INTERVIEWSTUSSENJAAR

Hoe vijf jongeren tijdens de pandemie hun tussenjaar hebben beleefd. ‘Ik heb Gambia uiteindelijk nooit gezien’

Max Mekkes Beeld Hilde Harshagen
Max MekkesBeeld Hilde Harshagen

Een highschool prom meemaken, in snel tempo volwassen worden of in Gambia het evangelie verkondigen. De vijf tieners die de Volkskrant vorige zomer sprak hadden hoge verwachtingen van hun tussenjaar. Zijn die ingelost?

Jannieke, Max, Roos, Lante en Oscar vormden vorig jaar een bont gezelschap dat in een tussenjaar op zoek wilde naar hun rol in de wereld. Sommigen van hen twijfelden: Lante en Oscar wisten nog niet zo goed wie ze waren. Anderen wisten juist precies wat ze van het leven verwachtten. Het tussenjaar zouden ze gebruiken om een langgekoesterde droom in vervulling te laten gaan: Jannieke wilde al sinds haar 12de naar Afrika en Roos droomde ervan op een middelbare school in de Verenigde Staten te zitten.

Alle vijf hadden hoge verwachtingen van het tussenjaar. Ze zouden ervaringen opdoen die later onuitwisbare herinneringen zouden worden, ze zouden levenslessen leren en volwassener worden – ondanks de pandemie. Een jaar later vraagt V hun: wat is er van die plannen terechtgekomen?

Max Mekkes (19) uit Randwijk wilde als au pair naar Engeland

‘Nadat ik was afgewezen op de toneelschool, besloot ik een jaar in het buitenland te gaan werken. Thuis had ik weinig meer te zoeken: mijn meeste vrienden zouden gaan studeren. Via Au Pair World, een website die gastgezinnen en au pairs met elkaar verbindt, kwam ik in contact met een upper classgezin uit Newbury, ten westen van Londen. Ieder jaar haalden ze een au pair in huis om het huishouden te runnen en voor de kinderen te zorgen. Ik vind het leuk om met kinderen te werken, zou gratis kost en inwoning krijgen en kon op die manier door Engeland reizen.

Toen ik begin september in Newbury aankwam, voelde ik dat er iets aan de hand was. Er hing een gespannen sfeer in huis. Ik probeerde de vriendelijkste versie van mezelf te zijn en extra lief te zijn voor de kinderen.

Op de negende dag gebeurde er ’s ochtends iets. Het dochtertje (6) zat televisie te kijken toen ik haar vroeg haar ontbijt op te eten. Ze weigerde naar me te kijken en bleef nukkig naar de buis staren. Ik besloot alvast haar broertje (8) te helpen met het poetsen van zijn tanden. Na een poos kwam haar moeder de trap op en viel tegen me uit: het was mijn taak om de kinderen ’s ochtends klaar te maken. Ik wilde uitleggen dat ik het dochtertje lastig vond, maar in plaats van ‘difficult’ noemde ik het kind ‘irritating’.

De rest van de dag werd er niet meer tegen me gesproken en ’s avonds kreeg ik een appje van de moeder dat ze een terugvlucht voor me had geboekt. Toen haar man thuiskwam sprak hij zalvende woorden – ‘Trek je er niets van aan’ – maar hij kon niets voor me betekenen. Wat bleek? De ouders lagen in scheiding en woonden noodgedwongen nog samen.

Ik heb die avond gekookt, mijn spullen ingepakt en de volgende ochtend werd ik naar het vliegveld gereden. Na tien dagen Engeland was ik terug in Randwijk.

De rest van het jaar heb ik in een slijterij in Wageningen gewerkt. Ondanks het voorval in Engeland, heb ik toch wat aan het tussenjaar gehad. Een hele week werken is lang en slopend, waardoor ik waardering heb gekregen voor mensen die werken. Elke dag naar kantoor en dat vijf dagen per week: je moet het maar kunnen. Ik weet nu nóg beter dat ik de kunstkant op wil.’

