maandag verschijnt zijn autobiografie Ernst.

Ernst Daniël Smid (68) klinkt Achterhoekser dan ooit. ‘Ik denk dat het komt doordat ik mijn tong moeilijker kan bewegen’, zegt de in Lichtenvoorde opgegroeide bariton. De tafel schokt. Zijn rechterhand trilt vrijwel voortdurend, met plotselinge tussenpozen. ‘Je moet niet denken: hé, hij is gestopt, want dan begint hij weer.’

Smid, een van Nederlands bekendste opera- en musicalzangers, heeft parkinson. De ziekte openbaarde zich in 2017. Twee jaar geleden kon hij er niet meer omheen. Hij deed een oefening om in te zingen, een toonladder. Ineens deed zijn stem niet meer wat hij wilde – er zat een oncontroleerbaar vibrato op een hogere noot. ‘Het lukte me niet meer om mijn adem er goed onder te krijgen. Alsof mijn stem me had verlaten en me van buitenaf vol op mijn bek sloeg. Ik dacht: als ik niet meer kan zingen, wie ben ik dan nog?’

Maandag verschijnt zijn autobiografie, Ernst, geschreven in samenwerking met Enno de Witt. Het boek begint met een scène dat Smid bij de talkshow Pauw zit, september 2019. Hij is daar om het over stoppen met roken te hebben. Er komt een fragment voorbij van zanger Rob de Nijs, van wie dan net bekend is dat hij aan parkinson lijdt: bij een optreden is hij omgevallen. ‘Zo jammer dat Rob het zo lang onder de pet heeft gehouden dat hij parkinson heeft’, zegt Willeke Alberti, ook aan tafel.

Bij Smid slaat de paniek toe. Moet hij het zeggen, dat ook bij hem die ziekte is vastgesteld? Hij wil de aandacht niet naar zich toe trekken. Hij durft het niet. En vooral: hij schaamt zich.

Na de uitzending hoort hij van zijn kinderen wat hij al vermoedde: dat de mensen iets gemerkt hebben. Op sociale media wordt hij afgemaakt: kijkers denken dat hij dronken was. Nu moet hij het wel vertellen.

Waarom schaamde je je voor een ziekte waar je niets aan kunt doen?

‘Die vraag stel ik mezelf ook. Ik ga nu niet meer zo snel in een restaurant zitten. Ik wil niet dat mensen mijn gevecht zien met mijn bord spaghetti. Door die tremor gaat al het eten in je kleren zitten, dat wordt een komische toestand. Ik schaam me gewoon voor mijn defect, ik schaam me ervoor dat ik er niets aan kan doen. Ik had altijd alles onder controle in mijn leven, maar dit dus niet.’

Hoe voel je je nu?

‘Goed. De medicatie slaat goed aan, alleen schrijven en typen gaat nauwelijks meer. Ik raak communicatief achterop. Als ik een mail krijg en ik antwoord alleen met ‘dank je wel’ omdat ik niet meer energie heb om te typen, denken mensen: waarom ben je zo kortaf? Ik heb je gevraagd in de ochtend te komen, dan kan ik nog een beetje praten. Dat verslechtert in de loop van de dag, dan klinkt het als dronkemanspraat.

‘Parkinson verandert je persoonlijkheid. Ik ben onzekerder geworden, stiller in mijn verwachtingen, de ambitie is minder. Ik was altijd een dominant mannetje met een grote bek, dat is helemaal voorbij. Ik vermijd nu grote gezelschappen omdat ik met de zwakheid van mijn stem niet over gesprekken heen kan komen, anders krijg je constant: wat zei je, wat zei je? Dan denk ik: nou ga ik weg, hier kan ik niet tegen vechten. En als ik dan thuis ben, meer op mijn gemak ben, tril ik niet meer zo.’

 ‘Ik ga nu niet meer zo snel in een restaurant zitten. Ik wil niet dat mensen mijn gevecht zien met mijn bord spaghetti.’ Beeld Erik Smits
‘Ik ga nu niet meer zo snel in een restaurant zitten. Ik wil niet dat mensen mijn gevecht zien met mijn bord spaghetti.’Beeld Erik Smits

Lukt het je nog om te zingen?

