Interview

‘Ik ben de eerste vrouw in mijn familie die alleen op zichzelf is gaan wonen’

Sevgi Yilmaz Beeld Eva Roefs
Sevgi YilmazBeeld Eva Roefs

In deze nieuwe serie interviewen Kustaw Bessems en Gidi Heesakkers alleenwonenden over alleenwonen.

Kustaw Bessems en Gidi Heesakkers

Waar de een tevreden is met de zeggenschap over een ‘eigen stukje aarde’, kan de ander zich ronduit onwelkom voelen in de samenleving. En voor veel alleenwonenden is het iets ertussenin: blij zijn met een plek voor zichzelf – ‘waar je weinig rekening met anderen hoeft te houden’ – en het soms toch ook lastig vinden, ‘zeker in coronatijden’. Dan kan het eenzaam zijn, hoorden we in de voorbereiding op deze serie interviews, en is het of levensvragen harder aan de deur kloppen.

Doordat sociale activiteiten nog meer organisatie vergen dan anders en veel dingen die je graag doet wegvallen of onzeker zijn lijken de verschillen met andere huishoudens ineens scherper. Het kan voelen alsof je niet zozeer een eigen keuze hebt gemaakt, maar een fase ‘achterloopt’ en zo kijkt de omgeving er ook wel eens tegenaan. Toch zijn er velen die nooit meer anders willen of zelfs niet anders kunnen. En al die schakeringen komen langs bij de mensen met wie de Volkskrant de komende tijd zal spreken over alleenwonen. Uit onderzoek van de RIVM Gedragsunit blijkt dat alleenwonenden tijdens de pandemie gemiddeld steeds wat eenzamer en ongelukkiger waren dan mensen met huisgenoten. Vóór corona was dat verschil niet zo groot.

Het gaat om 3,2 miljoen mensen, een aantal dat sinds de Tweede Wereldoorlog groter is geworden en dat volgens het CBS de komende decennia nog verder zal stijgen. Vroeger waren dat vooral weduwen, daarna kwamen de jonge singles en gescheiden partners erbij. Tegenwoordig is alleenwonen steeds vaker een bewuste keuze en daar kun je best een relatie bij hebben. In de vier grote steden ligt het percentage alleenwonenden hoger dan in de meeste gemeenten, net als in de studentensteden Groningen, Wageningen, Delft en Maastricht. Over het algemeen leven mensen ouder dan 70 het vaakst zonder huisgenoten.

In deze reeks vragen we hun hoe zij dat eigenlijk ervaren. Welke thema’s houden hen bezig, als het gaat over alleen zijn? Waar hebben zij behoefte aan? Vandaag de antwoorden van Sevgi Yilmaz (28) en Johan van Omme (72).

Sevgi Yilmaz (28): ‘De buren zeiden: we letten op elkaar’

‘Ik werd hier ’s ochtends wakker, zat op mijn bed en dacht: wat nu?’, zegt Sevgi Yilmaz (28). Ze had er zo lang voor gewerkt en gespaard, er zo naartoe geleefd en nu voelde het vooral onwennig, confronterend en alleen.

‘Ik woon hier sinds november’, zegt Yilmaz. We zitten in een monumentaal pandje in een winkelstraat in Schiedam. ‘In Rotterdam, waar ik werk, kon ik me alleen kartonnen dozen veroorloven: eenkamerappartementen in grote flatgebouwen. Ik zocht een buurt waar het veilig voelt, als jonge vrouw alleen.’

Wat is voor jou een veilige buurt?

‘Daarbij keek ik ook naar het type mensen, naar sociale klasse. Eigenlijk heel erg, sorry, dat is stigmatiserend. Dit is een drukke straat. En de mensen die hier wonen kennen elkaar allemaal. Ik was daardoor wel erg op zoek naar mijn plek: mag ik hier zijn? Dat zit erin bij mij. Ik ben vrouw, heb een Turks-Koerdische achtergrond, ben islamitisch opgevoed, jong. Overal waar ik terechtkom, is dat het eerste dat ik me afvraag.

‘Nieuwe buren vroegen me vaak: wat voor werk doe je? Dat klonk een beetje argwanend, zo van: hoe kun je je dit veroorloven in je eentje? Ik wilde bijna voor de grap zeggen dat ik in de drugs zit. Achteraf denk ik: ze waren vooral nieuwsgierig, dat gevoel zat bij mij. Ik ben opgegroeid in een witte, christelijke omgeving in Alblasserdam, waar ik me vaak buitengesloten heb gevoeld. O, ik ben zo blij dat ik daar weg ben.

