InterviewGiovanca Ostiana

Het motto van Giovanca Ostiana? ‘Schoenmaker, blijf vooral níét bij je leest’

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos

Zangeres en presentatrice Giovanca Ostiana wilde altijd graag een niks-aan-de-hand-leven en een normaal gezin. Maar, beseft ze nu, normaal bestaat niet. Het gaat erom wat je met tegenslagen doet. Dat je altijd doorzet en vooral: een voorbeeld bent voor anderen.

Laatst had Giovanca Ostiana een gesprek met drie meisjes uit Rotterdam. ‘Kom je uit een rijk of uit een arm gezin?, vroegen ze. Heel direct. Het waren kinderen die het thuis niet gemakkelijk hebben, vermoedt Giovanca (44). De meisjes wilden met haar praten omdat ze een voorbeeld zien in de zangeres en presentatrice. ‘Ik dacht meteen: nu ga ik jullie eerlijk vertellen wat ik nog nooit in een interview met een volwassene heb verteld. Omdat ik dacht dat die meisjes iets zouden kunnen hebben aan mijn antwoord. Ik zei: ‘Ik kom eigenlijk uit een arm gezin. Maar ik heb me nooit arm gevoeld.’’

Jullie woonden in welgesteld Amstelveen; je zat daar op het gymnasium...

‘Ja. En toch hadden we weinig geld.’

Je vader was werktuigbouwkundige, je moeder was verpleegkundige. Dat associeer ik niet meteen met armoede.

‘Je weet niet hoe de echte situatie was. Dat we het eigenlijk maar net aan redden. Ik heb mijn ouders doorlopend zien struggelen met geld. Ze hielpen anderen. Daardoor hadden ze soms zelf net niet genoeg. Altijd namen ze wel weer iemand in huis uit Curaçao, die in Nederland kwam studeren. Maar over financiële problemen praat je niet, in mijn cultuur. Dat is inherent aan de Antilliaanse schaamtecultuur. Je hangt de vuile was niet buiten, uit respect voor je ouders.’

Vertellen over het helpen van anderen is toch geen vuile was buitenhangen?

‘Maar als de consequenties daarvan zijn dat je eigenlijk te weinig overhoudt om van rond te komen. Terwijl ik dit nu met jou bespreek vóél ik de schaduw van mijn moeder: waarom moet je dit vertellen? Dat is spannend. Ik wil niks zeggen waardoor mijn moeder zich gegeneerd zou voelen – en tegelijkertijd voel ik op steeds meer momenten dat anderen iets aan mijn verhaal zouden kunnen hebben.

‘Het lukte mijn ouders bijvoorbeeld niet om het geld bij elkaar te krijgen om mij met de rest van de klas te laten meegaan op schoolreis naar Rome. Dat zijn dingen waarover ik nog nooit heb gepraat. De school wist ervan. Dus ik bleef achter, deed gewoon een week mee met het atheneum, terwijl mijn klasgenoten in Rome zaten. Dat deed geen pijn, want ik wist wat voor mensen mijn ouders zijn. Het was niks dramatisch. Maar zulke dingen waren wel het verschil tussen mij en de rest van de klas. De buitenwereld denkt vaak dat ik een zondagskind ben. Terwijl ik uit een gezin kom dat het echt wel pittig heeft gehad.’

Giovanca is kort daarvoor komen binnenstuiven, in het kantoor van haar manager in Abcoude. Hoed boven het lichtblauwe mondkapje; een spijkerjas met verfspatten op een wijde panterbroek. Een fijn contrast met de doorgaans iets degelijker outfit op dinsdagavond: dan presenteert ze met journalist Tijs van den Brink de NPO-talkshow Op1, voor de EO. ‘Ik ben zo zenuwachtig’, lacht ze. ‘Dit is het eerste grote interview sinds een jaar, ik doe het niet vaak. Ik wik en weeg altijd elk woord, ook omdat ik meestal over zulke gevoelige dingen moet praten.’

Je bedoelt: omdat je zo vaak naar racisme en discriminatie wordt gevraagd?

