Reportage10 jaar single

Honderdvijftig dates via datingapps en nog steeds single: hoe kan dat?

Het begon in 2009 met Grindr, algauw volgde Tinder en inmiddels hebben datingapps ons liefdesleven grondig veranderd. Maar ook met duizenden kandidaten binnen handbereik lukt het nog lang niet altijd om iemand te vinden.  

Beeld Anna Kiosse

Floor: ‘We hadden net een match op Tinder en al nummers uitgewisseld. ‘Wat ga je dit weekend doen?’, appte hij. ‘Ik moet even naar de Bijenkorf’, antwoordde ik, waarop hij zei: ‘Dan ga ik daar een cadeautje voor je achterlaten.’ Dus toen ik die zaterdag klaar was, vroeg ik een beetje ongemakkelijk aan een verkoopster: ‘Heeft iemand misschien iets voor mij afgegeven?’ En inderdaad: hij had een boek over kunst en cultuur in Marrakech uitgezocht, precies wat ik interessant vind – en toen hadden we elkaar dus nog niet eens ontmoet. En toch liep het, zoals zo vaak, ook met deze man verkeerd af, anders zou ik hier niet zitten.’

Hier, dat is een restaurant in Utrecht, waar we vanavond onderzoeken hoe dat kan; tien jaar onlinedaten zonder resultaat. Aan tafel zit behalve Floor (54, werkt in de reclame) ook Nadine (27, accountmanager), Laurien (33, dierenarts die nu in het bedrijfsleven werkt) en Sabine (40, sociaal werker en therapeut bij haar eigen Studio Liefde): vier vrouwen die alles lijken te hebben, behalve een relatie. Natuurlijk, niet alleen hoogopgeleide, hetero vrouwen uit de grote steden worstelen daarmee. Maar het is wél een groep die het aantoonbaar zwaar heeft op de datingmarkt: hoger opgeleid, groter in aantal en soms met een nijpende(r) kinderwens dan mannen.

Toch gek, zou je zeggen, want als de jaren tien op romantisch gebied ergens door gedefinieerd worden, is het wel de opkomst van de datingapp. Het begon met Grindr (2009, alleen voor mannen) waarna onder meer Tinder (2012), Happn (2015) en Bumble (2018) volgden. Zet zo’n app op je telefoon en je swipet in een paar verloren minuten door tientallen, zo niet honderden potentiële liefdes, handig geselecteerd op basis van sekse, afstand, leeftijd en/of gezamenlijk gekruiste paden. En toch is dat geen garantie voor een relatie, ook niet als je zoals deze vrouwen al jaren op zoek bent. Hoe kan dat? En wat doet dat met een single mens?

Hoeveel dates hebben jullie gehad?

L: ‘Ik heb speciaal mijn ex geappt om te vragen hoe lang we nu uit elkaar zijn: bijna zeven jaar. Een stuk of honderdvijftig?’

F: ‘Ik ook rond de honderd. Ik ben tien jaar geleden op sites als eMatching en Parship gegaan, daarna kwamen de apps, maar er is nooit iets serieus uit voortgekomen. Er zijn wél heel veel dingen waar ik bij voorbaat op wegklik. Kleine kinderen, vissen, honden, motoren, foto’s zonder tekst, mannen die schrijven dat ze alleen een latrelatie willen, autoselfies.’

S: ‘Dat vind ik héél kritisch.’

F: ‘En natuurlijk: in de kroeg heb je dat niet. Want dan raak je aan de klets en dat iemand daar misschien op zijn motor is gekomen, met de hond erachteraan en de kinderen in de zijspan, daar ga je aan voorbij. Maar ­online moet je toch érgens op ­selecteren?’

S: ‘Ik probeer mijn keuzes in de digitale en de analoge wereld zo parallel mogelijk te maken: dus ook op de app wil ik kijken, voelen en intuïtief klikken. Maar vandaag merkte ik toch dat ik heel bewust alle mannen met kinderen weer wegswipete.’

Beeld Anna Kiosse

F: ‘En zo oppervlakkig kijkt een ander dus ook naar jou. Op de bank zitten tinderen: ik vind het heel armoedig.’

