'Het zijn mooie kindjes, hoor ik van de moeders'

Paul (47) is spermadonor aan huis. Hij bevrucht vrouwen op natuurlijke wijze, dat wil zeggen via de geslachtsdaad. Van zijn zaad lopen negen kinderen rond....

'De meeste mensen denken dat je het voor de seks doet. Maar dat is niet zo. Er wordt wel wat geknuffeld en gezoend, maar een uitgebreide vrijpartij is het niet. Zodra je een erectie hebt, ga je maar beginnen. Als je klaar bent gekomen blijf je nog een uurtje liggen. Zij met een kussen onder haar achterste zodat het zaad er niet uitloopt. Je kletst nog wat, je drinkt wat. Uiteindelijk ga ik me wassen en vertrek.

Ik doe het om mensen te helpen. Ik vraag er niks voor, alleen reiskosten. Geef me maar vijftig gulden, zeg ik dan, kan ik weer een tank gas kopen.

Ik ben ermee begonnen toen ik een artikel las in Het Parool over een echtpaar dat ongewenst kinderloos was. Het lag aan de man. Dat vond ik een heel triest verhaal. Ik heb die mensen een brief geschreven dat ik wel donor wilde zijn. Daar heb ik niets van gehoord. Ik dacht: misschien kan ik zelf iets opstarten. Toen heb ik een advertentie in Vrij Nederland gezet.

De eerste reactie was van een echtpaar uit Gouda. Ze hadden al een dochtertje, maar een tweede kind lukte niet. Van te voren hadden ze wat foto's opgestuurd van zichzelf. Daarna hebben we ergens afgesproken. Ze wilden weten of ik gelovig was, wat ik deed, wat voor hobby's ik had. Ik was 22 en zat op een lerarenopleiding. Wat vind je ervan?, vroeg die man aan zijn vrouw. Ze vond het wel goed. Toen hebben we meteen een hotelkamer opgezocht. De man bleef in de auto wachten.

Dat moet in 1973 zijn geweest. Ik weet niet of het een meisje of een jongen is geworden. In die tijd sprak ik af dat als ik niks hoorde, het gelukt was. Tegenwoordig vraag ik of ze een geboortekaartje opsturen.

De tweede was een jaar later, dat was een alleenstaande vrouw. Ik heb ze niet meer allemaal voor de geest staan. Er zitten niet veel echtparen bij. Het zijn meest alleenstaande vrouwen en een paar lesbische stellen.

Ik vind het fijn om dit voor ze te doen. Aan de andere kant is het ook plezierig dat je weet dat je wordt doorgegeven. Dat je niet van de aardbodem verdwijnt als je dood bent. Je geeft je persoonlijkheid door, je intelligentie, alles. Daarom vind ik het ook zo belangrijk dat de bevruchting op natuurlijke wijze plaatsvindt. Zo krijgt de moeder een beeld van de vader. Dat ziet ze later terug in het kind.

Ik ben een heel intelligent iemand. Dat klinkt vreemd, maar zo ben ik nu eenmaal getest. Ik heb een goede opleiding gehad, ik ben breed georiënteerd, een hele gevoelige persoonlijkheid. Als je de vrouwen mag geloven, ben ik ook best aantrekkelijk.

Het zijn mooie kindjes, hoor ik van de moeders. Ik zie het ook aan mijn eigen dochtertje. Dat is een leuk kind. Lief, sociaal voelend, speels, heel creatief ook. Ze kan heel mooi tekenen. Ik denk dat ze op mij lijkt. Met name haar oogopslag en haar expressie komen van mij. Haar figuur is een beetje gedrongen. Dat moet ze van mijn ex hebben.

Sylvia is nu zeven, ik heb haar al drie jaar niet meer gezien. De relatie met mijn ex is stuk gelopen. Uiteindelijk hebben we een proces gevoerd om het kind. In een rapport van de kinderbescherming werd ik in de pan gehakt als een vader die zich nooit ergens om bekommerde. Terwijl ik werkloos was en altijd thuis was.

