Het vuile smoel van België

'Geef ze een baan en ze komen tot iets', zeggen deskundigen over het migrantenprobleem in België. Na de recente rellen rond de dood van de Marokkaan Saïd Charki is in België de discussie op gang gekomen over het migrantenbeleid....

GEERT-JAN BOGAERTS

EEN herfstige zondagavond in de Brusselse wijk Anderlecht. Het is druk in de vervallen straten, maar het is geen gezellige drukte. Er heerst een grimmige sfeer. De tijd is gekomen om rekeningen te vereffenen, zo lijkt het. De afgelopen dagen hadden de jonge Marokkanen het initiatief, nu ligt de bal in het kamp van de rijkswacht. En de ordedienst laat zich die niet meer afnemen.

Aan de lopende band worden mensen opgepakt: de meesten zijn jonger dan 25 jaar en hebben een donkere huidskleur. Honderdtwintig zullen er die nacht, vandaag nog geen twee weken geleden, in de cellen verdwijnen. Administratieve hechtenis, heet dat in het Belgische strafrecht.

Buurtbewoners protesteren. 'Kijk eens wat ze met mij hebben gedaan', zegt een Marokkaanse vrouw tegen een journalist van het dagblad De Morgen. Ze heeft een blauwe plek in haar nek, waar ze een dag eerder geslagen is door de politie. 'Als je je bek niet houdt, slaan we je opnieuw', schreeuwt een vrouwelijke rijkswachter.

Een andere buurtbewoner probeert foto's te maken van het politieoptreden. Een 'flik' vraagt hem naar zijn perskaart. Die heeft hij niet, maar hij woont wel in de straat, zegt hij. De benen moeten wijd, de handen op het dak van de politieauto, en na een hardhandige fouillering worden hem de plastic handboeien omgedaan. In de politieauto wordt hij uitgemaakt voor linkse pederast, en later op het bureau moeten zijn Marokkaanse medearrestanten hun broek en schoenen uitdoen en op de knieën zitten. Wie protesteert, krijgt racistische opmerkingen naar het hoofd geslingerd. 'Je krijgt geen antwoord omdat ik het zeg', schreeuwt een agent, zo tekent De Morgen op.

De rellen die twee dagen eerder zijn begonnen en culmineerden in een samenscholingsverbod in het anders zo rustige provinciestadje Lokeren, tussen Antwerpen en Gent, waren een direct gevolg van een treffen tussen de rijkswacht en de 25-jarige Marokkaan Saïd Charki. Charki werd verdacht van drugshandel, een activiteit die de laatste twee maanden bij de politie prioriteit heeft. In grootscheepse politieacties probeert de Belgische staat, zoals minister Johan Vande Lanotte van Binnenlandse Zaken later verklaart, de straat terug te winnen op de criminele drugsbendes.

Charki verliet op die bewuste vrijdagavond 7 november rond acht uur zijn huis in de Rossinistraat. In de belendende Brogniezstraat moest hij in zijn grijze BMW wachten voor een rood stoplicht. Toen vonden de rijkswachters, die hem al enige tijd volgden, het moment gekomen om hem te grijpen.

Over wat volgt, lopen de lezingen uiteen. De rijkswacht verklaart dat Charki aan zijn arrestatie probeerde te ontkomen door op de agenten in te rijden. Die konden toen weinig anders doen dan hem neerschieten. De Marokkaanse jongeren die de volgende dagen de straat op gingen, beweren dat Charki in koelen bloede werd neergeknald. Motief: racisme. Deze versie van het gebeuren wordt ondersteund door enkele getuigen.

Vaststaat slechts dat de drie rijkswachters met vakantie zijn, en dat hun rol wordt onderzocht door de Brusselse onderzoeksrechter Pignolet. Charki is een week geleden naar Marokko overgebracht en daar begraven. In België zijn geen islamitische begraafplaatsen. Vaststaat ook dat racisme de rijkswacht niet vreemd is. En vaststaat ten slotte dat de onlusten in Brussel en, op kleinere schaal, in andere Belgische steden, de discussie over het migrantenbeleid in België opnieuw hebben doen oplaaien.

Niet dat de rellen politieke consequenties van betekenis hebben gehad. Het parlement prees Vande Lanotte voor het optreden van de politiediensten. Stefaan de Clerck van Justitie had het iets moeilijker: verscheidene parlementariërs hekelden het magere optreden van het Brusselse parket, dat er volgens de liberalen van de VLD 'voor spek en bonen heeft bijgezeten'.

Het gebrek aan een principieel debat in het parlement is misschien minder merkwaardig voor wie bedenkt dat er aan de Wetstraat in Brussel nauwelijks een migrantenbeleid wordt ontwikkeld. En daaraan zijn alle partijen ongeveer even schuldig: de christen-democraten zo goed als de socialisten of de liberalen. Wie de ander beschuldigt, heeft bijna altijd zelf boter op het hoofd.

