Hoe sociaal is de nieuwe generatie

In de volgende eeuw zal de individualisering voortschrijden, wordt algemeen verwacht. De welvaart maakt ons minder afhankelijk van andere mensen, de consumptiemaatschappij stelt ons steeds meer in staat een eigen hedonistisch universum te creëren....

Peter Giesen en Mirjam Prenger

Internetrelaties

STEEDS meer mensen verschijnen in hun eentje op de bowlingbaan, constateerde de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam in 1995. Het gezelligheidsspelletje van weleer is een individualistische activiteit geworden. De eenzame bowler pakt zijn eigen bal uit het lederen foedraal, niet om met anderen te spelen, maar om zijn eigen records aan te vallen.

Putnams artikel Bowling Alone werd beroemd, maar ontlokte ook veel kritiek. De politicoloog zou zich schuldig maken aan overdrijving. In werkelijkheid doen mensen nog altijd veel met elkaar, vonden de critici. Ze worden lid van een vereniging, of ondernemen informele activiteiten die buiten de statistiek vallen. Ze richten bijvoorbeeld een muziekbandje op, een lees- of eetclub.

Hoe staan Nederlandse jongeren ervoor? Zijn het solisten of wordt de jeugdcultuur juist gekenmerkt door groepsgedrag? Gemiddeld hebben jongeren 3,6 goede vrienden, blijkt uit de enquête. Een goede vriend is omschreven als iemand met wie je alles kunt delen, niet alleen in materieel, maar ook in emotioneel opzicht. Jonge mannen hebben meer van zulke vrienden dan jonge vrouwen, 3,9 tegenover 3,4. Bijna alle jongeren, 93 procent, vierden hun verjaardag met familie en vrienden. Gemiddeld kregen zij bezoek van ongeveer 18 mensen.

Het verenigingsleven bloeit onder jongeren. Slechts 14 procent van de vrouwen en 17 procent van de mannen is helemaal nergens bij aangesloten. Gemiddeld zijn jongeren lid van twee organisaties of verenigingen. Het meest populair is de sportvereniging, met 43 procent. 11 Procent is lid van een ideële organisatie als Amnesty of Natuurmonumenten, vrouwen (14 procent) vaker dan mannen (8 procent).

Bij de informele activiteiten is vooral sport belangrijk. 72 Procent van de jongeren doet aan sport. Daarvan gaat ruim de helft weleens sporten buiten clubverband, bijvoorbeeld joggen of squashen. Van alle jongeren speelt 7 procent in een band, orkest of ander muzikaal gezelschap.

39 Procent doet weleens vrijwilligerswerk. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat het vrijwilligerswerk onder jongeren daalt. Oorzaken zijn waarschijnlijk een hogere studiedruk en meer bijbaantjes, maar ook een zeker consumentisme (liever betalen dan zelf actief zijn) lijkt een rol te spelen.

INTERNET is onder jongeren gemeengoed. Opvallend genoeg maken jonge vrouwen nog iets vaker gebruik van het net dan jonge mannen. Ze gebruiken het net vooral om te surfen (89 procent), te e-mailen (80 procent) en te chatten (39 procent). Chatten, de elektronische variant van de aloude babbelbox, is het meest populair onder mannelijke middelbare scholieren.

Internet wordt vaak gezien als een eenzaam medium, bij uitstek geschikt voor contactgestoorde scholieren en gescheiden mannen. Toch wordt het heel veel voor communicatie gebruikt. Vooral het mailen is erg populair.

Gemiddeld krijgen jongeren 16 mailtjes per week. Jonge mannen krijgen veel meer mail dan jonge vrouwen: gemiddeld 23,5 tegenover 8,7. Hoewel jonge vrouwen blijkens dit onderzoek vertrouwd zijn met de computer, zijn ze veel minder fanatieke gebruikers van Internet.

