ColumnPeter Buwalda

Honderdduizenden doden later zal Poetin toch nog winnen, ben ik bang

null Beeld
Peter Buwalda

‘Heb ik al eens over Fruts’ vader geschreven?’

‘Schrijf liever over Poetin.’

‘Dat doet de hele wereld al, vandaag. Over de vader van Fruts schrijft niemand, let maar op.’

‘Hoe heette die jongen echt, eigenlijk?’

‘Sturf. Nee, zeg ik niet. Fruts is een gefingeerde naam. Maar Fruts’ vader was een rare man. Lang niet zo raar als Marc Overmars of Poetin, maar er zat wel een draadje los.’

Oké, kort over Poetins losse draadje, wat moet zo’n man met nog meer land, vraag ik me af. Een buffer, denkt Clingendael, maar dat lijkt me onzin. Welke gek wil na Napoleon en Hitler Rusland nog bezetten? Baudet misschien, t.z.t. Maar dat zien we dan wel weer, Vladimir. Of komt het allemaal door je vergadertafel?

Fruts’ vader was trouwens militair, majoor of zo. Als hij in Oekraïne zou wonen, nu, ging hij de straat op met zijn uzi. Dat vraagt de president van Oekraïne aan zijn burgers, lees ik net. Is dat wel verstandig? Honderdduizenden doden later zal Poetin toch nog winnen, ben ik bang. Meteen overgeven lijkt me beter. En dan wachten tot ze weer opsodemieteren? Of totdat Baudet komt.

Maar goed, omdat Fruts’ vader majoor was, gingen we hem bespioneren. Op zijn werkkamer stond een doos met Playboys, waaronder Fruts zijn draagbare radiocassetterecorder verstopte toen zijn vader aan het poepen was. Dat laatste wist Fruts zeker, hij had hem de plee zien ingaan met een brandende sigaar en een kruiswoordraadsel. We hadden een kwartier. Risicoloos was het allemaal niet, Fruts’ vader had een opvliegende natuur, had ik al eens ondervonden. We zaten een keer aan de keukentafel, Fruts’ vader gaf ons groene aanmaaklimonade, een kleur die ik in verband bracht met het leger. ‘Dank u, papa’, zei Fruts beleefd, waarna we in een keer onze glazen leeg klokten, bam, lekker! Hierop gaf Fruts’ vader Fruts een klinkende oorvijg. ‘Ben je helemaal gek geworden!’, bulderde hij. ‘Ondankbaar rotjoch!’ (Ik kreeg niks, wat oneerlijk was. Maar ook wel weer prettig.)

Een andere keer was ik blijven logeren. Voor het ontbijt stond ik in de badkamer mijn tanden te poetsen toen ik achter me een bulderlach hoorde. In bad bleek Fruts’ vader te zitten, wist ik helemaal niet, hij had het douchegordijn opzij geschoven. ‘Wie poetst er nou zijn tanden vóór het eten!’, schreeuwde hij. ‘Die is gek!’

Toen Fruts’ opa en oma arriveerden, ging zijn vader naar beneden. Wij ook, even hallo zeggen, chips eten, maar erna gingen we weer ‘spelen’. Met een geroutineerde snelheid haalden we de cassetterecorder uit de doos met Playboys. ‘Wil je er eentje lenen?’, vroeg Fruts. Tja, nou ja, ach – wilde ik wel. Ik moest er een onder mijn broekspijp verbergen, adviseerde hij, sok erover, klaar.Terwijl we op Fruts’ slaapkamer het bandje afluisterden, alleen geruis en zo nu en dan een harde scheet, gevolgd door snuifgeluiden, echt waar, super, rolde ik Viola Holt om mijn onderbeen. (Zij stond erin. Ik moet hem nog steeds terugbrengen, trouwens.)

‘Gewoon door de kamer lopen en dáág zeggen, tot de volgende keer’, adviseerde Fruts me. Helaas wilde Fruts’ moeder, en ook zijn opa en oma, waar bemoeiden die twee zich mee, dat ik bleef mee-eten. ‘Ik heb je moeder al gesproken’, zei ze, ‘die komt het heel goed uit.’ Gratis voer – tuurlijk.

Aan tafel zat ik naast Fruts, gelukkig, maar ook naast Fruts’ vader, jammer genoeg precies de kant van mijn onderbeen met Viola Holt erom. Soms raakte zijn knie me. Misschien ging Fruts’ vader me fouilleren, zomaar, zo was hij wel.

Meer over