'Hij is nog zo klein om verdriet te hebben'

Crèche..

Vrouw (36) wil én een fulltime baan én haar 2-jarige zoon fulltime gelukkig maken.

De eerste keer dat ik met Florian op de crèche kwam, werd ik misselijk. Lijfelijk misselijk. Dat hij dáár terecht zou komen. Hij was tweeënhalve maand, ik had het eerste gesprek met de leidsters van zijn groep. Maar het enige wat ik dacht was: weg hier. Objectief gezien was er niks op die leidsters aan te merken, maar ik haatte ze. Instinctief.

Van te voren had ik me niet gerealiseerd dat het zo moeilijk zou zijn hem uit handen te geven. Die emotionele verknochtheid - ik stond er rationeel tegenover. Makkelijk, kind naar de crèche, werk erbij, dacht ik. Het was heel gezellig zo'n kindje in mijn buik, maar bij de moederband kon ik me niets voorstellen.

De eerste anderhalve maand na zijn geboorte was een vrij rampzalige tijd. Ontzettend druk, en wij hadden een kindje dat veel ziek was. Als je het bekijkt vanuit de natuur, ben je als vrouw voor dit, het moederschap, op aarde. Maar het was voortdurende paniek. Ik dacht: jezus, hoe heeft mijn moeder dit gedaan? Ik was de hele tijd bang dat Florian dood zou gaan. Om vijf uur 's middags zat ik vaak nog in pyjama. Mijn god, dacht ik, hoe moet ik dit ooit inpassen in mijn werk?

Maar het gevoel was dubbel. Soms zat ik moedeloos op de bank: is dit mijn leven? En tegelijkertijd kon ik mijn zoontje niet missen, als hij maar een kik gaf was het: hier, hier, mijn armen om je heen. Nooit heb ik gedacht: als hij straks naar de crèche gaat, ben ik van hem af. Maar het was wel prettig om weer te gaan werken. Een paar weken van te voren heb ik de draad langzaam weer opgepakt, zat ik een boek te lezen naast zijn wiegje. Dat was de totale harmonie.

Die laatste weken van mijn zwangerschapsverlof waren vol melancholie. Zat ik naast zijn bedje: dit is binnenkort afgelopen. Als je normaal gesproken nog vier weken vrij hebt, zeg je: lekker. Maar ik was ongelukkig. Florian was alles, ik wilde hem bij me houden, hem zelf verzorgen. Maar ik wist ook heel zeker dat ik dat niet 24 uur per dag kon, dan zou ik óók ongelukkig worden. Het zit in mijn karakter, ik kan niet zonder mijn werk.

Twee weken voordat ik weer begon, moest hij wennen op de crèche. Ik moest mee en dan steeds iets langer bij hem vandaan. De eerste keer dat ik vertrok, ging ik huilend de deur uit. Dan vervloek je je werk en je carrière en dat je dat wilt. Ik zag al die baby's en dacht: dit is misdadig, nou ja, dat nu ook weer niet, maar ik vond dat ze te weinig aandacht kregen. Twee leidsters op negen kinderen van 0 tot 2!

Het waren vijf baby's en vier van die groten die rondrennen. In je fantasieën zie je zo'n grote dreumes over een maxi-cosi met een baby erin struikelen. En Florian was nog zo klein, een soort soepkip die te ruim in zijn vel zat. Dan kijk je om je heen, allemaal versleten maxi-cosi's. Het klinkt truttig, maar ik wilde niet dat mijn kind in zo'n ondergekotste maxi-cosi zou komen te zitten, of in een bedje zou liggen waar je bij wijze van spreken het zand nog uit moest kloppen.

Florian is te klein, dacht ik. Ik had er zo'n slecht gevoel over dat ik hem op de crèche achter moest laten. We hebben toen het eerste halfjaar thuis oppas gehad en ik werkte vrij veel thuis. Maar wat zag ik bij die oppassen? Ze waren niet erg ervaren. Soms was dat eng. Het is moeilijk een goeie oppas te vinden. Ik was vrij stipt in het voedingsschema. De oppassen waren er veel nonchalanter in, sloegen soms een melkbeurt over. Vrij vervelend. Op tijd een luier vervangen? Nou, nee dus. Na een tijdje ging het me opvallen: elke keer als ik thuiskwam, had Florian een poepbroek.

Toen hebben we besloten dat de crèche toch het beste compromis is, vooral als een kind wat ouder is, weerbaarder. Ik had er een beter gevoel over, was niet meer zo bang dat hij dood zou gaan. En er was een lieve leidster. Ik had haar tijdens die wenperiode ook wel gezien, maar dat was totaal langs me heen gegaan.

Het ging goed. Florian is een ontzettend vrolijk mannetje en hij moest daar ook vaak lachen. Hij leerde er veel: eten, omgaan met kinderen, manieren. Als ik wegging, moest hij wel altijd huilen, maar de leidster zei: 'Dat duurt maar een minuut.' Toen hij groter werd, was hij soms niet van zijn fiets te trekken als ik hem ophaalde. Moest je hem onder veel protest zijn jas aandoen en was hij alleen met een krentenbol naar buiten te lokken. 's Ochtends vloog hij zijn leidster zoenend in de armen.

