Die ene leerlingMenno Bom over Miranda

‘Hoe kon de roostermaker mij als stopverf gebruiken om zijn problemen mee op te lossen?’

Leerkrachten, docenten en hoogleraren over de leerling die hun kijk op het vak veranderde. Deze week: voormalig mbo-docent Menno Bom (67) over Miranda, die hem deed inzien dat hij een keer te vaak ja had gezegd.

Rik Kuiper
null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

‘Ik transpireer snel. En dat deed ik die dag ook, tijdens de eerste les van het vak juridisch recht, dat ik nooit eerder had gegeven. In de klas zaten twintig studenten van de mbo-opleiding pedagogisch werk. Vierdejaars waren het, die het vak al aardig beheersten, omdat ze net een half jaar stage hadden gelopen bij welzijnsorganisaties en ggz-instellingen.

‘Het ging niet best. Ik worstelde me door mijn powerpointpresentatie heen en stuntelde wat met de juridische termen en procedures waar ik pas de avond daarvoor kennis van had genomen. Dat bleef niet onopgemerkt. Na de les bleef een van de studenten treuzelen. Miranda wachtte tot de anderen het lokaal hadden verlaten en kwam toen bij mijn tafel staan. ‘Waar kan ik je mee helpen’, vroeg ik. ‘Nou’, zei ze, ‘het gaat over de les. Heeft u dit vak al vaker gegeven?’

Negen verschillende vakken

‘Ik stond op dat moment pas een paar maanden voor de klas. Het was 2002, ik was 48 jaar oud en had lang een leidinggevende functie in de psychiatrie vervuld. Omdat ik iets anders wilde, had ik gesolliciteerd bij een mbo-instelling in Almelo. Ik kreeg een baan en mocht direct negen verschillende vakken komen geven.

‘Uit de stapels boeken die ze me mee naar huis gaven, mocht ik zelf de lesstof destilleren. Qua kennis liep ik vaak maar een paar uur voor op de studenten. Gelukkig bracht ik veel praktijkervaring mee. Ik wist hoe je een ruimte prikkelarm moest inrichten. En waarom je een bepaalde houding wel bij het ene type patiënt kunt aannemen en niet bij het andere type. Zo bracht ik de theorie tot leven.

‘Het was keihard werken. Ik zag andere nieuwe docenten met paniek in de ogen door de gangen lopen. Zelf dacht ik dat het na een hectisch begin wel makkelijker zou worden. Dat viel tegen. Na de herfstvakantie bleken twee verse collega’s ziek thuis te zitten. Ik kreeg een nieuw rooster met nog eens drie nieuwe vakken erbij. Nou vooruit, dacht ik.

‘Het bleek gekkenwerk. Soms zat ik tot na middernacht mijn lessen voor te bereiden. Ik haalde de kerstvakantie op mijn tandvlees. Tijdens de vakantie belde de onderwijscoördinator. Hij zocht nog iemand voor het vak juridisch recht. Wilde ik dat doen? Het was mijn dertiende vak. Ik had geen affiniteit met het onderwerp, maar ach, het was maar een uurtje per week, ook daar zou ik me wel doorheen slaan.

De juiste toon

‘Al snel sloeg de twijfel toe. Ik begreep er weinig van. Te weinig. En dat straalde ik waarschijnlijk uit, want anders was Miranda nooit bij mij tafel gekomen. ‘Heeft u dit vak al vaker gegeven?’

‘Hoewel ze de juiste toon gebruikte, kwam haar vraag hard aan. Ik kon wel door de grond zakken. Maar ik was ook opgelucht. ‘Het is me duidelijk’, antwoordde ik. ‘Ik ga meteen bij de opleidingscoördinator langs.’

‘En dat deed ik. Ik vertelde hem wat er was gebeurd. En dat het ook wel klopte, dat ik niets van het vak begreep. Ik verwachtte dat de coördinator me zou aansporen het nog eens te proberen, maar in plaats daarvan zei hij dat hij op zoek zou gaan naar een andere oplossing. Ook bekende hij dat hij nieuwe docenten soms als stopverf gebruikte om gaten in het rooster te vullen.

‘Pardon, ‘stopverf’? Dat woord maakte me boos. Hoe kon hij mensen als stopverf gebruiken om zijn problemen mee op te lossen. Ik had me wekenlang te pletter gewerkt, ik had gezien dat collega’s eraan onderdoor waren gegaan. Ik was er flink pissig over. Uiteindelijk heb ik het ook bij de opleidingsdirecteur aangekaart, die er flink van schrok. Er kwam een commissie, een notaatje en vervolgens veranderde er weinig. Niet lang daarna ben ik naar een andere opleiding overgestapt.

‘Miranda heb ik na die ene les nog één keer gesproken, een half jaar later, bij haar diploma-uitreiking. Ik ben op haar afgestapt en heb haar bedankt dat ze zo eerlijk was geweest en dat ze me zo netjes had aangepakt, door eerst de klas te laten vertrekken, zoals een goed opgeleide sociaal pedagogisch werker betaamt. Ze had het namelijk ook niet kunnen zeggen, en dan hadden we met z’n allen nog weken doorgeploeterd. Daar heeft Miranda me gelukkig voor behoed.’

Miranda heet in werkelijkheid anders.

Meer over