Op mijn plekSef

Het Kunstmuseum in Den Haag is de plek van Sef: ‘Pas buiten je eigen belevingswereld gaan je oren en ogen echt open’

Sef in het Kunstmuseum Den Haag. De tentoonstelling met werk van A.R. Penck - ‘How it works’ is nog tot 27 september te zien.Beeld Jordi Huisman

Wie?

Yousef Gnaoui (36)

Wat doet hij?

Hij is rapper onder zijn artiestennaam Sef

Waar?

In het Kunstmuseum Den Haag

Waar zijn we?

Yousef Gnaoui: ‘We staan in de Erezaal in het Kunstmuseum in Den Haag. Ik vind musea altijd fijne plekken. Net als in een bibliotheek is het de bedoeling dat je er stil bent. Dat creëert een goed reflectiemoment, net alsof je mediteert. De tentoonstelling maakt me niet heel veel uit, als het gebouw maar goed is. Het Kunstmuseum is heel mooi, het is gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School. Ik ben opgegroeid in het gedeelte van de Pijp dat ook in deze stijl gebouwd is. Architectuurstudenten kwamen vroeger foto’s maken in onze straat. Toen vond ik de gebouwen supersaai, nu vind ik ze prachtig en heb ik er nostalgische gevoelens bij. Er zijn veel decoratieve elementen in het museum. De vloer is bijvoorbeeld in interessante patronen gelegd. Er zit zoveel detail in dat dat al een kunstwerk op zichzelf is.’

Wat heb je aan?

‘Een pak van Uniqlo. Misschien komt het door de leeftijd; ik draag sinds een tijdje pakken. Alleen niet op een nette manier met lakschoenen en overhemden. Ik heb er gewoon een T-shirt onder, en sneakers. Soms draag ik een pet. Ik speel er een beetje mee, dan lijkt het ook alsof je er diep over nagedacht hebt. En ik krijg er veel reacties op. Ik weet niet of dat complimenten zijn of kritiek, soms kan je dat niet onderscheiden. Net alsof je je haar groen verft, daar gaan mensen ook wat over zeggen. Hoeft niet per se iets goeds te zijn.’

Beeld Jordi Huisman

Wat had je vroeger aan?

‘Als jonge puber zag ik eruit als een skater, met heel wijde kleding. Ik wilde er altijd al anders uitzien, maar soms schoot ik erin door. Ik had bijvoorbeeld twee afritsbroeken, een bruine en een met camouflageprint. Het leek me een cool idee om de bruine pijpen op de camouflagebroek te ritsen. Ik trok het aan, kwam twee vrienden tegen en voordat ze me konden begroeten schoten ze al in de lach.’

Wat heb je van huis uit meegekregen?

‘Ik ging vroeger veel met mijn vader naar musea. Daardoor heb ik geleerd te kijken naar dingen die niet hapklaar zijn. De Nachtwacht is makkelijk te waarderen, het is een groot kunstwerk en je ziet dat het heel knap gemaakt is. Een kunstwerk als Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue maakt dat een stuk moeilijker. Als eerste reactie denk je toch: dat is gewoon een rood vlak, dat kan mijn kind ook. Ik doe mijn best om verder te kijken dan mijn neus lang is. We leven bij uitstek in een tijd waar alles heel erg aangeboden wordt, waarin alles door algoritmen en curatie op jouw smaak aangepast is. Als ik niet actief mijn best doe om daaruit te stappen, kom ik niet op originele ideeën. Dat is ook zo in de muziek. Als je alleen maar naar hedendaagse rappers luistert, is de kans groot dat je ze gaat nadoen. Pas als je buiten je eigen belevingswereld treedt, gaan je oren en ogen echt open.’

Schoenen

‘Ik hou van jongs af aan al van witte schoenen. Het heeft iets fris. Ook All Stars zijn een favoriet, ze passen overal bij. Als ik op reis ga en ik kan maar een paar schoenen meenemen, zijn het zwarte of witte All Stars. Het liefst hoge.’

Beeld Jordi Huisman

Ringen

‘De pinkring heb ik aan m’n vriendin Roxanne gegeven, maar die heb ik nu zelf geannexeerd. Ik heb er ook een aan mijn andere hand met de naam van mijn zoon, Aziz. Het is een ring die je veel ziet in de hiphopcultuur.’

Beeld Jordi Huisman

Borstbeeld

‘Ik vind het beeld vet omdat het zo botst met de ruimte waarin het staat. De hal heeft een duidelijke stijl en periode, en het beeld is modern en ook wat lomp. Die clash werkt goed.’

Beeld Jordi Huisman

Pet

‘De paarse pet is van Patta. Ik had hem eerst in het zwart, en die heb ik zo afgedragen dat hij lichtbruin werd. Ik draag iets op mijn hoofd als mijn outfit wat mist, of als m’n haar rommelig is. Deze ga ik ook sowieso verslijten.’

Kwaliteit

‘Wat je aanhebt moet goed gemaakt zijn, zodat het nog lang meekan. Goeie dingen worden mooier met de tijd. Ik heb kledingstukken in de kast die ik al twintig jaar heb. Vooral veel chino’s, van Dickies. Die heb ik in heel veel kleuren.’

Smaak

‘Ik geloof dat er iets is als goede smaak. Mensen die dat hebben, denken na over wat bij ze past, hebben visie en doen geen anderen na. Ze zullen nooit dingen doen die niet bij ze passen, en vinden in een lelijke winkel met lelijke dingen tóch iets wat vet is.’

Meer over