Roos Luijten Beeld Hilde Harshagen
Roos LuijtenBeeld Hilde Harshagen

Roos Luijten (17) uit Epe wilde naar een Amerikaanse high school

‘Toen vrienden me vorig jaar vroegen of ik zin had in het tussenjaar, reageerde ik enthousiast. Maar van binnen twijfelde ik. Het was mijn droom om naar een Amerikaanse high school te gaan, maar dat was vóór corona. Wat als ik daar straks, net als in Nederland, amper naar school zou kunnen? Het leek plotseling het slechtst denkbare jaar voor een tussenjaar.

Gek genoeg bleek het juist het beste jaar om naar de Verenigde Staten te gaan. In Texas trok men zich weinig aan van het virus. In november maakten we een rondreis door acht verschillende staten, en vanaf januari mocht iedereen weer naar school zonder beperkende maatregelen.

Wat me verbaasde was hoe wereldvreemd de Amerikaan is. In Burleson, een voorstad van Dallas, Texas, vroegen ze zich af wat de hoofdstad van Europa was. En of ik ook in Nederland 17 jaar oud was, of dat ze de leeftijd hier op een andere manier bijhouden. Dat waren niet alleen vragen van leeftijdgenoten, maar ook van oudere mensen. Ze hebben moeite zich een wereld buiten Amerika voor te stellen.

Voor mijn reis wist ik dat mijn beide gastouders bij de politie werkten. Op basis van hun Facebookberichten zou het me niet verbazen als het Republikeinen waren. Zelf was ik vorige zomer vrij uitgesproken over de Black Lives Matter-demonstraties. Op Instagram plaatste ik geregeld berichten tegen racisme, om mensen eraan te herinneren dat er na de dood van George Floyd nog weinig was veranderd. Daarom had ik me voorgenomen om tijdens het tussenjaar niet te veel over politiek te praten.

Dat bleek een goed idee. Ik wist dat Texas conservatief is, maar ik zag daar met mijn ogen wat dat betekende. Voor de presidentsverkiezingen werden in de stad parades gehouden, waar trucks met Trump-vlaggen door de straten reden en luid toeterden. In de voortuin hebben de meeste inwoners een rood bordje staan dat duidelijk maakt dat ze Republikein zijn.

Ook mijn gastouders hebben op Trump gestemd, maar het waren geen ‘gekkies’. In 2008 en 2012 hebben ze op Obama gestemd, vertelden ze. Als we over George Floyd spraken, raakten ze van slag. De vader werkte als politieagent op een school. Hij ging soms in een Superman-outfit naar zijn werk, om een band op te bouwen met de scholieren en hun gezinnen. Hij zat met de moord op Floyd in zijn maag, want daarop werd hij als agent ook aangesproken. Op straat maken ze geen onderscheid tussen goede en slechte agenten. Dat vond ik wel rot voor hem.’

Oscar Brendeke Beeld Hilde Harshagen
Oscar BrendekeBeeld Hilde Harshagen

Oscar Brendeke (19) uit Soest wilde op zoek naar het ‘vonkje’

Sommige vrienden weten precies wat ze willen met hun leven; ik niet. Dus nadat ik na een paar maanden was gestopt met de studie commerciële economie, was ik ten einde raad. Daarom schreef ik me in voor een Breekjaar, waarin je onder begeleiding van coaches jezelf beter leert kennen en op zoek gaat naar ‘het vonkje’.

Al snel kwamen mijn coaches erachter dat mijn probleem ergens anders zat: ik vond mezelf nooit goed genoeg. Ik was perfectionistisch en als ik wel iets had bereikt, wist ik er geen vreugde uit te halen. Ik houd bijvoorbeeld erg van koken. En ook al vond iedereen het eten lekker, zelf dacht ik dat het beter had gekund. Nu heb ik geleerd om niet zo hard voor mezelf te zijn.

Na de zomer ga ik opnieuw beginnen met een opleiding, hotel- en eventmanagement. Het grote verschil is dat ik me na mijn tussenjaar geen klein jochie meer voel.’