‘Geen opera. Ik stond vroeger bekend om mijn lange legato-zanglijnen (waarbij de noten vloeiend in elkaar overlopen, red.). Ik kon hele coupletten op één adem zingen. Tegenwoordig kom ik niet verder dan een regel. Het heeft te maken met de kleine hersenen die het allemaal aansturen. De berichtgeving onderweg klopt niet meer. Kleine liedjes kan ik nog zingen, maar dan met microfoon.

‘Ik heb met Rob de Nijs een mooi liedje opgenomen (De muziek gaat altijd door). Hopelijk helpt dat de Parkinson Vereniging, dan kunnen ze wat geld ophalen zodat ze misschien iets vinden zolang wij nog leven. Bas Bloem, professor in de neurologie en de grote man in Nederland op het gebied van parkinson, verwacht dat er binnen tien jaar een doorbraak zal komen. Maar dan moet ik het tien jaar zien vol te houden.’

Wat is je prognose?

‘Ik heb helaas een versie die een beperkte looptijd heeft: multipele systeem atrofie, MSA-P. Dat wil zeggen dat er lichamelijke functies gaan uitvallen. Daar kun je tien jaar mee leven. Ik heb het nu al vier jaar, dus ik kan nog wel even. Af en toe heb ik het gevoel dat de neuroloog zich vergist. Dat ik gewone, vlakke parkinson heb, waarmee je nog dertig jaar door kunt.’

Waarom denk je dat?

‘Omdat ik me goed voel, gelukkig ben. Ik heb een bijzondere dierbare vriendin ontmoet, Jolanda. We hebben elkaar drie jaar geleden leren kennen en een diepe vriendschap. Ik weet ook niet wat ze in me ziet.’

Vriendschap noem je het?

‘Wij noemen het vriendschap, relationele vriendschap.’

Wat is het verschil tussen vriendschap en verkering?

‘Verkering, dan zou je het... Er zijn een paar gebreken die gepaard gaan met mijn ziektebeeld waardoor je bepaalde dingen van een relatie niet kunt invullen. Daarom noemen wij het vriendschap. Dan is het wel duidelijk, denk ik. Ik vond dat ik ook over de taboes moest schrijven.’

Het boek is zeker niet alleen een verhaal over ziekte en daarmee omgaan. Het gaat over Smids jeugd, over zijn scheiding, zijn doorbraak bij het tv-publiek met De Drie Baritons (begonnen als parodie op The Three Tenors), over opkrabbelen na een belastingschuld waardoor hij zijn huis moest verkopen. Het gaat over het verdriet na het overlijden van zijn tweede vrouw, Roos, aan alvleesklierkanker. En uiteraard gaat het over Smids vroege entree in de operawereld. Want Smid was, ís, zanger – het ontzagwekkende, gebruinde geluid, het timbre bij uitstek voor de slechteriken in de opera, is er nog. Alleen de beheersing is weg.

Het begon met een onbezonnen auditie bij de studio van De Nederlandse Opera. Na een afwijzing daar werd hij wegens herkend talent doorverwezen naar het Amsterdamse conservatorium. Daar ging hij al na drie jaar weg, zonder diploma, om een baan aan te nemen in het operahuis in het Duitse Hof. Na een volgende job in Wuppertal ging hij verder als freelancer, waarna hij vooral bij Opera Forum in Enschede zong. In 1990 maakte hij de overstap naar musicals. Daardoor werd hij naar eigen zeggen nauwelijks meer gevraagd voor opera’s of klassieke concerten.