S: ‘Twintig jaar geleden ben ik begonnen op de site Love@Lycos, daar heb ik wel een vriend aan overgehouden – die inmiddels getrouwd is en kinderen heeft.’

N: ‘Bijna vier jaar geleden ben ik ­single geworden. Hebben jullie vaak dat eerste gesprek: waar kom je vandaan, wat doe je met je leven?’

L: ‘Ja. Het wordt routine. En dat vind ik heel slecht.’

Zo’n datingapp is één grote onlinekroeg vol vrijgezellen, daar kun je als leuke, slimme vrouw toch makkelijk iemand vinden?

L: Het is wél makkelijk om afspraakjes te maken. Maar het is niet zo dat je daar vervolgens heel makkelijk een ­relatie uithaalt.’

N: ‘Ik date maar met één persoon tegelijk, zelfs een nieuw gesprek begin ik pas als ik weet: met de vorige match wordt het niets. Maar als je gevoelig bent voor de gedachte ‘had ik niet beter kunnen krijgen?’, dan is het via de apps veel moeilijker om een relatie te vinden. Want je bent je er voortdurend bewust van: er zijn nog anderen.’

L: ‘Letterlijk één swipe away.’

S: ‘Als ik met drie jongens achter elkaar date, heb ik echt geen idee meer wat ik voel. Ik dacht altijd: als dit hem is, weet ik het meteen en dan valt de rest als een kaartenhuis in elkaar. Nou, dat is niet zo.’

F: ‘Het is een gelukje als er wat uit voortkomt, maar ik denk echt dat het de uitzondering is die de regel bevestigt. Bovendien vind ik dat er in vergelijking met twee jaar geleden héél veel expats en toeristen op zitten.’

Beeld Anna Kiosse

N (ironisch): ‘Zo van: ik heb iemand nodig die me de stad laat zien.’

S: ‘Ik ben van Tinder afgegaan. Om het plat te zeggen: als ik wil neuken, dan kom ik wel weer terug.’

Uit onderzoek van de Vlaamse mediawetenschapper Elisabeth Timmermans blijkt dat er dertien verschillende redenen zijn waarom mensen op apps als Tinder zitten: van nieuwsgierigheid of het opkrikken van je ego tot kijken hoe je in de markt ligt. Een relatie is maar een van de redenen.

F: ‘Weinig mensen zijn open over hun intenties, denk ik.’

N: ‘Aan de andere kant kun je op een app eerlijker zijn.’

L: ‘Ik heb al een partner. Of: ik zoek een onenightstand.’

F: ‘Maar er is ook een groot percentage mannen en vrouwen dat maar een beetje aanrommelt, zonder voorbedachte rade.’

S: ‘Toch denk ik dat die apps veel mooie relaties hebben gebracht. En het is een beetje lullig, maar...’

N: ‘...die leuke mensen zijn er dus al af.’

S: ‘Precies. Ik val op mannen met licht autistische trekjes, maar ook voor hen is Tinder natuurlijk geweldig om iemand te vinden: je hoeft geen ongemakkelijk praatje in de kroeg meer te voeren. Dus zelfs de leuke nerds zijn er minder, op Tinder.’

Hoe gaan jullie te werk?

F: ‘Als iemand het terras op komt lopen, is het mij meestal al duidelijk.’

N: ‘Vaak heb ik van tevoren een beeld gevormd van hoe iemand praat, en als dat niet blijkt te kloppen, zelfs al lijkt hij op zijn foto’s, denk ik toch: dit is niet wat ik had verwacht. En die verwachting is vervolgens heel moeilijk bij te stellen. Maar om te weten of ik iemand juist wél leuk vind, dat kost vijf, zes dates.’

Beeld Anna Kiosse

L: ‘Alleen: op een gegeven moment móét het voor je gevoel ergens toe gaan leiden, anders houd je iemand aan het lijntje.’

Op Tinder bestaat er niet zoiets als een vierde date, schreef jongerenplatform Vice: tegen die tijd is het óf een relatie, óf niets.