Jannieke Eenkhoorn Beeld Hilde Harshagen
Jannieke EenkhoornBeeld Hilde Harshagen

Jannieke Eenkhoorn (19) uit Rijssen wilde vrijwilligerswerk doen in Gambia

‘De laatste jaren van de middelbare school vond ik best stressvol. Als perfectionist kon ik balen als ik maar een 9 voor een natuurkundeproefwerk haalde. Omdat die stress zich vertaalde naar knie- en rugpijn, leek het me verstandig om het even rustiger aan te doen.

Ik wilde in het tussenjaar naar Afrika om daar vrijwilligerswerk te doen, een ervaring waar ik al sinds mijn 12de van droom. Ik ben christelijk opgevoed; voor een ander zorgen is een terugkerend thema in de Bijbel.

Ik heb Gambia uiteindelijk nooit gezien. Vanwege het coronavirus vond de organisatie die het project deed het niet verantwoord meer. Ze lopen daar erg achter met vaccineren.

Dat ik niet weg kon was een enorme domper. In plaats daarvan heb ik bij Albert Heijn gewerkt. Kassa's draaien, schappen vullen, producten controleren. Fijn dat ik tijdens corona bezig kon blijven. En het is een voordeel dat ik een boel geld heb gespaard. Ik hoef zo geen skere student te zijn als ik verloskunde ga studeren.

In Afrika wilde ik ook leren hoe ik zelfstandiger kon worden. Hoewel ik niet in het buitenland was, heb ik mezelf toch uitgedaagd. Mijn ouders gingen op vakantie en ik bleef alleen thuis. Ik heb die week bewust activiteiten ondernomen die ik normaal gesproken niet zou doen. Ik ben in mijn eentje wezen fietsen, en naar andere steden gereisd. Ik kwam uit mijn comfortzone, dat heeft me zelfstandiger gemaakt.

De droom om naar Afrika te gaan is nog niet verdwenen. Ik ben pas 19, mijn beurt komt nog wel.’

Lante Kluiving Beeld Hilde Harshagen
Lante KluivingBeeld Hilde Harshagen

Lante Kluiving (18) uit Delft wilde een documentaire maken over volwassen worden.

‘Al sinds mijn 12de ben ik bezig met videoproducties. Filmen, monteren, presenteren: alles wees erop dat ik een carrière in de filmindustrie moest najagen. Maar toen ik me vorig jaar aanmeldde voor twee filmopleidingen, werd ik zonder pardon afgewezen. Ik heb nooit gehoord waarom ik niet ben uitgenodigd, maar veel mensen zeiden dat het kwam doordat ik jong was en te weinig levenservaring had.

Eerst begreep ik dat niet. Ik dacht: willen ze soms dat ik een jaar in een oorlogsgebied ga wonen? Maar langzamerhand begreep ik dat zo'n opleiding wil dat je je bewuster wordt van jezelf en je omgeving. Dat je weet wie je bent en welke plek je wilt innemen in de maatschappij. Dat ik dat vorig jaar nog niet wist, hoort bij de leeftijd. Maar je kunt het proces van volwassen worden vast wel versnellen.

Direct na de zomervakantie ben ik naar Zweden gereisd en nam ik mijn camera mee om alles vast te leggen. Ik heb daar een maand op een biologische groenteboerderij in de buurt van Uppsala gewerkt. Tomaten plukken, sla uit de grond halen en veel praten met de eigenaar van boerderij. Ik was er gelukkig, maar ook eenzaam en onzeker. Dat waren gevoelens die ik niet eerder zo hevig had ervaren. Ik heb geprobeerd dat zo goed mogelijk vast te leggen in de documentaire die ik over mijn reis heb gemaakt.

Op de boerderij kwam ik een meisje tegen dat over haar vader vertelde. Die woonde in het noorden van Zweden waar hij jager en visser is. Ze zei dat ik eens bij hem langs moest gaan. Ik dacht: die kans moet ik niet laten liggen. Ik ben toen met de nachttrein naar Umeå gereisd. Het werd een mooie toevoeging aan de film. Dankzij het tussenjaar ben ik nu toegelaten tot de filmopleiding van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.’

Meer over