Hoofdofficier van justitie moet getuigen in hasjzaak

De rechtbank in Amsterdam heeft donderdag bepaald dat de Amsterdamse hoofdofficier van justitie J. Vrakking en diens plaatsvervanger R. Craemer door de rechter-commissaris moeten worden gehoord....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

De raadslieden willen opheldering over de rol van F. van der Putten, de voormalige chef van de Criminele Inlichtingendienst (CID) Gooi- en Vechtstreek.

Van der Putten kwam tijdens de parlementaire enquête opsporingsmethoden in opspraak. Hij werd vorig jaar ontslagen omdat het Openbaar Ministerie in Amsterdam het niet eens was met zijn ruime opvattingen over de inzet van opsporingsmethoden. Het Amsterdamse OM draagt de eindverantwoordelijkheid over de CID.

Van der Putten heeft in de beginfase van de SRV-zaak - het onderzoek naar de vermeende drugsbende begon in 1994 - een informant gerund. Officier M. Witteveen liet eind 1995 weten dat hij zijn twijfels had over de rechtmatigheid van Van der Puttens optreden.

Mede daarom zijn enkele strafbare feiten niet ten laste gelegd. De informant zou, aldus de aanklager, geen rol hebben gespeeld bij het opsporen van de smokkelschepen van de SRV-verdachten.

De raadslieden denken daar anders over. Zij vragen opheldering over het 'vuile voortraject'. De negen verdachten worden ervan beschuldigd met drie schepen, de Tender, Reina B. en Camscout, circa zestigduizend kilo softdrugs te hebben gesmokkeld. Een deel daarvan werd in beslag genomen, een ander deel werd door de bemanningsleden in paniek overboord gezet. De Reina B. werd door politie en justitie op volle zee geënterd. In het schip werd twintig ton Pakistaanse hasj aangetroffen.

Meer over