S: ‘Vroeger had ik een huisgenoot: helemaal niet aantrekkelijk, maar na een paar jaar begon ik hem te missen als hij weg was. Ik snapte er niets van, ik ging zelfs over hem dromen, en toen ineens, op een avond dat we uitgingen, sloeg de vlam in de pan.’ Met een lachje: ‘Het was na twee maanden weer over. Maar sindsdien weet ik: ik ben best wel bang om me open te stellen, dus als dat na drie dates al moet, is dat veel te snel.’

L: ‘Ik vond het een jaar geleden héél vervelend dat vrienden altijd vroegen: hoe staat het, heb je nog een keer met hem afgesproken? Dan voelde ik me onder druk gezet om te besluiten of het wat was, in plaats van te kijken hoe het zou lopen. Maar dat kwam misschien ook doordat ik zo bang was dat het wéér zou mislukken.’

Als een match niet meteen geslaagd is, kan de verliefdheid dan nog groeien?

F: ‘Nee, dat is me nog nooit overkomen.’

S: ‘Ik heb een vriendin die áltijd op de verkeerde mannen viel. En dat gaat op een app gewoon verder, hoor, of je nou in de kroeg staat of iemand digitaal ontmoet.’

L: ‘Wel een inzicht, dit.’

S: ‘Uiteindelijk heeft die vriendin in Paradiso een Engelse muzikant ontmoet. Ze hielden contact via Facetime, werden verliefd en hij vloog terug naar Nederland. Maar toen hij door de douane kwam, bleek hij veel kleiner dan ze zich herinnerde en was hij bij nader inzien ook nog parttime timmerman, terwijl zij altijd HBO of hoger wilde; het klopte totaal niet, hij was alles wat ze niet wilde. Maar ze besloot te stoppen met rationaliseren, omdat ze niet wéér de verkeerde keuze wilde maken. En nu hebben ze een kind.’

Beeld Anna Kiosse

Waarom ben jij nog single, Nadine?

N: ‘Omdat ik eigenlijk schubben heb. Nee, die is van Bridget Jones, natuurlijk. Ik denk dat mijn leven best op orde is, dus ik wil dat een man echt iets toevoegt. Een plus een is drie, dat idee, en als iemand dat niet kan bieden, dan hoeft het niet. Maar ja, dat is wel een uitleg waarbij het niet aan mij ligt.’

F: ‘Bij mij heeft het misschien ook te maken met de verkeerde keuzes. Soms ga ik met iemand daten van wie ik weet: dit is een probleemgevalletje, en zie ik het als een uitdaging om te zorgen dat het wél werkt. Mannen die volledig op zichzelf gericht zijn, bijvoorbeeld, die geadoreerd willen worden en vaak gebrouilleerd zijn met hun familie. Meestal niet houdbaar.’

Het ís al een speld in een hooiberg, en dan kies jij ook nog eens de zeer gecompliceerde speld.

F: ‘Ja.’

S: ‘Misschien projecteren we te veel op de romantische liefde: iemand moet echt álles voor je zijn.’

L: ‘Ik denk dat ik gewoon heel weinig mensen echt leuk vind. En misschien heb ik ook een beetje pech gehad, dat steeds als ik dacht: deze man wil ik wél goed leren kennen, het misging. Omdat hij niet lekker in zijn vel zat en daar eerst aan wilde werken, net een wereldreis had geboekt of ondertussen verliefd was geworden op een ander.’

S: ‘Dat is waarom ik ooit in therapie ging. Al mijn dates mislukten en ik dacht: ik kan die jongens wel de schuld blijven geven, maar nu wordt het tijd om naar mezelf te kijken. Uiteindelijk kwam ik erachter: ik ben gewoon liefdesbang. Mijn moeder is overleden toen ik 19 was, ik ben vroeger gepest; ik was zó angstig om iemand te verliezen dat ik altijd mannen koos met wie het nooit serieus zou worden. Ik stelde ook heel hoge eisen aan hun uiterlijk: als ze verliefd werden en het kwam te dichtbij, kon ik denken: nee, hij is toch niet knap genoeg, klaar. Het is niet makkelijk om uit dat patroon te komen, vandaag weer: lach ik me rot om een profieltekst, druk ik toch weer op dat kruisje: niet knap genoeg. Maar ik weet nu in elk geval dát ik het doe.’