‘Zelfs in die mate dat ik het gevoel heb dat het er ook echt altijd over moet gaan. Ik vind die onderwerpen ook heel belangrijk, het zit in verweven in veel dingen die ik doe, maar ook in veel niet. Ik vind het erg leuk naar iets anders gevraagd te worden dan naar racisme en discriminatie en Black Lives Matter.’ Lacht: ‘Ik bedoel: het geeft ook aan dat mensen er niet van uitgaan dat ik ook met iets anders bezig kan zijn hè?

Harper’s Bazaar vroeg mij om in de geest van Maya Angelou een brief te schrijven aan mijn dochter. Puur vanuit de ervaring van een zwarte vrouw, wat je je gekleurde kind meegeeft voor de toekomst. Wat mooi, dacht ik. Maar ik begon aan die brief en besefte meteen: ik denk helemaal niet als zwarte moeder. Ik denk als móéder. Ik wil dat mijn kind gelukkig en gezond is. Eigenlijk moest ik mezelf dwingen om dat kleurverhaal erin te krijgen.’

Jij zei: ‘Een Marokkaanse schrijver is voor mij in eerste instantie een schrijver.’

‘Precies. Toen ik kennismaakte bij de EO, waar ze natuurlijk ook van alles proberen te doen met diversiteit, viel het woord ‘migrantenkerk.’ Helemaal niet verkeerd bedoeld hoor. Maar ik dacht: migrantenkerk? Hoor ik daarbij? O, zien jullie dat zo?

‘Natuurlijk, die kleur zit erop, dus ik sleep veel ervaringen met mee, en dingen uit mijn opvoeding die invloed hebben op hoe ik in het leven sta. Maar ik ben in eerste instantie een mens, een moeder, een zangeres. Ik ben geen zwarte zangeres, ik ben een zangeres. Ik klink niet eens zwart; ik heb een flinterdunne stem. Bij mij wordt mijn kleur er vaak te pas en onpas bijgesleept. Er is een periode geweest dat ik er niet bij stilstond, omdat ik jong was. Toen kwam het kantelpunt en vanaf dat moment is dat bewustzijn nooit meer weggegaan.’

Dat was op je 14de, toen een moeder van een klasgenootje tegen je zei dat ze het zo knap vond dat jij op het gymnasium zat, ‘want het is toch moeilijker voor jullie.’

‘Ja. Vanaf het moment dat een volwassen vrouw mij wees op mijn achtergrond, met een denigrerende zweem in haar stem, ging het pijn doen. Dan kun je nooit meer terug naar dat onbezorgde: ik ben net als de rest. Natuurlijk werd ik daarvoor ook weleens Zwarte Piet genoemd, door klasgenootjes. Ze hadden net zo goed kunnen zeggen dat ik een stomme broek aanhad. Het was niet leuk, maar in de pijltjes die werden gegooid zat geen gif. Hoe ouder je wordt, hoe giftiger de pijltjes.’

Even later: ‘Ik heb ook een dikkere huid, een soort taaiheid ontwikkeld. Ik weet wat het is om bijna niks te hebben en bijna niks te kunnen doen. Ik weet hoe het is als er deuren voor je neus worden dichtgeslagen. Op grond van je naam, of om hoe je eruitziet. De raarste dingen heb ik meegemaakt, ook in mijn tijd als model. Dan werd ik geboekt voor een klus, toen nog op basis van een foto per fax. Kwam ik bij de klant, werd ik meteen teruggestuurd. Te zwart, daar kon de clientèle zich niet mee identificeren. En dan ben je 19 hè. Of ik werd gevraagd voor een modeblad, maar dan wel in de zomerperiode, want dan was het verlies van een zwart model op de cover het minst. Zo zijn er nog heftiger dingen, maar niet alles is leuk, tussen aanhalingstekens, om te vertellen.’

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos

Fotografie Pablo Delfos. Haar en make-up: Bastien Zorzetto (House of Orange), locatie Room Mate Hotel, Amsterdam.

Is er dan nog iets erger om te vertellen?

‘Natuurlijk. Als ze mij op sociale media de dood toewensen na een optreden bij Op1 en zeggen: ‘Zwarte aap ga terug naar je eigen land. Je verdient het niet op die plek te zitten.’ Het is in de lijn met de speldenprikjes die je al je hele leven hebt gehad, maar de taal is zo hard... Dat raakt me, zelfs met die langzaamaan opgebouwde dikkere huid. Ik wil er alles voor doen om mijn dochter weerbaarder te maken tegen dat soort negativiteit.’

