vakantieliefde

‘Hij kwam uit zo’n totaal ander milieu, tussen ons zou het nooit iets kunnen worden’

null Beeld Inez van Vuren
Beeld Inez van Vuren

Als ze elkaar niet beter hadden leren kennen op een groepsreis naar Nepal, waren Wilma en Christiaan elkaar zeker voorbijgelopen. Want wat moest een linksige Volkskrant-lezeres nou met een fanatieke Feyenoord-supporter?

Wilma (57), uit Nederland

‘Ik zag hem op Schiphol al staan, tussen de anderen van de groepsreis naar Nepal. Zijn armen met Feyenoord-tatoeages, zijn haar gemillimeterd. Zelf was ik in 1993 een linksige Volkskrant-lezeres uit de softe sector, dus mijn belangstelling voor Christiaan was nihil. Maar ja, in zo’n groepsreis kun je niet om elkaar heen, en hij en de ruige vriend met wie hij reisde maakten best leuke grappen. Op een avond zaten we aan de rand van de bush in een Nepalees gehucht toen er ineens twee dorpelingen kwamen binnenrennen. Ze waren bijna tegen een neushoorn aangelopen, hadden we soms zin om mee te gaan? Want als hij zich nog op de velden ophield, moest-ie verjaagd, anders at het dier de gewassen op. Christiaan en ik gingen mee en zagen hoe het dier met felle lampen verdreven werd. Willen jullie meer zien?, vroegen ze en namen ons mee naar een plek waar de neushoorns vaak de rivier overstaken. Daar wachtten we in het metershoge gras, tot Christiaan zei: hoop jij ook stiekem dat-ie niet komt, zo’n dier is levensgevaarlijk. Ik lachte en samen liepen we weer naar het wrakke hotel, dat meer op een barak leek dan op een slaapgelegenheid. Vreemd hoe zo’n enkele opmerking ervoor zorgde dat ik die Feyenoord-hooligan ineens met andere ogen ging bekijken, hij was toch niet alleen maar stoer. En toen ik later tijdens een trekking door de bergen achter hem liep, viel me voor het eerst die week op dat hij slank, stevig en mooi breed was.

Niet dat ik ineens stapelverliefd was, helemaal niet. Hij kwam zo overduidelijk uit een totaal ander milieu, tussen ons zou het nooit iets kunnen worden, en precies dat maakte alles zo ontspannen. Ik had een ingewikkelde geschiedenis achter de rug wat betreft mannen. Als ik al viel op ongebonden, aardige mannen, zette ik ze meestal aan de kant zodra ze iets voor me begonnen te voelen en het serieus werd; doodsbang om verantwoordelijk te zijn voor het geluk van een ander. Christiaan was geen partij, dus hij vormde ook geen gevaar. Met hem kon ik gezellig kletsen zonder me zorgen te maken over eventuele consequenties. En toen een mannelijke reisgenoot zich aan me opdrong en een kamer met me wilde delen omdat er geen privékamers waren, zei Christiaan: kom maar bij mij, ik beloof je, er gebeurt niks. Dat was galant, vond ik. Die nacht sliepen we aan de voet van het Annapurna-massief op vieze bedjes. Als je naar de wc wilde, moest je in het donker een gat in de grond zoeken. Chris liep wel even met me mee. Hing onze eerste kus toen al in de lucht, of werd ik er even later door verrast? Ik herinner me vooral dat die zoen welkom was, dat het fijn was om in de kamer waar nog een ander stel sliep, tegen hem aan te liggen. Kom maar, dacht ik, vakantieliefde, stapel je maar boven op alle andere kortstondige affaires, kortstondig is mijn handelsmerk en hoeft niet altijd negatief te zijn. Daarbij: hij maakte me nieuwsgierig. Christiaan, de jongen die na de mavo meteen was gaan werken, die iedere zondag naar het stadion ging en bier dronk met zijn soms ronduit vrouwonvriendelijke maten, was ook donateur van Greenpeace én degene die een jaar eerder nog met De Zonnebloem was mee geweest om gehandicapte kinderen te begeleiden op hun vakantie. Hij was anders dan ik, liet zich niet leiden door eenkennigheid, iedere beweging in zijn non-conformistische leven was authentiek en door hem zelf gekozen.

Onderweg in het vliegtuig naar huis – onze vakantie duurde maar kort, en het was pas in de laatste dagen dat we elkaar goed hadden leren kennen – zat ik naast hem. We luisterden naar Dolly Parton, I will always love you waarbij twee geliefden worden verscheurd door hun onverenigbare milieu, en ik zei iets als: tussen ons kan het vast ook niks worden. Hij keek me aan en zei: ‘Nee? Wat jammer. Ik ken je helemaal niet goed genoeg om dat nu al te kunnen te zeggen, zou je graag nog eens zien.’ Na thuiskomst vertelde ik het hele verhaal aan mijn zus: ‘Zie jij mij met een Feyenoord-supporter met tatoeages en een crew cut? Zij zei kalm: ‘Zo te horen is hij zo slecht nog niet.’ En ze kreeg gelijk: drie maanden later zijn we verloofd en inmiddels zijn we 25 jaar getrouwd, deze man past perfect bij me. In al die jaren heeft hij zich geen seconde uit zijn evenwicht laten brengen. Dat vind ik het mooiste, die onafhankelijkheid. Hij gaat niet om mij te pleasen mee naar verjaardagen bijvoorbeeld. En andersom, als ik me even terugtrek, moppert hij nooit ‘wat ongezellig’. Dan haalt hij zijn schouders op en zegt: ‘Je zult het wel nodig hebben.’’

