Het eeuwige levenMeindert Leerling (1936-2021)

Hij was als fractievoorzitter bekender dan zijn partij RPF. Maar eigenlijk pionierde Leerling het grootste deel van zijn leven als journalist

Meindert Leerling in 1989 Beeld ANP/HH
Meindert Leerling in 1989Beeld ANP/HH

‘Weet je op wie ik gestemd heb?’, vroeg hij vier weken geleden aan zijn zoon Arnoud Leerling. ‘Op Carola Schouten.’ Als politicus zou hij dat nooit hebben ­gedaan. Zelfs in 2008 zei hij nog dat de plaats van de vrouw in het gezin was. Het was een signaal dat hij milder werd en standpunten kon herzien.

Meindert Leerling was jarenlang politiek leider en fractievoorzitter van de Reformatorische Politieke Federatie (RPF), een van de voorgangers van de ChristenUnie. Eigenlijk was hij bekender dan de RPF zelf, zo zei zijn partijvoorzitter een keer. Maar het grootste deel van zijn leven was hij journalist. Hij was sportverslag­gever bij de christelijke krant De Rotterdammer en pionierde als verslaggever en presentator voor Nader Bekeken, de actualiteitenrubriek van de Evangelische Omroep (EO). Leerling overleed 9 mei op 85-jarige leeftijd. De laatste vijfenhalve jaar woonde hij in een verpleeghuis in Bergambacht, nadat hij eenzijdig verlamd was geraakt als gevolg van een herseninfarct.

Hij werd geboren als oudste in een gereformeerd gezin van zes kinderen. Zijn vader was onderwijzer in Heerjansdam. Na de hbs trad hij in 1954 als journalist in dienst van De Rotterdammer. Hier werd hij expert in het zaterdagvoetbal, dat toen nog uitsluitend werd bedreven door clubs waarvan de leden de zondagsrust in acht moesten nemen. Hij schreef mee aan een boekje over de geschiedenis van het Nederlands Zaterdagamateurelftal Oranje op Zaterdag.

Op 19-jarige leeftijd werd hij lid van de ARP waarmee hij in de voetsporen van zijn vader trad. Maar in de jaren zestig ging een storm door de protestantse zuil en dat beviel Leerling maar matig. Hij wisselde de Gereformeerde Kerk, die later zou opgaan in PKN, in voor de Gereformeerde Bond. In 1971 stapte hij over van De Rotterdammer naar de EO die een jaar later de C-status verwierf. Zoon Arnoud: ‘Mijn vader had geen ­enkele televisie-ervaring en werd samen met een cameraman naar Vietnam gestuurd voor een reportage.’ Jarenlang was hij ook eindredacteur bij de EO.

Leerling ergerde zich ook aan de linkse koers van de ARP onder leiding van Willem Aantjes en Jaap Boersma. De oprichting van het CDA ­– een samenwerking met de rooms-katholieken ­– gaf de doorslag om zich aan te sluiten bij de nieuwe partij RPF. De partij vond het wettige huwelijk de enige samenlevingsvorm en wilde geen rooms-katholieken als vertegenwoordiger. Maar met Jan Rietkerk als lijsttrekker slaagde de RPF er in 1977 niet in een zetel in de Tweede Kamer te halen.

Uiteindelijk liet Leerling zich overhalen om in 1981 lijsttekker te worden, hoewel hij dat eigenlijk niet wilde. ‘Het staat voor mij vast dat de Here mij op de post wilde hebben waar ik nu sta’, verklaarde hij ­nadat de partij twee zetels behaalde.

Hij ontwikkelde zich als een onvermoeibare doorzetter die in de woorden van premier Lubbers ‘meer vragen stelde dan ik kan beantwoorden’. ‘Hij had in ­tegenstelling tot enkele van zijn broers en zussen geen academische opleiding en leek dat te compenseren door werklust’, zegt zoon Arnoud.

In 1985 ontstond een conflict waarbij Leerlings mede-Kamerlid Aad Wagenaar zich afscheidde en een eigen partij begon. Later verzoenden zij zich. Leerling bleef tot 1994 in de Kamer voor de RPF, die in 2001 opging de ChristenUnie. Van 1995 tot 2003 was hij manager van het duizend leden tellende Holland-Koor. Na het overlijden van zijn eerste vrouw, met wie hij drie kinderen had, hertrouwde hij in 2001 en verhuisde van Huizen naar Bergambacht.

Meer over