In de brief aan je dochter Jesamy in Harper’s Bazaar zeg je: ‘Beloof me dat als iemand over je zegt dat je alleen maar bent gekomen waar je nu bent omdat je een mooi of bruin koppie hebt, jij zelf niet twijfelt. Dat je onthoudt dat al jouw talent en jouw zijn makkelijker te verkroppen zijn voor anderen als ze je op die manier wegzetten.’ Is dit jouzelf overkomen?

‘Ja.’

Hoe ging dat?

‘Elke keer als ik naast Matthijs van Nieuwkerk aanschoof als gast of als tafeldame bij De wereld draait door werd er gezegd dat ik daar alleen maar zat omdat ik zwart ben. Of dat de presentator mij wel leuk zou vinden.’ Ze tikt met haar vingers op de houten tafel: ‘Dat anderen elk dingetje dat je bereikt toedichten aan je achtergrond, die mij juist vaak zo veel ellende heeft opgeleverd, is zo dubbel, zo krom, zo ingewikkeld. Oké, eerst krijg ik allerlei kansen níét, omdat ik die kleur heb. Als ik dan wel iets bereik, komt het ook door die kleur. Hallo?’

Ging je zelf twijfelen?

‘Als iedereen maar van alles tegen je aansmijt, blijft er ergens altijd wat hangen. O ja, volgens anderen zit ik hier alleen maar omdat ik zwart ben. Omdat ik zogenaamd mooi ben. Maar wat wel belangrijk is: ik heb nooit gedacht dat ze gelijk hadden hoor. Daarom scheef ik ook die passage in die brief aan Jesamy. Dat je daar niet in moet trappen.’

Presenteren is een vak. Je kreeg enorm veel kritiek over je heen toen je begon bij Op1, ook inhoudelijk: te braaf, te voorzichtig.

‘Och, hou op.’

Je belandde onderaan het lijstje van favoriete Op1-presentatoren.

Meteen: ‘Dat is nu gelukkig niet meer zo. Het publiek is onze duo-presentatie gaan waarderen; we krijgen nu mooie kijkcijfers. Veel kijkers zien me als warm, en betrokken.

‘Vrij snel na het begin van het Op1-verhaal belde Trijntje Oosterhuis me, die lieve schat. Ze zei: ‘Gio, niet meer op Twitter kijken. Niks lezen. Niks aannemen van mensen in de supermarkt. Je kiest nu twee of drie vertrouwelingen uit, die jou vertellen hoe de uitzending echt was. Jij doet het echt niet zo slecht als iedereen zegt.’ Schiet in de lach: ‘Met dat Amsterdamse accent zei Trijntje: ‘Hallo! Jij zit daar, noem één van ons zangeressen die daar durft te gaan zitten. Wees een beetje barmhartig voor jezelf.’ Het was zo’n waardevolle les. Ik bel nu na afloop altijd met een klein groepje: hoe was het? Ik bel met mensen die het goed met me voorhebben, die willen dat ik vooruitga. Ik heb in mijn leven veel te maken gehad met allerlei aanhang die me allemaal toxische toestanden opleverde.’

Hoe bedoel je?

‘Die van me profiteerden, mijn energie wegnamen. Je hebt heel veel mensen die zich lekker voelen als een ander zich niet lekker voelt. Zo’n apart fenomeen. Het zit in de mens. Als iemand anders onderuit gaat, denk je toch: zo slecht doe ik het zelf nog niet. Maar sommigen hebben dat trekje meer dan anderen. Ik kom uit de artiestenwereld, die vol zit met alfa’s en narcisten. Daar moet je jezelf tegen beschermen. Als mensen je naar beneden trekken, moet je het lef hebben die los te laten. Daar moest ik wel eerst 44 jaar voor worden. Ik heb het laatste jaar misschien wel meer geleerd over het leven en over mezelf dan al die jaren daarvoor.’

Waarom ben je ingegaan op het aanbod om duo-presentator te worden bij Op1? Je bent geen journalist.