Vader fotografeert blote meisjes, stond in dat rapport. Ja, ik had vroeger aan modelfotografie gedaan, maar dat had met die relatie niets te maken. Heel warrig en lullig allemaal. Mijn ex heeft me op een gore manier te pakken genomen. Ze heeft Sylvia tegen me opgestookt, met dingen als 'Pappa hield niet van jou na je geboorte'. Daar kwam zo'n kind mee aanzetten, heel pijnlijk.

Het was zo dat zij graag kinderen wou, maar ik vond dat onze relatie nog niet zo ver was. Toen zegt ze op een bepaald ogenblik: ik ben al drie weken over tijd, ik kon wel eens zwanger wezen. Dat overviel me. Is dat wel verstandig, vroeg ik. Wat voor problemen krijgen we allemaal?

Ik was 39, maar ik voelde me er nog niet klaar voor. Ik wil best kinderen, heb ik tegen mijn vriendin gezegd, maar niet nu. Ik vond dat we het niet moesten doen. Achteraf bekeken was dat niet verstandig. Dat blijft je achtervolgen. Daar komt ook die opmerking vandaan van Pappa houdt niet van je. Terwijl ik ontzettend van mijn kind hou.

Toen mijn ex in verwachting was, had ik al een stuk of vijf donorkinderen, schat ik. Daar wist zij niets van. Ze zou het niet begrepen hebben. Een donorkind is anders. Dat is een kind op afstand. Daar heb je geen contact mee, niks.

Ik vind wel dat het kinderen van mij zijn, maar ik doe er verder niets mee. Sommige vrouwen willen best dat je van tijd tot tijd langskomt om met het kind te spelen. Een van de moeders heeft me een omgangsregeling aangeboden. Een ontroerend aanbod, vooral omdat ik het precies kreeg in de tijd dat ik Sylvia niet meer mocht zien.

Maar dat kan ik niet opbrengen. Als ik al die kinderen moet langslopen kan ik wel aan het autorijden blijven. Ik hoef ze niet te zien. Ik ben bang dat ik me er toch aan ga hechten en wie weet wat voor complicaties daar weer uit voortkomen. Ik zeg altijd: ik zorg voor de bevruchting, de rest moet je zelf doen. Dat is de afspraak. Ik zeg ook duidelijk dat ik geen financiële ondersteuning geef.

Een van de moeders vond dat navrant. Je bent je eigen kind kwijt, zei ze, en met de donorkinderen wil je geen contact. Daar heeft ze wel een beetje gelijk in. Ik denk dat het onvermijdelijk is.

Ik ben altijd al een loner geweest. Als puber was ik erg eenzaam. Ik was teruggetrokken, had niet veel vrienden. Het heeft me heel lang moeite gekost om mijn emoties te uiten. Ik was best in trek bij de meisjes, maar ik kon er niet goed mee omgaan. Ik kon bijvoorbeeld nooit tegen een meisje zeggen: ik vind je lief, of ik hou van je. Dat kwam wel in me op, maar het kwam niet over mijn lippen.

Dat is ook een belangrijke reden waarom ik vrouwen alleen op natuurlijke wijze wil bevruchten. Als ik masturbeer komt dat gevoel van eenzaamheid weer heel sterk naar boven. Dat vermijd ik. Ik doe ook nooit aan zelfbevrediging.

Toen Sylvia werd geboren waren mijn collega's verbaasd: goh, jij een dochter, de eeuwige vrijgezel. Op zich was het gezinsleven best leuk. Als Sylvia wakker werd, vond ik het fijn om haar uit haar wiegje te halen en met haar te spelen. Later kwam ze me boekjes voorlezen. Heel leuk allemaal. Maar eerlijk gezegd heb ik er uiteindelijk niet zoveel moeite mee dat ze bij haar moeder woont.