Christiaan (59), uit Nederland

‘Brandhout. Dat was in 1993 het teleurgestelde oordeel van mijn vriend en mij op Schiphol over de vrouwen die meegingen op de groepsreis naar Nepal. Wilma was geen uitzondering, ook al lachte ze wel om onze grappen. Op een avond zaten we op de rand van een groot nationaal park in Nepal, in een door God verlaten dorp op een stoeltje voor de lodge waar we logeerden. Iedereen was al naar bed en ik zei tegen Wilma: zullen we kijken of we een neushoorn kunnen vinden? Het was aardedonker, maar samen hebben we toch nog zo’n tien minuten in het hoge gras op wacht gelegen – doodeng en ik was dolblij toen we lachend terug renden naar die plek die de naam hotel niet verdiende. Ik was Wilma’s type niet, ze zat in haar eigen bubbel met allemaal hetzelfde soort vrienden, heel andere mensen dan mijn botte, vrouwonvriendelijke maten, en ik weet zeker: zonder die vakantie waren we elkaar voorbijgelopen. Met een klein groepje begonnen we de volgende dag met een trekking naar de Annapurna. We hadden een illegale gids gefikst en sliepen in een gebouw van een boer die wat wilde bijverdienen en waar we de kamers moesten delen. Eén man gaf te kennen wel bij Wilma in de kamer te willen. Ze griezelde. ‘Mag ik bij jou slapen?’, vroeg ze aan mij. En ik dacht verheugd: aha, bij haar gaat er nu kennelijk ook iets branden. Die nacht lagen we gezellig tegen elkaar op een smal matras, we zoenden, al denk ik dat mijn handen toen ook al ergens heen gingen.

Hoe zal ik het noemen? Een beginnende verliefdheid was het zeker, maar verder dan de vakantie die al spoedig afgelopen zou zijn, ging mijn fantasie niet. Daarbij: verliefd voel je je al snel als je iemand leuk vindt. Thuis in Rotterdam had ik verschillende langdurige relaties gehad, en op dat moment was ik vrijgezel. Ik zag wel een vrouw met wie ik met wederzijds goedkeuren seks had, maar mijn eigenlijke leven draaide om Feyenoord. Van maandag tot donderdag werkte ik, dan begon het weekend in de kroeg en zondag was voor mijn voetbalcluppie. Ik ging ook naar alle uitwedstrijden, met mijn vrienden reden we er in twee auto’s naartoe, en na afloop aten we Chinees en dronken we biertjes. Tijdens de wandeltocht door Nepal, na die nacht op dat mottige matrasje, dwong ik me Wilma’s tempo aan te houden. Mijn interesse was gewekt, ineens bleek dat ik met haar over van alles kon praten en de enorme Feyenoord-tatoeages op mijn bovenarm waren natuurlijk zoals vaker, een dankbare aanleiding voor gesprekken over het leven. Toen we vlak voor de terugreis nog een laatste dag in Kathmandu waren, wilde mijn vriend de stad zien. ‘Prima, dan vraag ik of Wilma een middag naar mijn hotelkamer komt.’ Daar hadden we voor het eerst seks, nog steeds zonder er een grote betekenis aan te geven, ook al begon ik haar steeds leuker te vinden. Het beviel me dat ze zo slim was, ik had vaker hoogopgeleide vrouwen gehad, maar deze stak erbovenuit.

Na thuiskomst belde ze al na twee dagen. Ze was me voor. Ze kwam langs in Rotterdam en schrok van mijn vochtige vooroorlogse woning en mijn drie katten, van de supporters met wie ik bevriend was. Toch bleven we elkaar opzoeken en ik denk dat die openheid, het niet alleen accepteren dat we anders zijn maar daar zelfs de grote voordelen van inzien, de reden is dat we het al meer dan 25 jaar zo ontzettend goed kunnen vinden. Wij grijpen onze verschillen aan om een eigen leven te hebben naast een gedeeld leven. In het begin bleef ik gewoon naar alle wedstrijden gaan, vond ze prima. Ik mikte het zo uit dat ik op de heen- of terugweg bij haar langsreed. Als Feyenoord ten noorden van haar woonplaats Amersfoort speelde werd het de heenweg, en anders de terugweg. Zo hebben we dat jaren gedaan, en nog steeds hoeven we niet overal per se samen naartoe. Ze gunt me mijn tijd met mijn muziek, lekker speuren op Spotify, uren op zoek naar nieuwe nummers, van knetterende rock tot klassiek. Bij elkaar loslaten hoort automatisch elkaar aanvullen. Toen mijn vader overleed, was zij het die een speech had voorbereid. Mijn familieleden en ik zijn niet van die praters, maar Wilma sprak de liefste woorden die ik ooit over mijn vader heb gehoord. Ik vind haar nog steeds een schoonheid, kijk graag naar haar als ze werkt in de tuin. En het lijkt wel of in het afgelopen coronajaar alles nog intenser is geworden. Mijn tatoeage van Feyenoord was na dertig jaar zo verkleurd dat ik er laatst een nieuwe op heb laten zetten: Wilma als amazone met pijl en boog en op de achtergrond de Himalaya. Haar pijl wijst naar mijn hart. De enige kleuren zijn het goud van haar trouwring en het groen van haar ogen.’

De namen van deze vakantiegeliefden zijn op eigen verzoek gefingeerd.

Meer over