Waar de gevestigde partijen stilzitten, roert het extreem-rechtse Vlaams Blok zich des te harder. Die club uitte zijn grote waardering voor de manier waarop de ordediensten hadden opgetreden. Kritiek is er slechts op de korte duur van de aanhoudingen. De meeste arrestanten werden halverwege de nacht weer vrijgelaten. Sommigen waren overigens natgespoten. Minister Vande Lanotte verdedigde die maatregel met de opmerking dat 'ze immers gewaarschuwd waren'.

Om te zeggen dat er helemaal geen migrantenbeleid is in België, zou overdreven zijn. Maar versnipperd is het wel, en daardoor tamelijk ineffectief. Drie verschillende overheden mogen het tot hun competentie rekenen: het onderwijs is in handen van de op taal gebaseerde gemeenschapsregeringen, terwijl de Brusselse gewestelijke regering over het werkgelegenheidsbeleid gaat. De federale overheid ten slotte heeft de ordehandhaving in de portefeuille.

'Dat het migrantenbeleid faalt, verbaast mij niets', zegt Geert van Istendael, auteur van boeken als Het Belgisch Labyrint en Bekentenissen van een reactionair. 'Beleid in België wordt immers altijd bepaald door pressiegroepen. Wie de meeste druk veroorzaakt, wordt het beste gehoord. De migranten hebben nauwelijks pressiegroepen, dus hoeft de overheid ook niet naar ze te luisteren', zo luidt een deel van zijn verklaring.

De autochtone Belgen beschikken daarentegen, of ze willen of niet, wél over een pressiegroep, eentje die zelfs op behoorlijk niveau is vertegenwoordigd in de overheid: het Vlaams Blok. 'Het succes van het Vlaams Blok heeft de andere partijen met de neus erop gedrukt dat hun beleid faalde. Dat heeft hun zetels gekost. Toen is er een soortement beleid gekomen richting migranten.'

Van Istendael is het niet eens met dat beleid: 'Het optreden van de rijkswacht ten aanzien van buitenlanders is soms stuitend. Laatst zag ik een politieman op de Anderlechtsesteenweg op zo'n manier optreden, dat ik me schaamde dat ik belasting betaalde om zijn gedrag te financieren.'

De Belgische gemeenschap, Vlamingen en Walen gelijk, is onverschillig ten opzichte van politici, signaleert professor Etienne Vermeersch, de Gentse hoogleraar filosofie. Die onverschilligheid laat zich mede verklaren uit de affaires van de laatste jaren; Agusta, Dassault, de bende van Nijvel, Dutroux zijn maar enkele van de bekendste. De lijst is veel langer.

'Die affaires hebben het idee versterkt dat de politici allemaal zakkenvullers zijn. Maar aan de andere kant: zelfs als je corruptie kunt aantonen in sommige gevallen, dan is het nog niet evident dat de betrokken politicus dat in de volgende verkiezingen zal merken. Dat komt omdat men ervan uitgaat dat iedereen zo is', analyseert Vermeersch.

Zo geredeneerd heeft de gebrekkige positie van migranten alles te maken met de enorme kloof tussen hen en de politiek. Want de Belgische politiek functioneert niet alleen via de pressiegroepen. Er is ook, veel meer dan in Nederland, rechtstreeks contact tussen kiezer en gekozene.

'Parlementsleden staan dicht bij de plaatselijke bevolking en haar problemen; ze besteden ook buitengewoon veel tijd aan ''dienstbetoon'', een in Nederland onbekend verschijnsel', schrijft Van Istendael in Het Belgisch Labyrint.

En verderop: 'Als je wilt dat jij (of je zoon, of je dochter of je neef) een baan krijgt bij de gemeente, kun je het beste even aanlopen bij een schepen (wethouder) of gemeenteraadslid. (...) De hulp die je vraagt om een baan (bouwvergunning, tot voor kort ook vrijstelling van de dienstplicht, regeling van je pensioen) te krijgen, heet politieke steun. Het stelsel waarin die steun wordt verleend, heet politiek dienstbetoon, kortweg dienstbetoon, want politiek vinden wij een vies woord.'

Natuurlijk krijgt de schepen, of het lid van de Vlaamse raad, of zelfs de federale parlementariër iets terug voor zijn dienstbetoon: namelijk een stem, van des te grotere waarde naarmate zijn district kleiner is.

Het mag duidelijk zijn dat het dienstbetoon voor de allochtone bewoners van Schaarbeek, Anderlecht, Molenbeek en andere arme wijken minimaal tot niet bestaand is. Want zij hebben vaak geen stemrecht.