Sommige mensen zien de anonimiteit van het net als een groot voordeel, vooral bij het chatten. Op Internet kun je experimenteren met je eigen identiteit, bijvoorbeeld door je heel anders voor te doen dan je bent. De communicatie op het net is anoniem, vrijblijvend en daardoor ook weinig betrouwbaar. Wie weet is de wulpse blondine wel een buikige veertiger.

Niettemin geloven veel jongeren dat zinvolle digitale communicatie mogelijk is. Eén op de vijf jongeren is via het net in contact gekomen met iemand die hij of zij als een goede vriend(in) of bekende is gaan beschouwen. In de helft van de gevallen heeft de jongere die persoon ook in levenden lijve ontmoet. Ongeveer 10 procent van de Internetters heeft derhalve ooit fysiek contact gehad met een netkennis. Mannen zijn veel meer geïnteresseerd in deze vorm van contact zoeken, maar in de praktijk hebben vrouwen iets vaker een echte afspraak gemaakt.

Overigens zijn jongeren sterk verdeeld over de Internet-date. 38 Procent wil graag mensen ontmoeten via het, 37 procent ziet daar niets in.

Offerbereidheid

Integratie

MONDIGHEID en assertiviteit krijgen jongeren met de paplepel ingegoten. De samenleving vraagt immers dat iedereen een eigen mening heeft en voor zichzelf kan opkomen. Over offerbereidheid bestaan meer twijfels. Hoeveel hebben jongeren nog voor hun partner en familie over?

Tamelijk veel, blijkt uit de enquête, al moet daarbij uiteraard worden aangetekend dat sociaal wenselijke antwoorden op de loer liggen. Ongeveer de helft van de jongeren heeft op dit moment een vaste relatie. De andere helft heeft er (nog) geen behoefte aan, of is nog op zoek naar de 'ware'.

Als hun partner elders in Nederland een baan aangeboden zou krijgen, zou ruim tweederde van de jongeren meeverhuizen. De offerbereidheid stijgt met de leeftijd: onder de groep 21-25 jarigen is hij ruim anderhalf keer zo groot als bij de groep 16-20 jarigen. Vrouwen blijken bovendien vaker bereid hun partner na te reizen dan mannen (72 procent tegenover 60 procent).

Indien de nieuwe baan van de partner zich in het buitenland bevindt, neemt de animo wat af. Maar nog steeds is meer dan de helft van de jongeren (56 procent) bereid alles achter te laten en mee te gaan.

Maar liefst negen op de tien jongeren wil minder gaan werken indien er een kind zou komen. Verschillen naar leeftijd zijn er nauwelijks, verschillen naar sekse wel. Vrouwen geven vaker aan zeker bereid te zijn om minder te werken dan mannen (68 procent tegenover 36 procent); mannen kiezen vooral voor de optie waarschijnlijk bereid.

Mochten de ouders van de jongeren niet meer zelfstandig kunnen wonen, dan wil bijna de helft van de ondervraagden ze wel in huis opnemen. 'Ze hebben altijd voor mij klaar gestaan en zo kan ik wat terugdoen', aldus een jongere.

Wel wordt soms betwijfeld of de ouders zoiets zelf wel willen. Maar 'als er geen andere mogelijkheden zouden zijn', is het 'niet meer dan normaal' om voor de ouders te zorgen. 'Ze verdienen het om een goede oude dag te hebben.'

Deze zorgbereidheid is wat groter onder de groep 16-20 jarigen, die vaak nog thuis woont, dan bij de 21-25 jarigen. En opvallend genoeg zijn jonge mannen vaker bereid om hun ouders in huis op te nemen dan jonge vrouwen.

Wellicht hebben de vrouwen meer oog voor de nadelen - 'te weinig privacy', 'bemoeizucht', 'irritaties' - die inwonende ouders met zich meebrengen. 'Ik denk dat ik me op een gegeven moment aan mijn ouders zou gaan ergeren en ze als lastige huisdieren zou gaan zien.' Wellicht ook beseffen deze vrouwen maar al te goed wie het zware werk moet opknappen.

