ColumnThomas van Luyn

Ik compenseerde mijn ham met diervrije kaas. Dat voelde goed

Thomas van Luyn Beeld
Thomas van Luyn

En nu is het vegan kaas wat de culinaire klok slaat. Eerst was het bestaan ervan ondenkbaar, een grap, een woordspeling, een extreemrechtse satire op dierenrechten, de clou van een mop over de vegan streaker. Maar in een paar maanden is vegan kaas van non-existent naar koddige zeldzaamheid naar prominente lifestyletrend in de schappen van elke supermarkt gegaan. Da’s knap. Patatje Joppie-chips deden langer over hun opmars, en dat was toch markttechnisch meer een inkoppertje, zou je denken. Zelfs mijn oude vertrouwde biologische kaasboer op de markt heeft nu twee soorten liggen. Meeloper als ik ben, heb ik het gekocht. Ik schaamde me wel een beetje tegenover de kaasboer, nazaat van een geslacht dat al generaties lang koemelk laat fermenteren in ketels en op houten schragen laat rijpen, en nu in plastic verpakte, plastic kaas verkoopt. Maar goed, zijn schoorsteen rookt ook met vegan kaas.

Ik kocht beide soorten, één in plakjes, de ander in een bonk. Een ding viel meteen op: ze zien er precies uit als kaas. Dat is helemaal niet nodig. Je zou het er ook uit kunnen laten zien als een reep chocola, een aansteker, of – als je humor hebt – een kippenpootje. Kwestie van het in het juiste vormpje gieten met juiste kleurstoffen.

Het tweede wat opviel is dat het woord ‘kaas’ nergens op de verpakking voorkwam. Ik vermoedde dat daar een rechtszaak was verloren, vergelijkbaar met een zaak die De Vegetarische Slager gewonnen had. Die mocht zijn kiploze kipstukjes gewoon kipstuckjes noemen. De vegan-kaasbonk noemde zich daarentegen een ‘Stück’. En de vegan-kaasplakjes heetten ‘plant-based gourmet slices’, 1-0 voor de zuivelindustrie.

Dan de smaak. De bonk zou, volgens mijn niet-vegan kaasboer, moeten smaken naar cheddar. Hij had het zelf niet geproefd, maar dat had een klant gezegd. Welnu, die klant had helemaal gelijk, in de zin dat de enige cheddar die ik ken op cheeseburgers van de McDonald’s zit en smakeloos is. Het Stück leek daar sprekend op. Maar niets is beter dan vies, dus ik geef ’m een 6.

De plant-based gourmet slices smaakten verrassend, tja, iets. Als je mij had verteld dat het kaas was, had ik het geloofd, want er is ongelofelijk veel rare kaas in de wereld. De plakjes hadden het juiste vleugje viesheid, het lichte kotsaroma van het stremsel uit de kalfsmaag dat in kaas zit. Het had ook iets pittigs, iets dat in de verste verte aan knoflook deed denken. Al met al associeerde ik de smaak met La vache qui rit. Heel knap. Het nadeel ervan was dat het daarmee mogelijk werd om deze kaas vies te vinden, en dat deed ik. Desondanks een dikke zeven min.

Dan de lakmoesproef: de tosti. Want daar gebruiken wij de kaas thuis voor. Ik deed de vegan kaas op mijn ham-kaas tosti. Dat voelde goed. Zoals Schiphol berkjes plant om te compenseren voor de kerosine, zo compenseerde ik mijn ham met diervrije kaas. Wereld weer in balans.

Beide kazen smolten, tot mijn grote verrassing, uitmuntend. Ze brandden alleen niet lekker aan. De lekkerste tosti heeft een beetje zoute, bruin aangebrande kaas, deze kaas bubbelde alleen. In combinatie met mijn compensatieham was het al met al best oké. De smakeloze nep-cheddar deed zijn werk door de ham te laten shinen, de plant-based gourmet slices vormden een pittig contrapunt. Ik ga proberen hieraan te wennen, waarom niet.

Meer over