De oplossing ligt dus voor de hand: stemrecht op lokaal niveau voor buitenlanders, zoals ze dat in Nederland de afgelopen drie verkiezingen al hadden. Van Istendael is daar een warm voorstander van, en het plan heeft de steun van enkele partijen in het parlement.

Toch vloeit die oplossing niet als vanzelf voort uit een analyse van de rellen. Want de meeste stenengooiende jongeren waren 'nieuwe Belgen', tweede- en derde-generatie-immigranten. Dat zijn vaak mensen met de Belgische nationaliteit, ergo, in het bezit van alle burgerrechten inclusief stemrecht. Dat neemt niet weg dat hun ouders vaak nog hun oorspronkelijke nationaliteit hebben en dus niet tot het electoraat behoren.

De Groenen in het parlement (het Franstalige Ecolo en het Vlaamse Agalev) willen ook een batterij welzijnswerkers op de achterstandsbuurten loslaten. Maar ook die oplossing heeft een keerzijde, zo analyseert de (Nederlandse) journalist Derk Jan Eppink. 'Hoe meer buurt-, preventie- en sociale werkers tegen allochtonen zeggen dat de allochtonen gediscrimineerd worden, hoe sterker het vijandbeeld wordt dat ze toch al hebben van de buitenwereld', meent hij.

Hij haalt het voorbeeld aan van een voetbalwedstrijd waarin de Marokkaanse spits op een gegeven moment de rode kaart kreeg. De man en zijn supporters beschuldigden de scheidsrechter vervolgens van racisme.

Ook Van Istendael signaleert een nadelige invloed van al te veel welzijnswerkers temidden van buitenlanders. 'Bij de rellen waren er spandoeken. Daarop stond: Saïd executé, Loubna pas retrouvé. Ik zou het veel onvergeeflijker vinden als deze welszijnswerkers tot die tekst hadden geïnspireerd, dan wanneer de drugdealers hem zelf hadden opgeschreven.'

De vergelijking tussen de door de rijkswacht gedode Saïd en de door een gestoorde kinderlokker vermoorde Loubna Benaïssa, een jong Marokkaans meisje, is bij veel Belgen compleet in het verkeerde keelgat geschoten. Naar alle waarschijnlijkheid vooral omdat bijna heel België in een ongekende uiting van solidariteit met de Marokkaanse gemeenschap meehuilde toen het lijk van Loubna werd gevonden.

Dat was een jaar geleden, in de periode dat België woedend was over de affaire-Dutroux, en vooral over de blunders van politie en justitie in deze zaak. Die woede is inmiddels weggeëbd, althans: zij is niet meer zichtbaar.

Volgens Van Istendael is die woede nooit erg diep gegaan: 'De Belgen hebben een erg onvolwassen relatie met hun overheid. Aan de ene kant verwachten ze er veel van - bijvoorbeeld een goed werkende justitie - en zijn ze boos als de overheid niet aan de verwachtingen voldoet. Maar aan de andere kant is de overheid ook altijd de vijand, met wie je niets te maken wilt hebben. Het is een nationale sport om lak te hebben aan de overheid, of het nu gaat om belastingen, om vergunningen, of om de snelheid in het verkeer.'

Denise van Dam, een Vlaamse sociologe die aan de (Waalse) universiteit van Namen doceert en een proefschrift heeft geschreven over het beeld dat Walen en Vlamingen van elkaar hebben, nuanceert het beeld dat Van Istendael schetst. 'Vlamingen leggen altijd de nadruk op het feit dat ze eeuwenlang bezet zijn geweest. Daardoor hebben ze geleerd de overheid ''te arrangeren'', naar hun hand te zetten.' Zij heeft de indruk dat bijvoorbeeld Vlamingen meer dan Walen de neiging hebben om 'de fiscus te omzeilen'.

Een paar weken geleden besprak het Vlaams parlement een voorstel om het systeem van dienstbetoon af te schaffen. Een 'deontologische' code, zo wordt dat met een knipoog naar Immanuel Kant genoemd. 'Het zal een koud ontwaken zijn voor de Belg. Ik twijfel er sterk aan of al die mensen die vorig jaar tijdens de witte mars zo boos waren, bereid zijn voortaan netjes de regels voor een bouwvergunning te doorlopen', zegt Van Istendael.

Gevoel en gedrag sporen kennelijk niet met elkaar. Van Dam heeft daarvoor een verklaring. België is een land van compromissen, en om te overleven moet men wel in dialoog blijven. Als men de overheid onrechtvaardig vindt - en bijna alle Belgen vinden de overheid óf onrechtvaardig óf corrupt - dan is het een logische strategie om daar heel pragmatisch mee om te gaan. 'Het ideologische debat vindt hier niet op een hoog filosofisch niveau plaats, zoals in Frankrijk', zegt Van Dam. 'En dit pragmatisme is onze redding. Anders zou politiek geweld in België aan de orde van de dag zijn.'