‘Mensen in mijn vak vinden dat ik verkeerde keuzes heb gemaakt. In mijn operacarrière deed ik alles te snel: doordat ik zo snel van het conservatorium ging, zou ik een stuk eruditie missen. Ik zou voor het geld hebben gekozen door in Les Misérables te zingen. Maar er was in Nederland amper emplooi in de opera en ik moest wel mijn rekeningen betalen, een gezin onderhouden. Dus als Joop van den Ende dan zegt: je krijgt 11 duizend euro per maand, zeg je niet nee. Maar alle Johannes- en Matthäuspassions die ik had staan, werden afgezegd. Ze konden het niet verenigen: een musicalman die de partij van Christus zong. ‘Wij zien af van verdere samenwerking’, hoorde ik dan.

Les Misérables heeft me opgeslokt. Zeven keer per week optreden, dat 450 voorstellingen lang. Ik kón er niets naast doen. In opera wordt lang vooruitgepland, soms vier jaar. Die operahuizen dachten misschien ook: hij heeft vast wat anders. Ik zie het als een dramatische wending in mijn carrière.’

‘Ik had een grote carrière kunnen hebben in Europa, in de beste theaters van Duitsland kunnen zingen. Maar het is gegaan zoals het is gegaan.’ Beeld Erik Smits
‘Ik had een grote carrière kunnen hebben in Europa, in de beste theaters van Duitsland kunnen zingen. Maar het is gegaan zoals het is gegaan.’Beeld Erik Smits

Je hart klopt meer voor opera dan voor musical?

‘Ik vind musical leuk, maar overgewaardeerd. Stephen Sondheim (van de musical Sweeney Todd, red.) vind ik een klasse apart, en Les Misérables is fantastisch, maar op maar een paar motieven gebaseerd. Dat kun je niet vergelijken met Verdi. Het was mijn grote droom om Verdi’s Rigoletto te zingen. Het enige stuk waarbij ik mijn vader heb zien huilen. Ik heb nooit een schouderklopje van hem gekregen en wilde hem graag ontroeren. Als ik dat kan doen, wist ik zeker dat ik ook een goede zanger was. Het is er niet van gekomen. Mijn vader is in 1981 overleden.’

Wat zie je als het hoogtepunt van je carrière?

‘De Lieder eines fahrenden Gesellen van Mahler, in de Stopera met het Balletorkest. Ik heb dat zo godvergeten mooi gezongen. Ik was licht verkouden, maar als je licht verkouden bent, sluit alles fantastisch. Dan zijn je stembanden verdikt zodat er geen wilde lucht meer door kan. In je strottehoofd voel je de resonantie extra goed. Ik heb daar ooit een opname van gehad, die ben ik kwijt, ik hoop dat die nog ergens wordt gevonden.

‘Nu ik mijn stem kwijt ben, zoek ik mezelf op internet op om te kijken of ik opnamen kan vinden. Dan denk ik: jij zong helemaal niet zo slecht, vriend. Waar ben je nou al die tijd zo bang voor geweest? Ik had ontzettende faalangst. Ik zong bij de generales altijd fantastisch, maar bij de premières leverde ik 30 procent in. En dan wist ik: morgen staat er weer zo’n zure recensie in de krant.’

Heb je het gevoel dat je het maximale uit je operacarrière hebt gehaald?

‘Nee, ik had een natuurtalent; ik heb nooit hard moeten werken om een rol te krijgen, ik deed gewoon auditie en werd meestal aangenomen. In het begin in Duitsland kreeg ik geweldige kritieken. Maar die faalangst: als het erop aankwam, liet ik het afweten. Misschien was ik ook te lui.’

Waar had je plafond gelegen als je er alles aan had gedaan?

‘Ik had een grote carrière kunnen hebben in Europa, in de beste theaters van Duitsland kunnen zingen. Maar het is gegaan zoals het is gegaan.’

Als een psychiater jouw boek zou lezen, welke conclusie zou die dan trekken?

‘Minderwaardigheidscomplex.’ (Stilte.) ‘Wat denk jij? Geef eens een voorzet?’

Het viel me op dat waar je ook komt je je altijd een buitenstaander voelt.