‘De buren zeiden: wij letten op elkaar. Ik kwam ook terecht in een groepsapp met jonge vrouwen. Als iemand suiker, afvalzakken of ibuprofen nodig heeft, wordt dat gedeeld. De buren zeiden ook: je veegt je stoep en je zet je vuilnis op de juiste plek buiten. Ik werd er meteen op aangesproken dat ik de achtergevel moet laten doen, die de vorige bewoner had laten verslonzen.’

Waarom ben je op jezelf gaan wonen?

‘Een bevriende collega, een wat oudere witte vrouw, gaf me de tip: ‘Meid, je moet uit huis.’ Het enige wat ik dacht was: jij bent écht een Nederlander. Gewoon voor jezelf kiezen in plaats van voor je familie, dat klonk te makkelijk voor me. Terwijl ze gelijk had. Maar het duurde twee jaar voordat ik de stap kon zetten. Nu denk ik niet meer dat ik mijn familie in de steek laat als ik voor mezelf kies.

‘Mijn moeder komt uit een arm Koerdisch dorpje en werd uitgehuwelijkt aan mijn vader in Nederland toen ze 14 of 15 was. Ze was in Turkije bij haar tante in de stad op bezoek geweest en daaruit was de roddel ontstaan dat ze seks had gehad. Zo werd de druk extra groot om haar snel te laten huwen.

‘De moeder van mijn vader was een strenge, conservatieve oma. Ze woonde bij ons in en bepaalde alles in het huishouden, tot de inrichting aan toe. Mijn moeder mocht geen Koerdisch meer spreken. Op haar 16de was ze zwanger. Mijn oma wilde heel graag een jongetje, want in haar beleving werd een vrouw machtiger als ze een zoon kreeg. Maar eerst kwamen er drie meisjes. Mijn vader wilde niet zo veel kinderen.

‘Ik was 5 toen mijn oma overleed. Daarna werd alles anders. Mijn moeder zegt: als jouw oma was blijven leven, had je nu een hoofddoek en was je uitgehuwelijkt of zat je bij de Riagg. Zij gaf me mee: ik heb nooit verliefd kunnen worden en nooit kunnen reizen, dat wil ik voor mijn dochters wel.

‘Mijn vader is ook niet zo conservatief. Hij heeft als moskeevoorzitter in het christelijke Alblasserdam zelfs wel eens een lhbti-vlag uitgehangen.’

Het klinkt alsof je ouders je ontwikkeling best stimuleerden.

‘Maar onbewust brachten mijn ouders mij in een ouderrol. Vooral mijn moeder stelde zich hulpeloos en angstig op, wilde over alles advies. Het is ingewikkeld: aan de ene kant steunde zij mij, aan de andere kant wilde ze mij niet missen en hoopt ze tot op de dag van vandaag dat ik terugkom.

‘Ik deed het vwo. Dat ging me makkelijk af, maar dat wordt bij biculturele jongeren vaak niet gezien. Ik was druk, had concentratieproblemen, sliep tijdens de les. Een leraar kwam een keer op de gang naar me toe en zei: ‘Jij gaat het niet halen.’ Uiteindelijk heb ik bestuurskunde gestudeerd en twee masters behaald. Nu werk ik als beleidsadviseur.

‘Een studentenleven had ik niet. Kakkers, wit, biertje doen, borrelen, dat was echt een ver-van-mijn-bedshow. Ik deed mijn studie en ik ging weer naar huis. Mijn moeder had gezegd: vrijheid is niet vanzelfsprekend, je moet je geld verdienen en ervoor vechten. Ik bleef thuis wonen toen ik al werkte, dus ik hield veel over. Toen ik dit huis kocht, zei iemand tegen me: Sev, je was aan het sparen voor je vrijheid. Dat besefte ik toen pas.

‘Vlak nadat ik het huis had gekocht, in mei, raakte ik in een burn-out. Niet lang daarvoor waren mijn ouders gescheiden. De burn-out kwam door mijn werkdruk, maar ook door die grote veranderingen.’

Is er een last van je af gevallen nu je hier woont?

‘Het is heel erg wennen. Ineens geen drukte meer. Mijn jongere zusje en broertje komen af en toe langs, maar ik mis het dat ze om me heen zijn.