‘Uiteindelijk zijn er allerlei dingetjes geweest die me over de streep hebben getrokken. Toen ik op het laatste moment toch nee wilde verkopen, een logische nee, zei Tijs tegen me: ‘Wat zouden je ouders ervan vinden?’ Dat raakte me erg. Ouders. Omdat ik mijn vader niet meer heb. Die zou absoluut tegen mij gezegd hebben, ik hoor hem nu praten: ‘Dat moet jij dóén.’

Want?

‘Mijn vader geloofde erg in mij. Hij had een Pipi Langkous-achtige filosofie. Zo van: je hebt het nog nooit gedaan, dus ik denk dat je het kan. Toen Tijs mij die vraag stelde, flitste door mijn hoofd: mijn ouders zijn naar Nederland gekomen en hebben gedacht: we redden het misschien wel helemaal niet, maar we gaan het gewoon proberen. En we gaan in Amstelveen wonen en zorgen dat onze kinderen daar naar school kunnen. Geen genoegen nemen met de geldende verwachtingen, jezelf niet beperken: dat heb ik echt van mijn ouders. Schoenmaker, blijf níét bij je leest, dat is mijn motto.

‘De dag daarop belde ik mijn nichtje, de dochter van mijn zus, zij studeert journalistiek in Utrecht. Mijn nichtje werd helemaal gek. ‘Tante, gaat u dat doen?! Tante!’ Ze was zo blij. Ik kreeg kippenvel. Ineens flitste ook het beeld van mijn dochter door me heen. Hoe ze voor de televisie stond, toen ik nog het muziekprogramma Vrije geluiden deed, voor de VPRO. ‘Freie Geluiduh’, zei ze. Dat haar moeder op televisie presenteert, is volstrekt normaal voor haar. Zij weet niet dat ik nog steeds een beetje een uitzondering ben en dat er mensen zijn die het er totaal niet mee eens zijn dat ik er zit. Of ik het nu goed of slecht doe, er zullen altijd kijkers zijn die roepen: ‘Zwarte aap, ga terug naar je eigen land.’

‘Pap, ik ben geen bangerd, dacht ik, ik ga daar zitten, against all odds. Ik waag die sprong en waarschijnlijk strand ik na een maand. Ik wist ook: ik ben zangeres, ik hang hier niet mijn hele leven aan op. En als ik het nu overzie, denk ik: het is een hobbelige weg geweest, maar ik leer ontzettend veel en krijg zulke mooie briefjes en berichten. Meiden die me zien als iemand die iets is gaan doen dat totaal buiten haar comfortzone ligt en die toch heeft doorgezet. Maar ik krijg ook reacties uit onverwachte hoek. Pasgeleden kreeg ik mail van een man die mij bedankte omdat hij het door mij aandurfde een ingewikkelde cursus te doen waarvan hij eigenlijk dacht dat hij die niet aankon.’

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos

Je had ook gebutst uit dit avontuur kunnen komen.

‘Vergeet niet: ik heb al zo veel meegemaakt, op zo veel niveaus. Ik durf daar niet alles over te vertellen. Ik hou van praten maar ik hou niet van praten, begrijp je? Dus ik kan goed kletsen, maar ik vind het niet altijd prettig de binnenkant van mijn ziel te laten zien. Maar vrienden zeggen bijvoorbeeld weleens tegen mij: ik ken niemand die zoveel mensen achter elkaar heeft verloren als jij. Het leek een soort ramp, een domino-effect. Binnen een paar jaar verloor ik mijn tante, mijn beste vriendin, mijn vader, nog een vriendin: het ging zo maar door. Mijn beste vriendin op een heel tragische manier verliezen, dat heeft zo veel impact op me gehad. We gingen al twintig jaar met elkaar om, we waren voor mijn gevoel nog zo jong, ik was 36. Ineens kwam de dood zo dichtbij. En dan was er nog mijn kleder, Max. Ik heb jarenlang shows voor Mart Visser gelopen en had als enige van de mannequins een mannelijke kleder. Je ontwikkelt zo’n vertrouwensband met zo iemand. Je staat niet helemaal in je blootje bij hem, maar toch bijna wel. Dan moet jij in alle hectiek je borsten omhooghouden backstage, terwijl hij je panty naar boven trekt. Dat is zo fysiek, jarenlang, al die shows, zo vertrouwd met elkaar. En toen werd Max ziek en is hij overleden.

