alfabetsoepHoda Ibrahimi

Hoda is vluchteling, queer en Rotterdammer: ‘Mijn coming-out was een reis die wij als familie samen hebben gemaakt’

Hoda Ibrahimi Beeld Harmen Meinsma, visagie Ed Tijsen
Hoda IbrahimiBeeld Harmen Meinsma, visagie Ed Tijsen

Hoe ziet het leven van lhbti’ers er vandaag de dag uit? Haroon Ali interviewt wekelijks iemand over seksualiteit, genderidentiteit, hokjes en alles wat daarbuiten valt.

Hoda Ibrahimi (29) heeft geen herinneringen aan Afghanistan. ‘Mijn ouders vertellen over de bommen en raketten. Dat mannelijke familieleden van straat werden geplukt, zonder te weten of je ze terug zou zien.’ Toen Ibrahimi bijna 3 was, vluchtte haar familie naar Nederland. Na een verblijf in azc’s vestigden ze zich in Rotterdam. Daar woont Ibrahimi nog steeds, met haar vriendin Chantal en hun kat Olijf. Ze geeft Engels aan de onderbouw van de mavo. ‘Jongeren houden je een spiegel voor. Ik geniet van de discussies die ik met ze heb, bijvoorbeeld over gender.’

Ibrahimi is nooit teruggegaan naar Afghanistan. Ze heeft zich in haar jeugd ook afgezet tegen de cultuur waarin ze opgroeide, die volgens haar draait om gastvrijheid ten koste van jezelf. ‘We gingen nooit op vakantie, maar er kwamen wel elk weekend vijftig mensen bij ons eten.’ Ook haar coming-out als queer viel slecht in de familie. Maar ze wil niet langer afgeven op haar mensen en vindt het sterke gemeenschapsgevoel nu juist mooi. Die familieband is belangrijker dan ooit, omdat Afghanistan hulp nodig heeft. ‘Je krijgt het gevoel dat mensenlevens er niet toe doen.’

Hoe label je jezelf?

‘Vluchteling, queer en Rotterdams. Ik voel me verbonden met vluchtelingen uit allerlei landen, meer nog dan met mijn Afghaanse afkomst. Daarnaast voel ik me meer Rotterdammer dan Nederlander. Deze diverse stad is een bubbel als ik zie hoe er elders naar mensen van kleur en lhbti’ers wordt gekeken. Ik heb allerlei labels op mijn seksualiteit geplakt, van ‘bischierig’ tot lesbisch. ‘Queer’ is bevrijdend, het betekent alleen dat ik niet hetero ben. Ik val op vrouwelijkheid, en kan dat ook mooi vinden bij mannen. Queer is ook een statement, omdat ik niets wil doen alleen omdat het nu eenmaal zo hoort. Ik ga om die reden ook niet trouwen.’

Hoe verliep je coming-out?

‘Toen ik 14 was, kreeg ik mijn eerste vriendin. Mijn mentor belde mijn vader op, omdat ik voor alle vakken onvoldoendes haalde. Ze vertelde hem dat ik alleen maar met mijn vriendin bezig was, en heeft me dus ge-out. Mijn vader benaderde me rustig. ‘Weet jouw lerares dat wij Afghaans zijn en dit in onze cultuur niet voorkomt?’ Ik ontkende alles.

‘Bij ons thuis werd er niet meer gesproken over mijn seksualiteit. Don’t ask, don’t tell. Ik wilde me zelfs verloven met een Afghaanse jongen, om mijn ouders een plezier te doen. Maar mijn vader werd juist boos, omdat die jongen uit een ander deel van Afghanistan kwam dan wij. Ik besefte dat mijn ouders nooit achter mijn keuzen zouden staan en ik beter kon doen wat ik zelf wilde.

‘Mijn huidige vriendin Chantal ontmoette ik in de bios waar we allebei werkten. We waren meestal bij haar, maar toen we een keer in mijn slaapkamer lagen te zoenen, werden we betrapt door mijn moeder. Door haar trauma’s sprak ze nooit zo veel, maar toen wel. Ze vroeg: ‘Is dit ‘een’ vriendin of ‘je’ vriendin?’ Mijn vader zei daarna: ‘Als je zó bent, mag dat niet hier...’ (Ibrahimi valt even stil en pakt een zakdoekje.) ‘Ze bleven van me houden, maar het doet nog steeds pijn. Ik ben weggegaan, maar mijn vader heeft daarna wel geholpen met verhuizen en klussen in mijn nieuwe kamer. Chantal bleef bij me, ze liet zich niet afschrikken. We zijn nu tien jaar samen.’

Hoe gaat je familie er nu mee om?

‘Na mijn verhuizing ging ik nog wel op bezoek bij mijn ouders, maar ik nam Chantal nooit mee. Een paar jaar later werden we samen uitgenodigd bij mijn tante, voor een verjaardag. Mijn ouders deden toen heel netjes tegen haar. Mijn vader heeft daarna zijn excuses aangeboden, ook aan Chantal. Hij was in tranen en benadrukte dat hij ons niet wilde afkeuren, maar deed wat er vanuit zijn cultuur werd verwacht. Zo kwamen we terug in de familie. Mijn jongere broer is later ook uit de kast gekomen als queer. Hij gedroeg zich nooit volgens de gendernormen en deed altijd dansjes van Shakira na. Maar hij had meer tijd nodig om zijn seksualiteit te ontdekken.’

Wat is de grootste hindernis die je hebt overwonnen?

‘Ik schaamde me eerst voor dat queerstemmetje in mijn hoofd, dat zo verschilde van mijn uiterlijk en mijn leven. Mijn oudste broer heeft me erg geholpen, door die schaamte weg te nemen. Hij is 32 en nog niet getrouwd, en daagt dus ook de Afghaanse normen uit. Hij zei tegen me dat het allemaal in mijn hoofd zat, en heeft mijn moeder ook uitgelegd dat ik nu eenmaal zo ben geboren. Vaak gaan coming-outverhalen over de strijd van één persoon tegen de rest. Maar dit is een reis die wij als familie samen hebben gemaakt. Mijn twee broers, twee nichten en ik hebben elkaar opgevoed. En door onze generatie worden oudere Afghanen ook toleranter.’

Welke vooroordelen storen je het meest?

‘Over vluchtelingen wordt gezegd dat ze hier alleen komen om geld te verdienen. Maar de Afghanen die ik ken, dragen allemaal bij aan de samenleving. Ze zijn arts, psycholoog, leraar of buschauffeur. Het is een westerse gedachte dat mensen elkaar willen uitbuiten, misschien omdat ze zelf andere werelddelen hebben uitgebuit en dat nog steeds doen. Als vluchteling leer je dat geld er niets toe doet, omdat je plotseling alles kunt kwijtraken. Ze noemen ons gelukszoekers, maar ik wil mijn geluk juist delen met anderen, door de kinderen in dit land les te geven.’

Wat hoop je voor de toekomst?

‘Ik wil een docent zijn bij wie leerlingen zich veilig voelen. School kan een veilige haven zijn, waar je aan je thuissituatie kunt ontsnappen. Het kan al enorm helpen als je één iemand ontmoet met een andere kijk op de wereld, die laat zien dat er veel meer is dan wat je vanuit huis meekrijgt.’

Meer over