'Ik zou zorgen voor een goede opvang', schrijft een jongere, 'maar de totale zorg - het klinkt misschien egoïstisch - vind ik te zwaar.' 'Daar heb je bepaalde instellingen voor', noteert een ander kortaf. Nederland heeft voldoende alternatieven voor de opvang van ouderen, vult een jongere aan. 'Desnoods betalen we daar maar wat meer voor.'

NEDERLAND is een land van zwarte en witte scholen. Toch is het vooral in de grote steden, waar de helft van de jongeren allochtoon is, steeds moeilijker om contact met nieuwkomers te vermijden. Hoe gemakkelijk gaan jongeren uit verschillende etnische groepen met elkaar om? Blijft ieder bij zijn eigen groep of is er sprake van wederzijdse toenadering?

Bijna de helft van de jongeren heeft vrienden buiten zijn eigen etnische groep. 'Dat gaat vanzelf', aldus een jongere, 'het zijn je collega's en klasgenoten.' Vooral de 16-20 jarigen hebben relatief veel allochtone vrienden en bekenden. Datzelfde geldt voor amoureuze relaties.

Een op de vijf jongeren heeft weleens een relatie gehad met iemand van buiten de eigen etnische groep - 'vervelende term trouwens', aldus een jongere - en ruim eenvijfde acht het zeer wel mogelijk ooit een dergelijke relatie te hebben.

Onder 16 tot 20 jarigen komen gemengde relaties beduidend vaker voor (21 procent) dan onder 21 tot 25 jarigen (14 procent). En de eerste groep schat de kans dat ze nooit zo'n relatie zullen hebben veel lager in dan de wat oudere jongeren (26 procent tegenover 43 procent).

De hogere scores voor de jongste categorie worden waarschijnlijk veroorzaakt door het feit dat hun leeftijdsgroep simpelweg meer allochtonen omvat.

Opvallend genoeg hebben meisjes en jonge vrouwen vaker een relatie buiten de eigen etnische groep dan jongens. 'Een vriend van mij is Turk en ik heb geen hekel aan die mensen, maar een vriendin lijkt mij niks', aldus een jongen.

Andere jongeren wijzen erop dat sommige allochtone ouders het niet goedvinden als hun dochters een relatie hebben met een Nederlandse jongen. Het verschil in waarden en normen op dit punt wordt soms aangehaald als argument voor het vermijden van relaties, in wat voor vorm dan ook, met allochtone Nederlanders.

Eenvijfde van de jongeren geeft aan het moeilijk te vinden om met allochtonen contact te krijgen. Vanwege hun 'vrouwonvriendelijke regels', omdat ze 'gauw ruzie zoeken en achterdochtig zijn', omdat ze 'anders' leven en vooral ook 'omdat je niet voldoende op de hoogte bent van de gebruiken van de ander'. Vooral angst voor misverstanden, voortvloeiend uit cultuurverschillen, zou belemmerend werken.

De meerderheid van de jongeren, bijna driekwart, zegt echter geen problemen te hebben met het benaderen van allochtonen - 'Waarom zou dat moeilijk zijn?'. Zo is bijna de helft van de ondervraagden weleens op een verjaardag geweest van iemand van buiten de eigen etnische groep.

'Ik zie het verschil niet zo. Een groot deel van de ''allochtone Nederlanders'' is inmiddels bijna net zo Nederlands als de autochtone Nederlanders', aldus een jongere. 'Ze zijn vaak ook geboren en getogen in Nederland en hebben ongeveer dezelfde mentaliteit', meldt een ander.

Veelvuldig wordt benadrukt dat het om 'gewone mensen' gaat en dat etnische verschillen - zeker als iedereen Nederlands spreekt - niet relevant zijn 'omdat ik daar helemaal niet bij nadenk'.

Een Nederlands meisje, die zelf al zeven jaar een relatie heeft met een jongen van Marokkaanse afkomst, vertelt dat de relatie van een kennis na vijf jaar was uitgegaan. De ouders van zijn vriendin konden de jongen niet accepteren. 'Toen hij dat vertelde keek ik hem even vreemd aan en dacht, ''Wat is er dan mis met hem: hij is aardig, beleefd, grappig''. Mijn zwijgen beantwoordde hij met: ''Tja, omdat ik Marokkaan ben''. Toen dacht ik ''Verrek, da's waar''. Ik had dat helemaal niet door.'