‘Toen ik hier net woonde, was ik bijna dwangmatig aan het schoonmaken. Ik ben de eerste vrouw in mijn familie die alleen op zichzelf is gaan wonen. Ik wilde niet dat iemand kon zeggen: zie je wel, je kan het niet. Terwijl er niemand was om dat te zeggen.

‘Ik ben nu weer beter. Pas de laatste drie weken kan ik alleen op mijn bank liggen en een serie kijken en ontspannen. Dat is toch gek? Het prettigst voel ik me als hier een vriendin langskomt voor wie ik kook. Ik kan dan nog een enorme leegte voelen als die weer weggaat. Toch voel ik nu: mocht ik een partner krijgen, dan wil ik niet samenwonen. Deze eigen ruimte wil ik houden.’

Johan van Omme  Beeld Eva Roefs
Johan van OmmeBeeld Eva Roefs

Johan van Omme (72): ‘Ik heb niet het gevoel dat ik eenzamer ben als ik alleen ben’

‘Ik heb op de ene schouder eenzaamheid en op de andere schouder vrijheid’, zegt Johan van Omme (72). ‘Zolang ik met allebei on speaking terms ben, heb ik het goed.’ Ongeveer een jaar geleden betrok hij in Delfzijl een seniorenwoning van 60 vierkante meter in een serviceflat, met zicht op de Waddenzee. Groot genoeg, zij het een stuk kleiner dan de oude pastorie in Holwierde die hij achterliet, het huis waar hij bijna twintig jaar woonde met zijn vrouw Adri en hun twee kinderen, en waar zij in 2017 overleed na een lang en heftig ziekbed. De laatste zes jaar van haar leven zorgde hij voor haar.

Dat hij niet in Holwierde zou blijven, was vlug besloten. Maar waar hij dan wel wilde wonen? Eind 2018 kreeg hij een relatie met Roelie, een weduwe uit Groningen die hij nog kende uit zijn studietijd. ‘Uiteindelijk heb ik mijn huis te koop gezet, zonder dat ik wist waar ik naartoe zou verhuizen. Ik dacht aan Utrecht of Groningen, misschien zou ik wel bij Roelie intrekken. Toen het huis werd verkocht, was Roelie al ziek. Begin vorig jaar overleed ze. Ik ben dankbaar dat ik die periode met haar heb kunnen beleven, maar ook zij ging op een akelige manier dood. Zat ik weer naast een sterfbed, in mijn eentje.’

In de tussentijd verhuisde hij naar dit appartement, in de buurt van zijn zoon. Zijn dochter kocht onlangs een huis in Groningen en komt geregeld aangewaaid. Alleenwonen is een kwestie van actief aandacht besteden aan vrijheid en eenzaamheid, gelooft hij. ‘Ik heb niet het gevoel dat ik eenzamer ben als ik alleen ben dan wanneer ik samenleef met een partner. Ook in relaties heb ik nooit…’ Begint te lachen. ‘Nou ja, volledige dekking gevonden.’

Zocht u daarnaar, een soort symbiose?

‘Zeker toen ik jonger was dacht ik wel dat het zo hoorde, ja. Mijn relaties waren niet verkeerd, maar wel wat zwaar. Als je in een relatie zit met iemand die veel aandacht of zorg nodig heeft, dan gaat dat ten koste van je vrijheid.

‘Tegen de achtergrond van een periode met veel zorgen voelt hier wonen voor mij bijzonder zorgeloos. Een van de kinderen had moeite zijn weg te vinden, mijn vrouwen gingen dood, de laatste fase van mijn werkende leven was ook niet wat het wezen moest. Ik ging naar een punt toe dat ik dacht: ik ben er wel klaar mee. Nou, dat gevoel is nu wel weer weg.’

Wat is daarvoor nodig geweest?

‘Ik ben bevrijd in de meest letterlijke zin: van lasten. Het huis in Holwierde was ook een last, er moest veel aan gebeuren. Ik voel me hier vrij. Het is goedkoop en ik ben met een maand opzegtermijn weg. Het mooie vind ik dat ik altijd de deur achter mij kan dichttrekken, ik heb hier niets om voor te zorgen. Eens in de week komt er iemand die de badkamer en de keuken schoonmaakt en met een schuin oog naar de planten kijkt.

