die ene leerlingSharon Martens over Job

‘Het moeilijkste was dat Job zelf niet snapte dat hij zou sterven. Daarvoor was zijn begrip te laag’

Leerkrachten, docenten en hoogleraren over de leerling die hun kijk op het vak veranderde. Sharon Martens (40) van Kentalis Rafaël, een school voor kinderen met doofblindheid vertelt over Job, van wie ze leerde dat je goed naar kinderen moet luisteren.

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

‘Als ik kan voorspellen wat er gaat gebeuren, haak ik af. Ik hou van een uitdaging, daarom werk ik graag met bijzondere doelgroepen. Jarenlang gaf ik bij de Rijdende School les aan circus- en kermiskinderen. Later solliciteerde ik op een school voor doofblinde kinderen. Daar kreeg ik een klas met drie leerlingen, die allemaal op het terrein van de school woonden.

‘Een van hen was Job, een vrolijk en innemend mannetje van 9, die met iedereen een praatje maakte. Hij was kerngezond ter wereld gekomen, maar had als baby een hersenvliesontsteking opgelopen. Daardoor had hij zijn gehoor verloren en zag hij slecht. Bovendien werkten zijn nieren niet goed en had hij een lager functioneringsniveau dan op die leeftijd verwacht mocht worden.

‘In de klas communiceerden we met vierhandengebaren, gebarentaal en spraak. Job, die met zijn cochleair implantaat een beetje kon horen, beheerste alle drie. Omdat ik nog moest beginnen met mijn cursus gebarentaal, hielp hij me als ik niet begreep wat een kind me duidelijk probeerde te maken. Juf, zei hij dan, Christie bedoelt dit. Ik was direct van hem gecharmeerd.

‘Op mijn tweede dag stond een gesprek met zijn moeder op het programma. Ze vertelde over een bezoek aan het ziekenhuis, waar ze voor een zware keuze hadden gestaan. De nieren van Job functioneerden zo slecht dat hij eigenlijk een transplantatie moest ondergaan. Maar dat leverde dan wel flinke complicaties op, waardoor hij vaak in het ziekenhuis zou liggen. Zijn ouders zagen dat niet zitten. Job vond ziekenhuizen verschrikkelijk. En dus kozen ze voor een palliatief traject.

‘Ik kon het haast niet geloven. Ging dit over die energieke jongen die ik die twee dagen in de klas had gehad? Ik wist dat hij problemen met zijn nieren had, maar had niet gedacht dat het zo erg was dat hij binnen een jaar zou overlijden.

‘Kort daarna vertelde ik mijn collega’s waarom het verhaal van Job me zo raakte. Ook ik had als kind een hersenvliesontsteking gehad. Als gevolg daarvan heb ik nog maar één nier. Die was tijdens mijn zwangerschap tijdelijk uitgevallen. Ik was in levensgevaar geweest en had aan de 24-uursbewaking gelegen. Mijn collega’s wilden weten of ik wel met Job wilde werken. Was het niet te heftig? Ik twijfelde geen moment.

‘Het moeilijkste was dat Job zelf niet snapte dat hij zou sterven. Daarvoor was zijn begrip te laag. Je hebt dan de neiging zo’n kind te beschermen, extra goed voor hem te zorgen, hem de middag maar thuis te laten blijven, omdat het anders te vermoeiend wordt. Maar Job was daar niet blij mee. Hij wilde ’s middags niet slapen, hij wilde onder de mensen zijn. Als dat niet mocht, werd hij verdrietig, opstandig.

‘Uiteindelijk beseften we dat hij waarschijnlijk liever drie maanden korter zou leven – en dan ook echt leven – dan dat hij veel zou moeten rusten. Daar zijn we naar gaan handelen. We gingen dingen doen die hij leuk vond. In het begin ging dat soms mis. Dan raakte hij oververmoeid. Al snel vonden we een balans. We bouwden voldoende rust in. Dan speelden we eerst samen een kwartier intensief met de poppen en lieten hem daarna een halfuur filmpjes van Bob de Bouwer kijken.

‘Job leerde me niet alleen dat je als leerkracht goed naar je leerlingen moet luisteren. Ik ben door hem ook beter op mijn eigen gezondheid gaan letten. Na dat gesprek met zijn moeder voelde ik me schuldig. Omdat ik bleef leven, terwijl ik niet altijd goed voor mezelf zorgde. Zo dronk ik zelden twee liter water per dag, zoals de artsen voorschreven. Bij controles waren mijn waardes altijd op het randje. Ik besloot daarom telkens als ik Job via zijn sonde water toediende, zelf ook een halve liter te drinken. Met verbluffend resultaat. Op de volgende controle bleken mijn waardes voor de eerste keer op orde. En dat zijn ze nog steeds.

‘We hebben tot het allerlaatst geprobeerd de dingen te doen die Job graag wilde. We vierden zijn verjaardag. Hij kwam een dagje bij mij thuis langs, omdat hij zo benieuwd was hoe wij woonden. En vlak voor zijn dood hebben we met een paard en een koets over het terrein van de school gereden. Job was doodziek, het uitje had zijn einde kunnen betekenen, maar dat deerde niet. Wat telde, was de glinstering in zijn ogen.’

Deze week verschijnt van Rik Kuiper het boek Die ene leerling’, waarin verhalen uit deze serie zijn gebundeld.

Meer over