Vermeersch toont zich iets pessimistischer. 'De mensen hier hebben geen uitlaatklep meer voor hun emoties. Dat kan tot een crisis leiden. Als de partijen zich niet echt vernieuwen, treedt er sclerose, verkalking, op. Overigens zal dat niet tot een Belgische revolutie leiden, simpelweg omdat er onvoldoende België is.'

Een voor de hand liggende oplossing voor het herstel van de achterstandswijken, is het opzetten van een geïntegreerd beleid, waarin stadsvernieuwing hand in hand gaat met werkgelegenheids- en scholingsprojecten. Een beetje zoals Nederland dus. 'Dat kan hier helemaal niet', zegt Van Istendael. 'Wij kennen hier alleen maar de canapépolitiek. Bovendien hebben de gemeenten hier nauwelijks invloed op de woningbouw. Slechts acht procent van het woningbestand in het Brussels gewest bestaat uit sociale woningbouw.'

Het is volgens Van Dam geen toeval dat de rellen grotendeels beperkt bleven tot Brussel. 'Je hebt daar veel meer verloedering van de binnenstad dan elders. De rijken en de middenklasse zijn weggetrokken, waardoor geen voorzieningen meer overblijven.'

Ze merkt op dat Vlamingen en Walen zeer verschillend omgaan met de migrantenproblematiek. 'Kijk naar de oude wijken in de Borinage-streek, in Charleroi. Daar wordt geen onderscheid gemaakt naar nationaliteit, maar naar klasse. De armoede is evenredig verdeeld onder Walen, Italianen en Marokkanen.'

Walen hebben altijd gestreefd naar assimilatie van immigranten, zegt Van Dam, terwijl Vlamingen een 'multiculturele' benadering nastreven: behoud van de eigen cultuur. Logisch, want Vlamingen hebben tot dertig jaar geleden altijd voor hun eigen taal en cultuur moeten vechten tegen de Walen, die hen als minderwaardig beschouwden.

Dat verschil in benadering heeft voor Brussel grote gevolgen: het onderwijs is in handen van de Franstalige gemeenschapsregering, en dat heeft geen aparte voorzieningen voor onderwijs in eigen taal voor Marokkaanse kinderen. Die vallen daardoor in een groot gat, zo hebben waarnemers opgemerkt. Het Nederlandstalige onderwijs houdt wel rekening met de andere cultuur, wat mede zou kunnen verklaren waarom de meeste Vlaamse steden in de afgelopen jaren weinig tot geen rellen hebben gekend.

Er is een ander beleidsterrein waar de overheid enige invloed op zou kunnen uitoefenen: de werkgelegenheid. Maar hier geeft de staat een voor een zijn wapens uit handen aan een verenigd Europa. 'Ik ben erg voor marktverstoring en ga wat dat betreft tegen de EU-gedachte en het paarse model in. Maar alleen als de overheid ingrijpt in de markt, is het mogelijk om banen te creëren voor de migranten', meent Van Istendael. 'Dat is de grond voor elke oplossing. Geef ze een baan en ze komen tot iets.'

'Sorry, wij werven geen Marokkanen', krijgt 25 procent van de allochtone sollicitanten in Vlaanderen te horen volgens een onderzoek van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). 'Men verwijt ons onze look', zegt de Marokkaanse sociologiestudent Foad in een krant. 'In de sociologie heeft men het ook over le délit de la sale gueule, de misdaad van het vuile smoel. Iets in hoe we eruit zien, hoe we ons gedragen, wekt ergernis.'

Pierre Blaise, schrijver van La Belgique et ses immigrés - Les politiques manquées, pleit voor specifieke beleidsmaatregelen die discriminatie wegwerken. En hij vraagt zich af waarom de overheid niet op grotere schaal de cultuur van de migranten steunt, bijvoorbeeld door hun organisaties te subsidiëren. 'Belgen hebben vaak nog het gevoel dat dé allochtone wortels haaks staan op dé Belgische cultuur. Alsof de Belgische cultuur homogeen is. Alsof iemand met andere wortels per definitie niet kan aarden in onze context.'

Het is een houding die bij de rijkswacht schering en inslag lijkt. De buurtbewoner die door de politie werd afgevoerd omdat hij foto's maakte, stond niet alleen in zijn ervaringen. Andere getuigenissen verhalen van de harde aanpak door de ordediensten. 'Een bewuste strategie', aldus Paul Pataer van de Liga voor de Mensenrechten.

Pataer vermoedt dat die strategie op het hoogste niveau, in de top van de rijkswacht, is uitgedokterd. Er zijn die zondagavond heel wat onschuldigen opgepakt. 'Temeer omdat het ging om het oppakken van iedereen met een bepaalde huidskleur. Dat is een zeer gevaarlijke strategie.'

Geert-Jan Bogaerts

Meer over