‘Ik kreeg het gevoel: ik hou niemand meer over. Ik ging ineens bij alles van het ergste uit. Ik was zwanger en dacht: o, mijn twintigwekenecho zal ook wel weer niet goed gaan. Gelukkig ben ik daar nu een beetje overheen gegroeid. Maar als zo veel vrienden en familie overlijden, wankelt je eigen leven ook. Ik ging zo nadenken over mijn eigen vergankelijkheid. Waar ben ik mee bezig? Ben ik wel goed bezig? Als het allemaal zo gemakkelijk weer voorbij kan zijn?’

Plotseling: ‘Ik wil helemaal niet zo’n statement maken van: goh, ik heb zo veel meegemaakt. Dat is het tegenstrijdige: ik wil juist heel graag een niets-aan-de-hand-iemand zijn. Maar het ironische ervan is dat ik zo’n leven nu juist niet heb.’

Waarom wil je dat zo graag?

‘Het zit er al vanaf jongs af aan in. Ik liep een keer van school naar huis, ik was 11 jaar en ik dacht: wat zou ik graag Annemarie van Hoogstraten willen zijn. Dat was een meisje uit mijn klas. Ik wilde haar zijn. Omdat zij een niks-aan-de-hand-leven had, naar mijn idee.’

Wat is dat volgens jou?

‘Toen hield dat in: dat je ouders allebei tandarts zijn, dat je gewone kleren hebt, dat bij jouw thuis niet telkens oom die of die logeert. Een normaal gezin. Dat gevoel is met me mee meegegroeid. Ik heb het nu soms nog steeds: was ik maar als een van de andere schoolmoeders. Er zijn momenten dat het me ook wel redelijk lukt niets-aan-de-handerig te zijn. Als bakfietsmoeder die haar kind naar school brengt en neuzelt met andere moeders. Mijn ambities zitten in die burgerlijke normale dingen.’

Omdat je dat vroeger thuis niet had.

‘Dat denk ik. Zoals iemand die, tussen aanhalingstekens, een normaal leven leidt, wenst: had ik maar flamboyante ouders. Mijn vader zat in een salsaband, kwam zaterdagochtend thuis en daarna lagen de instrumenten verspreid door de hele gang. Mijn moeder was overblijfmoeder, leesmoeder, schoolkampmoeder. Alles waar het streepje moeder achter kon, deed mijn moeder. Ik wilde niet afwijken. Ik heb vroeger, als het moeilijk was, ook vaak gewenst dat ik geen kleur had. Iets wat ik absoluut niet wil voor mijn dochter.’

Dat is erg.

‘Ik ben opgegroeid in een witte wereld die subtiel en niet-subtiel signalen uitzendt: jij bent anders. Het is een uitzondering dat je hier op school zit, hier gaat werken, in een blad staat of op televisie bent.’ Dan, opgewekt: ‘Maar wat wel weer goed is, is dat ik begin te beseffen dat dat leven van een modelgezin, zonder issues en gedoe, helemaal niet bestaat.’

Want er is bij iedereen altijd wel wat aan de hand.

‘Ja.’

Je bent pas laat moeder geworden, op je 39ste. Waarom?

‘Mijn levensloop, denk ik. Dat is het gekke tegenstrijdige in me. Ik wil normaal zijn, maar tegelijkertijd vind ik dus ook dat je je niet bij je leest moest houden. Dus trad ik wel op in Japan en zei ik overal ja tegen.’

Een assistent komt waarschuwen: of we de tijd in de gaten willen houden? ‘Doen we’, belooft Giovanca. Na het gesprek moet ze naar de Hema, spullen kopen voor het verjaardagsfeestje van haar dochtertje, dat de dag erop 5 jaar wordt.

Ze zegt: ‘Al die kritiek in de beginfase van Op1, ik heb zo sterk en hard voor mezelf moeten zijn. Trots zijn op wat ik heb bereikt, vind ik nog steeds moeilijk. Maar opgeven was geen optie. Ik vind dat ik het mijn ouders verschuldigd ben niet op te geven, mijn kind, en al die kijkers die mij schrijven. Weet je: zichtbaar zijn, als een soort vlaggetje, is zo belangrijk.’ Lachend: ‘Alsof ik een astronaut ben, die vanaf Mars pijltjes stuurt. ‘Ik weet niet hoe lang ik hier blijf, maar ik stuur signalen naar jullie dat je hier kunt komen als je hard werkt en er zelf in gelooft. Of je nou zwart bent, of dik bent, of rood haar of een kromme neus hebt of wat dan ook.’