Steven van der Nat (18) uit Zevenaar: 'Ik zit elke dag toch wel een uur of twee op Internet. Chatten en een beetje surfen. Als ik me zit te vervelen, surf ik weleens wat doelloos rond. Ik ben op zoek naar Formule 1-nieuws, of naar sites over oude muziek. Blues, Jimi Hendrix, The Doors.

'Zo ben ik mijn vriendin ook tegengekomen. Ze had wat geschreven in het gastenboek van een site, ik ben eerlijk gezegd vergeten welke. Het ging in elk geval over muziek. Toen heb ik haar een mailtje gestuurd. Dat is nu een jaar en negen maanden geleden. Over twee weken ga ik naar Canada om haar in levenden lijve te ontmoeten.

'Het grote verschil tussen gewoon communiceren en communiceren via Internet is dat het laatste veel langzamer gaat. Je denkt ook meer na over wat je intikt. Daar staat tegenover dat je niet kunt afgaan op gezichtsuitdrukkingen.

'Ik ken haar natuurlijk alleen via het net, en inmiddels heb ik ook een video van haar gezien. Ik weet nu hoe ze loopt, hoe ze beweegt, dat soort dingetjes. Uiteraard moet je er rekening mee houden dat het tegenvalt. Maar je leert elkaar zo wel heel goed kennen . Als je in het echte leven contact legt met een meisje, ga je veel op uiterlijk af. Op het net kijk je meer hoe een persoon echt is.

'Natuurlijk proberen mensen je ook weleens voor de gek te houden. Maar die ranzige mannetjes heb je snel door. En je hebt ook timide jongens die op het net een enorm grote bek hebben. Maar in het algemeen doen mensen zich toch niet anders voor, vind ik.

'Ik ben wel eens op een meeting van een Formule 1-nieuwsgroep geweest. Toen viel me op dat iedereen zich in het echt net zo gedroeg als op Internet.'

Liselore Hoiting (20) uit Hoorn: 'Ik heb een stuk of acht, negen echt goede vrienden waar ik alles mee deel. Een paar ken ik van kinds af , anderen nog maar een half jaar, maar het klikt zo ontzettend goed. Ik kan mijn verhaal aan ze kwijt. En we doen gewoon gezellige dingen: uitgaan, thuis naar een leuke film kijken, kletsen, lekker eten en drinken, lol maken.

'M'n allerbeste vriendin zit nu voor een halfjaar in Australië, maar het gaat gewoon door hoor. We bellen, sturen kaartjes.

'Ik deel veel met mensen, heb allemaal verschillende groepjes die door elkaar lopen - via school, familie, het uitgaansleven. Geen vrienden hebben lijkt me vreselijk, echt vreselijk. Ik ken zoiemand wel op mijn mbo-opleiding, erg sneu is dat. Maar mensen kunnen het zichzelf ook wel lastig maken. Zelf ben ik niet echt moeilijk.

'Natuurlijk vier ik mijn verjaardag. Ik deel het in tweeën: eerst met de familie, zo'n echte familiedag. Daarna altijd met vrienden, vaak in het weekeinde, dan blijven ze ook slapen.

'Verenigingen vind ik niks, daar hou ik niet van. Het is veel leuker om zelf dingen te doen. En ik heb een vrij druk leven met school, stages, twintig uur werken in de week en het huishouden - ik woon sinds een jaar op mezelf. Het enige waar ik lid van ben is de boekenclub ECI. En daar wil ik graag weer vanaf.

'Dat meer dan eenderde van de jongeren vrijwilligerswerk doet, vind ik vrij veel. Ik weet niet waar ik de tijd vandaan zou moeten halen. Het wordt me een beetje te gek. Je moet ook nog tijd overhouden voor je vrienden.'

