Het eeuwige levenLei Meulenberg (1936-2020)

Historicus die kerkvaders opnieuw beschreef

Hij kwam uit een intellectueel nest, maar voelde zich nooit echt thuis tussen de academici. Als pastor was hij meer in zijn element.

Lei Meulenberg.

Hij bewoog zich wat ongemakkelijk in de academische wereld, zegt Peter Nissen, voormalig hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, over zijn voorganger. Lei Meulenberg was in de eerste plaats toch een pastor.

‘Hij kon slecht tegen de vergadercultuur op de universiteiten van de jaren negentig. Maar voor studenten stond zijn deur altijd open. Als de deur dicht was, dan was hij weg of had hij een vertrouwelijk gesprek. In dat opzicht zou je hem een onbezoldigde studentenpastor kunnen noemen.’

Zijn bijdrage aan de kerkgeschiedenis is indrukwekkend. Meulenberg schreef talrijke boekjes over kerkvaders. ‘Toegankelijk en handzaam’, zegt Nissen. ‘Hij beperkte zijn bronnen tot wat de kerkvaders zelf in brieven en andere geschriften hadden geschreven. Hij keek niet wat anderen al over hen hadden geschreven. Dat leverde dan een boekje van 80 pagina’s op, over vroeg-christelijke kerkvaders zoals Johannes Chrysostomus, Cyprianus en Basilius maar ook figuren uit de 19de en 20ste eeuw zoals Péguy, Ozanam, Heine, Tyrell, Von Hügel, Möhler en Newman. In 2017 werd een deel gebundeld in het boek Gestalten uit de Oude Kerk.

Meulenberg, die nog altijd voorging in de eucharistieviering, werd eind juli getroffen door een herseninfarct. Zijn werkster vond hem in zijn appartement in Heerlen. Hij overleed uiteindelijk op 22 augustus. De Heerlense deken Hans Bouman, bij wie hij wekelijks dineerde, noemt hem een rustige en erudiete pastor, die ‘ook altijd bezig was met de vraag wat van de geschiedenis kon worden geleerd’.

Meulenberg werd geboren in een onderwijzersfamilie met vier kinderen in Doenraade, een Limburgs dorpje tussen Brunssum en Sittard. Hij ging naar het kleinseminarie Rolduc en studeerde daarna theologie aan het grootseminarie in Roermond. In 1960 werd hij door de Roermondse bisschop Petrus Moors tot priester gewijd. Nissen: ‘En als je goed kon studeren, kreeg je van de bisschop een opdracht. Die opdracht hing samen met de vacatures die er waren. Destijds was er behoefte aan een docent kerkgeschiedenis.’

Meulenberg deed wat hem gevraagd werd en ging kerkgeschiedenis studeren aan de pauselijke universiteit Gregoriana in Rome. Hier promoveerde hij op een studie over paus Gregorius VII, een van de grote hervormers in de katholieke kerk. Weer terug in Nederland werd hij, zoals was bedoeld, docent kerkgeschiedenis aan het grootseminarie in Roermond.

Een jaar later werd hij docent en later hoogleraar aan de Universiteit voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Meulenberg werd het boegbeeld van de universiteit totdat die in 1992 fuseerde met de theologische faculteit in Nijmegen. Zes jaar later ging hij met emeritaat.

Lei Meulenberg toerde vanaf 1980 vrijwel jaarlijks langs theologische faculteiten in Brazilië om daar college te geven over de vroege kerk. In 2013 verscheen zijn boek De onfeilbare paus. Het grote struikelblok?

Meulenberg was een groot muziekliefhebber. Als koordirigent in Heerlen zou hij vier lp’s en cd’s maken met liturgische muziek. ‘Als de bisschop hem in 1960 de opdracht had gegeven voor muziek te kiezen, had hij dat ook heel graag gedaan’, zegt Nissen.

Hij was ook een familieman. Tot op hoge leeftijd maakte hij elk jaar een lange fietstocht door Nederland, waarbij hij zijn twee broers - een was hoogleraar marketing in Wageningen, de ander conrector in Wassenaar - en zijn zus - abdis bij de benedictinessen in Oosterhout - opzocht. Alleen de laatste heeft hem overleefd.

Meer over