Columnarthur van amerongen

Ik ben de boze buurman geworden die voetballen van kindjes aan flarden snijdt

null Beeld

Na nachtelijke strapatsen in de grote stad Olhão ben ik meestal genoodzaakt te voet terug te keren naar Villa Vischlugt. Ik kan huiswaarts waggelen over de EN125, de nationale dodenweg, maar Portugezen zijn de allerslechtste chauffeurs van Europa en zelfs in Egypte en Nigeria zou men schrikken van de doodsverachting waarmee het anders zo levenslustige volkje de weg opgaat. De kans is dus groot dat ik word geplet door een stomdronken automobilist en zelfs mijn honden hun baasje niet meer herkennen.

Opgepeuzeld worden door Tita, Jamba en Matcha is overigens mijn hartewens; een wat minder exotische variant van de Tibetaanse jihator waarbij een keurig in moten gehakt lijk aan de gieren wordt gevoerd. Zo’n luchtbegrafenis scheelt begrafeniskosten, is klimaatvriendelijk, de beessies zijn er blij mee en je voorkomt de ontmoedigende papierwinkel bij de gevreesde ambtenaren van de gemeente Olhão.

Maar laat ik niet vooruitlopen op de feiten.

Mijn sluiproute van Olhão naar Villa Vischlugt loopt dwars door natuurreservaat Ria Formosa en is vooral bij volle maan superromantisch, want dan word ik begeleid door een concert van nachtvogels en gehuil van mij onbekende diersoorten. Er is slechts één obstakel: een suf stroompje dat tijdens vloed een kolkende maalstroom wordt. Erboven loopt een spoorbrug maar de afstand tussen de dwarsliggers is dermate groot dat ik zo in die gapende gaten kan donderen met mijn dronken kop en alsnog verzuip of in ieder geval een nat pak haal en dan gaat moeders de vrouw nóg meer mopperen.

Tien maanden geleden zag ik tot mijn vreugde dat er een houten fietsbrug over de priel des doods werd gebouwd, als onderdeel van de Ecovia. Dit ruim 214 kilometer lange fietspad doorkruist de Algarve van het ene punt naar het andere via een groene corridor die de Cabo de São Vicente met Vila Real de Santo António verbindt. Een kwade boer wil geld voor de fietsbrug op zijn land en de werkzaamheden liggen sedertdien stil.

Nu moeten moddervette, zwetende midlifecrisis-kereltjes in fluorescerend lycra helemaal omrijden over de EN125 om alsnog luid schreeuwend voor mijn zeehut langs te scheuren. Veel mafketels haken af vanwege die omweg. Van de week was het weer eens zo laat, qua Olhão. Ik waadde tot mijn middel door de maalstroom, staarde naar het karkas van de fietsbrug en dacht: liever verzuipen dan nóg meer van die Ecovia-kutfietsers. Ik ben geworden wie ik ben: de boze buurman die voetballen van kindjes aan flarden snijdt. Heerlijk!

null Beeld Gabriël Kousbroek
Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over