Daan van der Elsken (19) uit Uithoorn: 'Ik heb niet echt allochtone vrienden, maar toen ik nog op de mavo zat ging ik wel gezellig met die lui om. Bij ons in de klas was de verdeling ongeveer fifty/fifty wat betreft Nederlanders en allochtonen. Je had wel veel groepsvorming. Marokkaanse jongeren gaan graag met elkaar om. Als buitenstaander is het dan wel eens moeilijk om contact te maken.

'Ik vind het heel erg logisch dat de helft van de jongeren bevriend is met allochtonen. Ze zijn inmiddels zo ruim vertegenwoordigd. Toen ik hier in Uithoorn naar de basisschool ging, zaten er nog maar twee Marokkanen in de klas. Bij mijn broertje, die drie jaar jonger is, was dat aantal al flink opgelopen.

'Logisch dus dat ook het aantal gemengde relaties toeneemt. Ze zitten van kinds af aan met elkaar op school. Het zou mij ook kunnen overkomen. Je weet dat toch nooit van tevoren? Het verbaast me dat eenkwart van mijn leeftijdsgenoten meent dat ze nooit een gemengde relatie zullen hebben. Dat je dat op die leeftijd al durft te zeggen!

'Ik bezorg nu tijdelijk witgoed en werk met een heleboel allochtonen, zowel jongeren als ouderen. Reuze interessant. We gaan altijd met z'n tweëen op stap, een dag lang. Dan is het leuk als iemand iets anders te vertellen heeft dan wat je al kent. Ze hebben een andere achtergrond, maar van een cultuurverschil kan je niet meer spreken.

'Allochtonen zijn hier aardig geïntegreerd. Vooral de jongeren, die zijn een grote stap voor op hun ouders. Ik kom met mijn werk veel bij de mensen thuis en dan zie je dat vaak de jongeren het afhandelen, niet de ouders. Terwijl de ijskast wel voor het hele gezin is bedoeld.'

Hakan Copur (24) uit Maastricht: 'Ik heb nu geen relatie, het is net zes maanden uit met mijn vriendin. Maar als het nog aan was en zij naar de andere kant van Nederland moest verhuizen, zou ik zeker meegaan, mits ik mijn studie internationale bedrijfskunde al zou hebben afgerond. Dat vind ik wel normaal. Als het voor haar nou superbelangrijk is?

'Zelfs naar het buitenland ga ik wel mee. Het moet natuurlijk geen Alaska of IJsland zijn, maar ik hou wel van reizen. Als ik daar mijn draai maar kan vinden. Kijk, ik moet haar niet in de weg staan, zij moet mij niet in de weg staan.

'Dat vrouwen vaker bereid zijn mee te gaan, verbaast mij niet. Ik sprak daar soms ook met mijn ex over. ''Ik ga wel mee'', zei ik, maar het klonk altijd een beetje twijfelachtig. Maar zij zou zeker met mij meegaan.

'Of ik minder ga werken als ik een kind krijg, is een moeilijkere vraag. Ik ben het prototype van een man: ik zou ''waarschijnlijk'' zeggen. Misschien ga ik 80 procent in plaats van 100 procent werken. Maar je moet natuurlijk ook nog in staat zijn om je kind te onderhouden. En stel dat mijn vrouw niet werkt, dan betwijfel ik of ik zelf zou minderen.

'Mijn ouders neem ik waarschijnlijk wel in huis als ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Effe eerlijk: ik heb ook al die tijd in hun huis gewoond. En ik ben van Turkse afkomst: bij Turken en Marokkanen is het best wel belangrijk om voor je ouders te zorgen.

'Alleen als het dementie of zoiets wordt, iets waar ik niet mee om kan gaan en waarbij ik ze niet kan helpen, stop ik ze ergens in.

'Ik weet alleen niet of ze het zelf ook zouden willen. Wacht, ik vraag het mijn moeder. Nee, ze wil het niet. ''Ik ga liever naar een bejaardentehuis'', zegt ze. Ze wil mij later niet tot last zijn.'

Meer over