‘Dat is ook een centraal thema van het boek. Dat ik me altijd alleen heb gevoeld. Op het conservatorium was ik een lompe boerenjongen uit de Achterhoek die ineens in een mal maillotje dansoefeningen moest doen. In ons dorp werd ik gepest omdat ik niet plat praatte, uit de stad kwam (Enschede, red.), uit een protestants nest met negen kinderen, terwijl de rest van het dorp katholiek was. In de showbizz hoorde ik ook niet thuis, ik was met klassieke muziek opgegroeid. Ik voelde me niet op mijn gemak op die feestjes. Ik heb er in ieder geval geen echte vrienden aan overgehouden.’

Waar heb je nou het meest spijt van?

‘Dat ik in mijn leven slachtoffers heb gemaakt. Mijn eerste vrouw, Regien. Zij was mijn jeugdliefde. Toen ik in de opera in Enschede werkte, werd ik stapelverliefd op een balletmeisje, met wie ik later ben getrouwd. Ik heb Regien tekortgedaan, iemand pijn gedaan die waanzinnig van mij hield. Door de scheiding was het contact met mijn oudste kinderen niet frequent genoeg.

‘Regien en ik wonen inmiddels in dezelfde flat in Winterswijk, zij twee etages onder mij. Waarom kwam je nou precies boven mij wonen, vroeg ze. Nou, het was de enige flat in heel Winterswijk die ik kon huren. Onze verstandhouding is prima nu. Ze heeft een nieuwe man met wie ze gelukkig is, op de gang groeten we elkaar.’

Toen Peter R. de Vries overleed, werd een radiofragment opgehaald waarin hem werd gevraagd wat het journaal over hem zou moeten melden als hij zou overlijden. Hij zei: dat ik een goede vader was.

‘Dat is mij uit het hart gegrepen. Ik ben een goede vader geweest voor mijn jongste dochter, Coosje, uit mijn tweede huwelijk, die wel bij me woonde. Voor de oudsten ben ik er te weinig geweest. Echt het sjabloon van mensen die hard aan hun carrière hebben gewerkt, maar onderweg slachtoffers hebben gemaakt. Daar wil ik mee in het reine komen.’

Je schrijft veel over Coosje, die actrice en zangeres is. Zij wordt een personage, terwijl je Lieneke en Geert veel minder vaak noemt.

‘Ik vind het wel jammer dat je nu tot de conclusie komt dat ik aan hen in het boek te weinig aandacht heb gegeven. Kan ik dat in de tweede druk nog veranderen? Dan ga ik dat doen.

‘Het is iets wat me achtervolgt, ik moet mijn aandacht gelijkmatiger verdelen. Coosje wilde graag weten wat ik over haar zou schrijven. Ik zei: het is mijn boek, mijn verhaal. Toen ik dat aan mijn zoon Geert vertelde, zei hij: Coosje mag toch niet klagen? Ze heeft een eigen hoofdstuk. Ik heb er helemaal niet bij stilgestaan dat ik over hem geen hoofdstuk heb gemaakt.

‘In de laatste jaren die ik heb, wil ik mijn kleinkinderen groot zien worden. Ik bel mijn kinderen iedere dag, even horen hoe het met ze gaat. Mijn zoon is bezig een restaurant te openen in Almere. Prachtig mooi, met zicht op Muiderberg. Pap, zegt hij, jij komt hier lekker zitten, een biertje drinken, dan mag jij de gastheer zijn. Hij moet me alleen niet laten serveren. Al kan ik met rechts wel goed cocktails schudden.’

CV Ernst Daniël Smid

Geboren 6 mei 1953 in Enschede

1975 conservatoriumopleiding zang in Amsterdam

1978 begin carrière als operazanger (bariton) met baan in Hof, Duitsland

1985 zingt de titelrol in Dr. Faustus van Konrad Boehmer bij De Nederlandse Opera

1990 musicaldebuut in Les Misérables

1995 vormt De Drie Baritons met Henk Poort en Marco Bakker

1998-2010 maakt voor de Tros het tv-programma Una voce particolare

2001-2019 eigen programma op Radio 4

2020 treedt op in RTL’s The Masked Singer

2021 autobiografie Ernst

Smid is weduwnaar en heeft drie kinderen uit twee huwelijken.

Meer over