Hygiënisch en efficiënt

Waar slapen we?..

Toine Heijmans

De deur sloeg dicht en hij ging zitten op het stille bed. Dit was dan zijn domein, voor één nacht. Televisie aan, op zoek naar CNN. Hij keek nooit naar CNN, behalve in hotelkamers. Zodat je nog het gevoel had in de wereld te zijn terwijl je niet in de wereld was, maar in één van de 363 identieke hotelkamers van het Ibis Hotel boven Amsterdam Centraal.

Door het raam van de hotelkamer zag hij treinen vertrekken. Hij hoorde ze zacht kraken op de rails. Hij ging voor de spiegel staan en zag een afdelingsmanager op dienstreis.

Hoeveel managers zoals hij zouden hier vannacht bivakkeren?

Hotels hadden voor hem altijd avontuur betekend. Elk hotel heeft een te ontdekken karakter, zoals elke stad dat heeft. Maar hier voelde hij niks. De televisie had geen CNN en gaf een ruizig beeld.

De kamer was klein. Achter de deur begon meteen het bed. Er lag een laminaatvloer. Hij struikelde de badkamer in. Om water te drinken, moest hij een dunne kunststof beker van een plastic zak ontdoen. Dat ging niet gemakkelijk.

Hij probeerde zich de dag te herinneren. Meetings met partners, in de ochtend. Brainstorm over business requirements, in de middag. Nare budgetbespreking met de controller, in de avond. Diner met de productmanager. De productmanager had ontslag genomen. Die ging naar Canada, de vrijheid in.

Hij moest werken. Het moest af. Hij zette zijn laptop op een smalle aflopende plank die je een bureau zou kunnen noemen. Hij ging zitten op de klapstoel van antraciet metaal, en keek naar buiten. Hij zag de treinen en de mensen en het koude water van het IJ – een duwbak dreef voorbij. Een veerpont vertrok. Het was niet gemakkelijk om door het kleine raam te kijken; het had een schuifconstructie die moest voorkomen dat hij eruit zou springen. Het kon dus open, maar ook weer niet.

Zijn laptop had een wifiverbinding. Dat kostte geld. Zes euro voor een uur, vijftien euro voor drie uur; hij zag er vanaf. De controller zou deze uitgave niet accepteren.

Een biertje, dat had hij nodig. Met nootjes. Hij zocht naar de minibar maar die was er niet. Op de gang had hij een automaat gezien maar die was leeg. Beneden in de lobby was wel een kiosk met snacks.

Van de zesde verdieping moest hij met een lift naar de vijfde. Dan de traverse door, over de sporen heen. Hij zag een Thalys, klaar voor Parijs. Hij zag het Stationsplein, en de oude stad. In de lobby was de bar: een langgerekte, helverlichte ruimte. Hij pakte een blikje Heineken en wasabinootjes uit de kiosk, en betaalde 5,50 euro bij de receptie.

In de kamer was geen prullenbak voor het lege bierblikje. Er was eigenlijk niets: geen programmagids voor de televisie, geen map met hotelbriefpapier. Hygiënisch en efficiënt. Er was wel een folder van Hertz autoverhuur (‘the perfect match’). Deze kamer deed hem geen goed. Hij was midden in een levendige wereld, maar vanuit de capsule waar hij deze nacht was geparkeerd, leek het allemaal ver weg.

Zijn blackberry knipperde: een e-mail van de productmanager. 'kom je skiën in Canada?' Hij stond op, deed zijn jas aan en liep de straat op, het warme stadslicht tegemoet.

Toine Heijmans

Meer over