ColumnJarl van der Ploeg

Het openbare leven wordt al anderhalf jaar lang gedomineerd door de onfatsoenlijken

null Beeld
Jarl van der Ploeg

​Het was een kraakheldere zondagmiddag – een perfect moment om al wandelend de muffe middelmatigheid van de lockdown te vergeten – toen de bestuurder van een gigantische wagen opeens begon te toeteren, zijn raampje opendraaide en mij toebeet dat ik godskolere niet zo moest treuzelen bij het oversteken.

Toen ik voor deze krant nog Italië-correspondent was en Nederland ​alleen bezocht in de kerstvakantie, werd ik vanuit Rome geregeld overspoeld door zo’n inwendige golf van weemoedig verlangen die je denk ik het best als heimwee kunt omschrijven. Dat gebeurde meestal wanneer ik via een krakerige verbinding het NK schaatsen probeerde te volgen en de verliezer na afloop met een zwaar Fries accent vertelde dat hij weliswaar pap in de benen had, maar dat dat niet zo veel uitmaakte omdat het toch de laatste wedstrijd van het seizoen was waardoor hij nu eindelijk terug kon naar zijn boerderij bij Sneek, waar binnenkort de lente zou beginnen.

Het probleem is alleen dat ik, nu ik weer in Nederland ben, nauwelijks Friese schaatsers tegenkom, maar vooral veel mannen met hoofden vol dromen die maar niet willen uitkomen waardoor ze op een dag wakker worden en besluiten een Dodge Ram 1500 te kopen – u weet wel, zo’n gigantische pick-up die eigenlijk alleen handig is al je een Australische koeienranch bezit, maar hier wordt bestuurd door mensen van ​wie ​hun bankrekening het enige is dat echt goed gaat in hun leven.

Het is wat mij betreft het grootste probleem van de lockdown: omdat het fatsoenlijke gedeelte van Nederland – laten we zeggen 80 procent van de bevolking – zoveel mogelijk binnen blijft, wordt het openbare leven al anderhalf jaar lang gedomineerd door de onfatsoenlijken, mensen wier bozige fronsen tot overmaat van ramp ook een groot deel van mijn leven binnenshuis beheersen, omdat ze de grootste mond hebben op zowel Twitter als Facebook en omdat hun politici dagelijks mogen aanschuiven bij de talkshows.

Jarenlang was ik trots op Nederland. Ik was ervan overtuigd dat mensen in een plat land vanzelf ambitieuzer worden. Hoe schaarser de bergen immers zijn, hoe groter ook de drang de top te bereiken. Maar door dat constante getetter om mij heen vraag ik mij inmiddels dagelijks af waarom een plat land toch zo veel platte mensen moet voortbrengen?

Bedremmeld liep ik verder tot ik ​een stukje verderop een oude dame tegenkwam die vanuit het niets tegen mij zei: ‘Hallo jongen, een fijne dag toegewenst.’

Even was ik te beduusd om te antwoorden, waarna ik me snel omdraaide en haar nariep: ‘Dank u wel, mevrouw. Wat bijzonder vriendelijk van u.’

‘Nee hoor’, zei ze. ‘Dat is gewoon heel normaal.’

Meer over