N: ‘Heel eerlijk: ik denk dat ik niemand nodig heb om mijn leven leuker te maken. En mannen zeggen wel dat ze die onafhankelijkheid aantrekkelijk vinden, maar tegelijkertijd, als je ze écht niet nodig blijkt te hebben...’

F: ‘Volgens mij zijn mannen helemaal niet op zoek naar een sterke vrouw.’

N: ‘Nee. En vinden ze het leuk om een beetje nodig te zijn.’

F: ‘Dus als ze iemand naast zich hebben die haar zaakjes voor elkaar heeft, vinden ze dat helemaal niet zo fijn.’

N: ‘Soms heb ik wel medelijden. Veel vrouwen vinden het bijvoorbeeld logisch dat een man op de eerste date betaalt, maar je hebt ook vrouwen die dan juist beledigd zijn. Dat is toch verwarrend als man?’

F: ‘Ik vind dat gewoon hoffelijk. Ik vind trouwens ook dat een man bij een match het gesprek moet beginnen, dat ga ik echt niet doen.’

Beeld Anna Kiosse

N: ‘Waarom niet, dacht ik een keer. Nou, ik merkte gelijk dat hij minder moeite deed. En toen we daarna toch op date gingen begon hij er wel zes keer over, alsof ik dan héél enthousiast zou zijn.’

L: ‘Wat een ego.’

‘Het zou goed zijn als singles zich realiseren dat ze zelf ook niet perfect zijn’, zei psycholoog en singlecoach Meinou Lambeck onlangs in Psychologie Magazine: ‘Dat is namelijk niemand’.

F: ‘Maar zo veel gevraagd is het toch niet, dat je het fijn hebt met iemand die enigszins intelligent is en breed geïnteresseerd?’

N: ‘Tegelijkertijd: als ik zou merken dat een man míj nodig heeft om zich beter te voelen: afknapper. Ik wil gewoon dat hij telkens opnieuw voor me kiest. Als ik aan het daten ben, vraag ik me altijd af: ben ik nog leuk genoeg? En als iemand me niet nodig heeft en tóch bij mij wil zijn, is dat elke keer opnieuw een bevestiging.’

S:‘Ik vind dat een mooie definitie van liefde. Uiteindelijk is verliefdheid ook maar een moment, soms is het meer, soms minder. Het gevaar is misschien dat wij, in tegenstelling tot veel vrouwen vroeger, dankzij onze zelfstandigheid sneller stoppen en verder kijken.’

F: ‘Mensen steken over het algemeen weinig energie in hun relatie. Het moet allemaal leuk zijn, anders zetten ze de app weer op hun telefoon.’

Beeld Anna Kiosse

N: ‘Wanneer zou jij hem eraf halen?’

F: ‘Volgens mij heb ik dat nog nooit gedaan. Soms zeggen mijn dates dat ze de app hebben gewist. Dan krijg ik het een beetje benauwd.’

L: ‘Je verwijdert hem zelfs niet als je langer met iemand aan het daten bent?’

F: ‘Nee. En ik ga er ook van uit dat mijn date zich dan niet beledigd voelt. Er staan zoveel appjes op mijn telefoon waar ik niets mee doe.’

De Franse journalist Judith Duportail kwam erachter dat mensen vooral gaan tinderen als ze zich een beetje down voelen.

S: ‘Net als met alcohol of drugs: als je je niet goed voelt, ga je afleiding zoeken. Maar ik vraag me af of dat de juiste stemming is om een nieuwe liefde te vinden.’

L: ‘Als er iets is misgelopen wat ik echt leuk vond, ga ik uit boosheid en ergernis heel snel een andere date regelen, haha. Zo van: zie je, ik ben wél leuk.’

Al die jaren daten, doet dat iets met je, als mens?

