columneva hoeke

Hoe een nietszeggende tweet van de Man leidde tot dríé talkshow-uitnodigingen

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld
Eva Hoeke

Het plan stond al weken.

De Man, dankzij almaar uitdijend theater- en televisiewerk de laatste tijd meer uit dan thuis, zou mij, als blijk van waardering voor alles wat ik daar ondertussen allemaal draaiende hield, daar had trouwens hij veel respect voor zei hij – zonder mij geen mediacarrière, zonder mij geen kinderen ook, maar dat vergat hij erbij te zeggen – díe man ging nou eens groots uitpakken. Het beeld dat hij schetste: hou de woensdag vrij, denk aan een tafeltje aan het IJ en een mooie film toe, hij wist ook al welke. ‘De nieuwe van Alex van Warmerdam. Alles wat hij maakt is goed.’ Hij voegde daaraan toe dat de film vier sterren had gekregen in de Volkskrant.

En nee, er kwam echt niks tussen.

Tot Ajax de avond ervoor ineens met vier nul won van Borussia Dortmund. Het onverwachte aspect zat ’m in de keeper van Ajax, Remko Pasveer, oud-keeper van Vitesse, veruit de oudste speler van het veld, die er totaal onverwachts drie ballen uit ranselde. Hier thuis op de bank gooide de Man, Vitesse-liefhebber tot in het diepst van zijn geel-swerte ziel, er spontaan drie nietszeggende tweets uit.

Pasveer, uitroepteken.

Daarna: ‘Pasveer weer.’

En toen nog eentje waarin hij zei dat alleen Pasveer dit Ajax iets menselijks gaf.

Bijna vijfhonderd keer geliket.

Het leidde tot drie uitnodigingen van talkshows op de woensdagavond.

Ónze woensdagavond, ja.

De Man, groots: ‘Daar ga ik natuurlijk niet op in.’

Maar dat was dan toch buiten de eindredacteur van één van die talkshows gerekend. Ze kende de Man, en belde hem nadat hij drie keer nee had gezegd tegen de gewone redacteur toch zelf nog even op, voor de zekerheid. Ik zat ernaast en hoorde alles.

Eerst een serie complimentjes.

Daarna nog eenmaal het voorstel, leuk toch, om Pasveer op live televisie een veer in de bips te steken? Please?

En toen, na een korte stilte: ‘Hallo?’

Daarna begon het grof geschut.

Zij: ‘Oké, waar is dat etentje van jullie?’

Hij: ‘In Eye.’

Zij: ‘In Amsterdam dus. En hoe laat?’

Hij: ‘Half 8.’

Zij: ‘Oké, dan zóu je dus binnen een uur terug kunnen zijn. Met een supersnelle taxi.’

Hij, met een blik op mij: ‘Ik doe het niet.’

Ze hingen op, we konden door met ons leven, maar na vijf minuten ging de telefoon weer. ‘Ik heb een strak plan’, sprak ze demagogisch. ‘Alle vrouwen houden ervan om mooi te zijn. Toch? Om eens lekker verwend te worden, om een keer echt de prinses te zijn? Nou, Eva mag…’

Ik spitste mijn oren, nu gingen we het krijgen.

Zij, alsof ze een heel groot cadeau uitpakte: ‘Eva mag bij de visagist zitten, en dan wordt ze tijdens de uitzending helemaal mooi gemaakt. Haar, make-up, alles. En dan moet jij opletten, met wat voor andere vrouw jij naar huis gaat.’

Hij: ‘Kén jij Eva?’

Zij, hangend aan een draad: ‘Er is ook eten?’

Die woensdag vertrokken we gewoon, volgens plan, met z’n tweetjes, zonder publiek en zonder camera’s, in de auto richting Eye. Onderweg kwam er nog een appje met een emoticon van een lipstick, vraagteken.

We aten.

We praatten.

We kwamen bij.

En daarna begon de film, een onbegrijpelijk verhaal waarin een vader en dochter met allebei één long in een soort zeppelin terugkeren naar de planeet waar ze vandaan komen, géén zachte landing in een oeuvre voor iemand die nog nooit iets van Van Warmerdam heeft gezien. In de auto terug bespraken we waar we nou eigenlijk twee uur naar hadden zitten kijken (‘Hij had echt vier sterren in de Volkskrant’), we waren het erover eens dat ik de volgende film weer mocht kiezen. Ik onderdrukte de gedachte dat ik nu ook een prinses had kunnen zijn.

Meer over