Wat minder leuk was: soms kwam ik daar

's middags, zag ik een batterij maxi-cosi's met baby's erin en een kussentje erop waarop een fles lag te balanceren. Moesten ze zelf drinken. Allemaal krijsende baby's. Maar het is niet gek dat het zo gaat. Om half vier

's middags gaat een van de twee leidsters naar huis, dan staat de andere er alleen voor. Kom je daar, zie je zo'n leidster met het haar alle kanten op, kinderen die rondhuppelen met smerige gezichten. Het is super ondergewaardeerd en onderbetaald werk.

Florian gaat drie dagen, één dag hebben we een oppas en één dag lossen mijn vriend en ik het samen op. We hebben beiden een baan voor vijf dagen, maar het is flexibel werk. Vier dagen werken, dat willen we niet: we zouden dan allebei het werk van vijf dagen in vier dagen moeten doen. Ik ben er toch een beetje te principieel voor om daarvoor eenvijfde van mijn salaris in te leveren.

Vijf dagen, dan zou je denken: die kiezen voor hun werk. Maar mijn leven, en dat van mijn vriend ook, draait heel erg om Florian. Dus brengen we hem om half tien naar de crèche en niet om acht uur. En we halen hem zo vroeg mogelijk weer op, om vier uur. Dan is hij doodop. Het zijn zware dagen voor zo'n kleintje.

Sommige ouders zeggen: 'In het weekend slaapt mijn kind tot half tien in de ochtend!' Dan denk ik: vind je het gek? Het kind zit

's ochtends om half acht al in de auto op weg naar de crèche, en wordt pas om half zeven

's avonds weer opgehaald. In dat opzicht gaat mijn carrière niet voor.

Maar ik voel me begunstigd, ik kan mijn werk goed om mijn kind heen plannen. Overdag maak ik korte dagen en 's avonds als hij in bed ligt, werk ik. Ik probeer van alle kanten het allerbeste te doen, dat is ook zwaar. Het is niet raar dat ik een paar keer flink ziek ben geweest.

Ook emotioneel is het zwaar. Toen Florian 2 werd, ging hij over naar een andere groep, de groep met kinderen van 2 tot 4. Een drama was het, gillen. Hij was er nog niet aan toe, hij is een beetje jong voor zijn leeftijd. Maar het is een rigide beleid: 2 is 2 en dus moet je kind over. En zijn lievelingsleidster van de babygroep mocht zich de eerste weken niet in zijn buurt vertonen.

In de nieuwe groep moest hij in een bedje slapen waar je uit kunt stappen, dus dat vond hij doodeng. Als hij 's middags uit bed kwam, moest hij zichzelf aankleden voor zover mogelijk. Dat is logisch, je hebt er twee leidsters op vijftien kinderen. Maar die eerste keer dat ik hem op kwam halen, zag ik hem verweesd met zijn bakje met kleren rondlopen. Dan kan ik niet vrolijk blijven.

Het is een moeilijke tijd geweest. Als ik op de fiets klom richting crèche, begon hij achterop te huilen. Toen kwamen alle oude dilemma's weer boven: is dit eigenlijk wel leuk? Ik nam me voor: als het twee maanden zo doorgaat, haal ik hem er weg, we zien wel hoe we dat oplossen. Ik vroeg advies aan andere ouders. Die zeiden: 'De crèche is wel goed voor zijn sociale contacten.'

Na een maand ging het nog steeds niet goed en heb ik een gesprek met de leidsters aangevraagd. Ik heb gezegd dat ik hun beleid rigide vond. Toen was het antwoord: 'Zo gaat het nou eenmaal en het is goed. Hij moet leren afscheid te nemen.' Maar waarom mocht hij zijn lievelingsleidster niet meer zien? 'Dat is juist goed voor hem', zeiden ze.

Het ís ook wel weer goed gekomen. Maar toen dacht ik: hij is nog zo klein om verdriet te hebben, dat kleine mannetje. Misschien is het wel egoïstisch hem op de crèche te laten en te blijven werken, dat zijn toch gedachten die door je hoofd spoken. Dat je je een ontaarde moeder voelt.

Als het niet goed gaat met je kind, heb je altijd een soort schuldgevoel, dat je denkt: jezus, nu zit het mormeltje daar. Ik zat toen te rekenen: om één uur gaat hij naar bed, om half vier kom ik hem ophalen, dus alleen tussen half tien en één is hij bewust ergens anders dan thuis. Nou ja, dat moet dan maar. Want die zekerheid is er ook: dat ik ongelukkig zou worden als ik alleen moeder zou zijn.

Het ideaal is toch een zo compleet mogelijk leven, hè. Je wilt én je vrienden zien, én zo nu en dan paardrijden, én nog hard werken, want als ik iets doe, doe ik het fanatiek. En Florian. Zovéél mogelijk tijd besteden aan Florian.

Meer over