S: ‘Ik heb er vooral van geleerd: wat ik wel en niet zoek, dat veel mannen niet eerlijk naar zichzelf zijn: ze hopen klaar te zijn voor een relatie, maar hebben nog te veel oud zeer. Ik heb er zelfs een cliënt aan overgehouden. ‘Het klinkt alsof je nog niet toe bent aan een nieuwe relatie’, appte ik mijn match, ‘maar ik heb wél een praktijk.’’

Beeld Anna Kiosse

F: ‘Ik ben er zelfverzekerder van geworden, omdat veel mensen me blijkbaar leuk vinden. En natuurlijk zijn er ook gevallen waarbij ik iemand wel leuk vind en hij mij niet, maar dat vind ik niet zo kwetsend. Tegelijkertijd is het frustrerend. Dan investeer je in iemand en om welke reden dan ook werkt het wéér niet.’

L: ‘Ik denk dat elke afwijzing een klein deukje geeft. Maar dat is niet alleen online. Dat matches niet terugpraten, vind ik niet vervelend, maar ik heb me na dates die in mijn ogen kansrijk waren, wel vaak afgevraagd: waarom hoor ik niets? Ik kan het dan toch niet laten om zelf te appen, maar ik heb wel geleerd: zelfs als ze antwoorden, loopt het in zo’n geval op niets uit. En dan voel je je weer een sukkel omdat je het toch geprobeerd hebt.’

N: ‘De laatste gast waar ik twee ­maanden mee gedatet had heeft me geghost. Weg. Totale stilte.’

L: ‘Echt?!’

N: ‘Na een week heb ik geappt: ik vind dit niet oké, een beetje respect, graag. Toen appte hij: ik heb gemerkt dat ik het te druk heb en jou daardoor niet de aandacht kan geven die je wil.’

S: ‘Dat vind ik zó laf. Zeg gewoon: ik voel het niet.’

En nu de gewetensvraag: gaat het lukken om per app de liefde te vinden?

N: ‘Ik denk eerder dat het op een andere manier niet meer gaat lukken. Laatst kwam er na een uur oogcontact een man in een café op me af. ‘Zit je op Happn?’, was het enige wat hij vroeg. Dan denk ik: gast, ik sta hier voor je. Het lijkt of het steeds minder normaal wordt om elkaar offline aan te spreken.’

Beeld Anna Kiosse

F: ‘Het heeft lang geduurd voor ik op Tinder ben gegaan, en eigenlijk geloof ik er nog steeds niet in: het is zo lastig om iemand eruit te filteren die hetzelfde in het leven staat als jij. Maar ja, ik wil niet weer zonder wederhelft naar zo’n nieuwjaarsborrel, en wat zijn mijn andere mogelijkheden? Op kantoor ben ik me gewoon aan het concentreren, op de sportschool kom ik niet om te socializen, als ik uit eten ga, ben ik met mijn eigen gezelschap. Ik zou niet weten waar ik hem ga ontmoeten.’

S: ‘Je kunt ook denken: ik ga wél om me heen kijken. Me openstellen. Verbinding maken. Ik dram misschien een beetje door omdat ik door mijn therapie veel reflecteer, maar ik denk dat veel van de oorzaken waardoor het niet lukt in onszelf zitten.’

F: ‘Maar als er op een concert een leuke vent naast me staat, dan ga ik hem toch écht niet aanspreken. Dat durf ik niet.’

L: ‘Omdat de kans op afwijzing te reëel is?’

F. ‘Ja.’

S: ‘Dus dat is waar de winst te behalen valt.’

L: ‘Uiteindelijk vind ik wel iemand online, denk ik. Het aanbod is zo groot, dat moet bijna wel. Toch?’

S: ‘Het is allemaal oké, zeg ik tegen mezelf als ik moedeloos word. Mijn opa ontmoette op zijn 70ste een vrouw in de bus waar hij nog tien jaar dikke lol mee heeft gehad, dus ik weet: die man komt wel als ik er klaar voor ben, ook al is het over veertig jaar. En dan wordt het súperleuk.’

 N: ‘Dat denk ik ook. Ik ben nu misschien heel streng, maar de dag dát ik hem vind, dan klopt het.’

Meer over