Ik voel wel eens wroeging. Laatst was ik op school en toen bleken er problemen te zijn. Qua intelligentie zit het allemaal wel goed, maar de sociale vaardigheden zijn zo slecht dat onderwijzers zich afvragen of er wat aan de hand is.

Ik heb me vaak afgevraagd of ik had moeten blijven, zodat ze tenminste een vader had gehad. Maar het viel niet op te brengen. Haar moeder was ziekelijk jaloers, ze dacht altijd dat ik kickte op andere vrouwen. Op straat liep ze achter me aan om te zien of ik naar andere vrouwen keek. Ik ging er aan onderdoor.

Ik stuur nog wel kaartjes en cadeautjes. Dat staat ook in het rapport. Pappa stuurt alleen maar cadeautjes. Mag dat niet dan? Je mag je eigen kind toch wel een presentje sturen.

Ik zou nog wel echt een kind van mezelf willen. In principe kan dat nog. Mijn huidige vriendin wil best een kind van mij. Maar dan moet ik het opvoeden, zegt ze. Ze heeft al een dochter van zeventien en een van vijftien die ze in haar eentje heeft opgevoed. Dat gaat ze niet nog eens doen.

Ik weet het niet. Ik ben bang dat als ik me veel met het kind bemoei ze afstandelijker wordt. Dat vind ik niet leuk voor het kind. Ik wil haar ook niet kwijt. Bovendien is ze al wat ouder, dus het is nog maar de vraag of het lukt.

Zolang er nog behoefte is aan donors, ga ik door. Het eerste kind is nu 24. Af en toe flitst het door je hoofd: wat zou er van geworden zijn? Misschien ben ik al opa. Maar met zo'n gedachte kun je niks. Ik denk niet dat die mensen het op prijs zouden stellen als ik naar ze toe zou gaan. Dat is een gigantische inbreuk op hun leven. Misschien weet het kind wel helemaal niet dat het niet van zijn vader is.

Mijn ouders leven allebei nog, maar ik heb het contact op een laag pitje gezet. Ze bemoeien zich weinig met de buitenwereld. Mijn vader is een stille man die op zondag altijd onderuit gezakt in zijn stoel zat. Met zijn zoon op stap gaan zoals je andere vaders ziet doen, heeft hij nooit gedaan. Hij heeft altijd weinig belangstelling getoond en weet het altijd beter, heel vervelend. Hij heeft een aantal dingen in zich die helemaal niet aardig zijn.

Ik heb mijn ouders nooit verteld over mijn donorschap. Ik denk dat het hun te ver gaat. Maar ik heb geen zin om verantwoording af te leggen. Alleen mijn huidige vriendin weet het. Voor de rest niemand. Ik weet niet of ik Sylvia ooit zal vertellen dat ze nog halfbroers en zusters heeft. Ik ben bang dat zij het tegen haar moeder zal zeggen en dan is de beer los.

Een van de moeders heeft eens gezegd dat ik eens een reünie zou moeten organiseren. Ik ben de enige die ze allemaal kent. Maar ik heb er niet zo'n behoefte aan. Voor die donorkinderen voel ik geen verantwoordelijkheid. Het is gewoon een gebeuren. Je komt een aantal keren bij elkaar, er ontstaat een zwangerschap, je krijgt een geboortekaartje en daarmee is het af.

Met de laatste vier moeders heb ik wel afgesproken dat de kinderen als ze willen later contact kunnen zoeken met mij. In het begin werd daar nooit naar gevraagd. Later wel. Bij de notaris liggen enveloppen met de geboorteakte en met gegevens over mij. Als die kinderen zeggen ik wil mijn vader wel eens ontmoeten, dan wil ik dat wel.

Ik weet niet hoe ik zal reageren. Ik ga ervan uit dat ze goed terecht zijn gekomen. Hun moeders waren allemaal redelijke vrouwen. Misschien zijn ze wel kwaad op me, omdat ik ben weggegaan. Het enige dat ik dan kan zeggen is: dat was de afspraak met je moeder.'

De namen Paul en Sylvia zijn gefingeerd.

Meer over