‘Wel merk ik dat ik soms nog beschroomd ben als ik hier mensen uitnodig: wat moeten ze wel niet denken? Ik voel me eigenlijk nog niet oud genoeg, maar het voorland is natuurlijk dat ik ouderdomskwalen zal krijgen. Dat kan kort duren, dat kan lang duren, maar het is dichtbij genoeg om te weten dat het snel kan gaan. Ik wil nooit een beroep hoeven doen op mijn kinderen. Hier is thuiszorg, maaltijdvoorziening aan huis, huishoudelijke hulp; in materiële zin is alles geregeld. En stel dat ik wat minder fit word, of minder actief uit mezelf, dan kan ik hier toch wat activiteiten opzoeken. Daarvoor hoef je geen vrienden te worden, je kunt gewoon aanhaken.

‘Mijn caravan hoort voor mij bij deze manier van wonen. In april ga ik van IJmuiden naar Newcastle, en dan Schotland in. Het kan zomaar zijn dat ik drie maanden wegblijf.’

Maakte u die reizen ook toen u nog samenleefde?

‘Nee. De partners die ik had waren erg gericht op zon en strand, terrassen en eten. Ik parkeer mijn caravan graag op zo’n afgelegen kampeerterreintje zonder elektriciteit en voorzieningen. Als je ver genoeg af bent van mooi weer of het vakantieseizoen, nou, dat is een mooie manier van zijn, hoor. Ik kan niet goed uitleggen waar ’m dat precies in zit. Waar het op neerkomt: ik ervaar gevoelens duidelijker dan in een sociale omgeving. En ik deel mijn dagen helemaal in op basis van mijn eigen voorkeuren.’

Op dat laatste vlak schuurde het weleens in zijn relaties, zegt Van Omme. ‘Is dit mijn beslissing, heb ik nog de regie, of ben ik er een beetje ingerommeld, om het maar eens heel negatief uit te drukken? De verhuizing terug naar het noorden in 1999 is een voorbeeld van iets dat mijn vrouw graag wilde. Op sleutelmomenten heeft zij mijn leven wel gestuurd. En begrijp me niet verkeerd: ik heb dat laten gebeuren.’

Zou je kunnen zeggen dat u uzelf nu meer dan ooit aan uzelf hebt gecommitteerd?

‘Misschien wel ja. In het alleenwonen heb ik veel momenten van vrede. Het biedt een kwaliteit en mogelijkheden die je niet hebt als je samen bent. Geen rekenschap hoeven afleggen als je komt en gaat, dat is het voornaamste. Toch denk ik dat je als mens iets mist als je je nooit diep aan een ander hebt gecommitteerd.

‘Zo’n intieme relatie aangaan zie ik mezelf niet nog een keer doen, al weet je zoiets natuurlijk nooit helemaal zeker. Ik wil niet nog eens dat het schuurt of teleurstelt, dat mijn geliefde ziek wordt en doodgaat, of dat ik ziek word en doodga en zij voor mij moet zorgen. Als ik denk aan een toekomst met iemand, dan is het op deze leeftijd niet: wij gaan samen iets geweldigs opbouwen.

‘Natuurlijk zijn er momenten dat ik intimiteit mis. Aanraking. Natuurlijk zijn momenten die ik graag zou delen met iemand van wie ik houd en die ik vertrouw. Juist op die momenten is het de kunst om eenzaamheid en vrijheid allebei te omarmen.’

Bent of kent u iemand met een verhaal over alleenwonen? Mail in het kort wat u kwijt zou willen: g.heesakkers@volkskrant.nl of k.bessems@volkskrant.nl.

Alleen in een serie

Speurders in series, die wonen eigenlijk per definitie alleen. Van Homeland tot Killing Eve: detectives, spionnen en huurmoordenaars komen vrijwel altijd thuis in een huis zonder huisgenoten. Een exemplarische alleenwonende uit de alledaagsere categorie is de jonge vrijgezelle vrouw Fleabag uit de comedy-dramaserie Fleabag, van en met Phoebe Waller-Bridge. Tony uit After Life (van en met comedian Ricky Gervais) staat symbool voor het type dat het er moeilijk mee heeft. Hij is achtergebleven in het grote huis dat eerder werd verwarmd door de liefdevolle aanwezigheid van zijn overleden vrouw, zij het niet helemaal alleen: de hond sleurt Tony er op cruciale momenten doorheen.

Meer over