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos

En je zit er wel. Je hebt die positie wel gekregen.

‘Zeker. Het is een enorme kans om te groeien. Ik ben ook uit mijn bubbel gekomen. Je moet je voorstellen dat het meisje dat dacht dat de hele wereld normaal was behalve zijzelf, ineens gasten aan tafel heeft met de meest ongelooflijke verhalen. Mantelzorgers die vanaf hun 6de mantelzorger zijn, een moeder van een ontvoerd kind, elke week zit er wel een verhaal bij waarvan ik denk: wát?’

De tijd dringt; de Hema wacht niet, het is nog steeds winkelen op afspraak.

In het begin van het interview spraken we erover dat je zo vaak wordt gevraagd naar je kleur, maar je komt er zelf ook telkens op terug.

‘Omdat het verweven is met mijn leven; ik kan er niet omheen. Ik vind het ook niet erg om het erover te hebben, maar het is iets anders als er telkens specifiek naar wordt gevraagd, ook als een gesprek alleen over mode of muziek gaat. Ik zou het leuk vinden als kleur eens wat meer in een positief daglicht gesteld zou worden. Wij worden er ook weleens moe van hè, van dat beeld van al die achtergestelde vechters met al dat ongenoegen en die eeuwige drang en noodzaak om gelijkwaardig te worden bevonden. Ik had dat ook liever anders gezien. Er zijn zo veel te gekke voorbeelden, die zo te bewonderen zijn, zoals topatleten Carl Lewis en Florence Griffith en cardioloog Harriette Verwey.’

Je hebt je populaire Giovanca Honours Diana Ross-tour moeten afbreken door de pandemie. Waarom was zij zo belangrijk voor je?

Meteen: ‘Om exact de redenen die wij al dit hele gesprek...’ Ze tikt weer met haar vingers op de houten tafel. ‘Diana Ross had niet eens de allerbeste stem, ze was niet de allerbeste actrice, ze had niet het perfecte lichaam. Allemaal net niet. Maar ze heeft daar het beste uit gehaald. Zo geweldig aan haar: altijd doorzetten. Doorgaan. En een voorbeeld zijn. You fall, you get up. Wat ik ook al mijn hele leven probeer te doen. Ze heeft altijd gedurfd. Uit The Supremes stappen, in films stappen – die soms ook flopten. Ze gelooft niet in whinen en sorrow, dat soort woorden gebruikt ze ook allemaal.’

De woordenstroom stokt even. ‘Het is zo’n mooi beeld. Begin jaren zestig kijkt een gezin naar de The Ed Sullivan Show, die heel groot was toen. Dat gezin ziet ineens drie vrouwen op televisie. Vrouwen met klasse. The Supremes.

‘In dat gezin zit een meisje, van 8. Haar ouders beginnen anderen te bellen: ‘Black folks on tv, black folks on tv!’ Geëmotioneerd: ‘Dat meisje ziet Diana Ross, op televisie. En dat meisje voelt: als zij daar zit, is er voor mij ook een plek. Dat meisje was Oprah Winfrey.’

CV Giovanca Ostiana

22 maart 1977 Geboren als ­Giovanca Desire Ostiana in ­Alkmaar

2007 Master ­Orthopedago­giek aan de Universiteit van Amsterdam

2007 Duet met Wouter Hamel As long as we’re in love

Vanaf 2007 Verschillende solo­albums waaronder Subway Silence, While I’m Awake, Satellite love

2009 3FM Serious Talent Award

2010-heden ­Ambassadeur Plan Nederland

2010 Zilveren Harp

2015 Radio 6 Award, genomineerd voor twee Edisons

2017-2019 Presenteert VPRO-muziekprogramma Vrije ­geluiden

Eind 2019 Diana Ross-Tour, een ode aan haar idool. Stilgelegd, vanwege de pandemie

2020 Vormt ze samen met Tijs van den Brink een van de vijf presentatieduo’s van de talkshow Op1

Giovanca woont in Amsterdam en heeft een 5-jarig dochtertje uit een relatie met filmregisseur Niels Nieuborg.

Meer over