'Het is onzin alleen voor de kinderen bij elkaar te blijven'

Sanna Francken (29), medewerker van een autoleasebedrijf, is jong getrouwd en heeft een gezin, maar kan zich niet voorstellen dat twee mensen een leven lang bij elkaar blijven....

‘Bijna vijf jaar ben ik nu getrouwd. Maar ik heb altijd gezegd: trouwen is onzin, de mensen zijn niet gemaakt om bij elkaar te horen. Ik geloof er niet in dat mensen altijd bij elkaar willen blijven; meestal is dat een keuze, geen wens. Als je voor geluk kiest, kies je voor iets anders dan tot je 80ste samen op de bank zitten en zo’n beetje langs elkaar heen leven.

Hoe houd je een relatie spannend? Uitdagingen zijn nodig, en daar zoek ik naar – verliefdheid gaat uiteindelijk over. Er sluipen hoe dan ook patronen in een relatie en als die vervelend zijn, is het nog een heel gevecht om te overleven. Je moet elkaar blijven ontdekken en verrassen. Ik wil blijven denken wanneer ik naar mijn man kijk: jeetje, die is van mij! In plaats van: god, wie zit daar? Ik heb het geregeld tegen hem gezegd: ‘Het is mijn wens dat we bij elkaar blijven, en ik heb ook de wil om ervoor te vechten, tot het moment dat ik denk: wat doe ik hier?

Mijn man vindt het maar raar dat ik dat soort dingen zeg. Hij heeft daar, als echte familieman, andere opvattingen over. Maar ik weet: er zijn geen garanties, en alles beter dan dat je geen risico’s neemt. Onze relatie is heaven of hell: het gaat helemaal geweldig óf de bliksem slaat in en ik ren met m’n kinderen naar m’n moeder. Maar zo’n uitspatting houdt je wel scherp. We zijn ook wel eens een half jaar uit elkaar geweest. Het eeuwige samenzijn kon ik even niet meer opbrengen.

En toch ben ik getrouwd, ja. Vanwege de lol, en het feest. En omdat hij het ineens vroeg, en het kleine meisje in mij wakker werd: ooo, ja, die jurk! Maar toen ik in het gemeentehuis van Gouda stond, voelde ik me toch ongemakkelijk, burgerlijk bijna, een appelvrouwtje dat gaat trouwen en zich ondergeschikt maakt aan allerlei formaliteiten. Speelden ze ons favoriete liedje van Gavin DeGraw, zaten familieleden en vrienden me aan te staren. Het kwam pas goed tijdens het feest, een echt knalfeest, in het huis van mijn vader. Om één uur ’s nachts zouden wij als huwelijkspaar vertrekken, zoals het hoort, maar we hebben de taxi weggestuurd en zijn tot vijf uur gebleven, dansend en drinkend.

Ik denk dat de scheiding van mijn ouders van invloed is geweest op hoe ik tegen mijn eigen relatie aan kijk, al weet ik niet precies in welke mate en op welke manier. Ik zie om mij heen sowieso veel kinderen van gescheiden ouders. In de generatie van mijn vader en moeder werd meestal getrouwd omdat het moest, of omdat het zo hoorde, en dat is vaak niet de beste basis. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik 6 was. De directe aanleiding was dat mijn moeder verliefd was geworden op een vrouw. Mijn vader was daar verdrietig over, maar het hielp dat hij de vriendin van mijn moeder onmogelijk als een concurrent kon zien. Mijn ouders hebben voor ons hun scheiding met zorg afgehandeld: ze hebben ons met niets belast, er waren geen ruzies, mijn broertje en ik woonden om en om bij mijn vader en moeder, volgens de regels van een voorbeeldig co-ouderschap. We aten zelfs één keer per week samen, zodat mijn ouders met elkaar konden overleggen over ons.

Het ging mis toen mijn vader een vriendin kreeg met wie hij trouwde en met wie ik het helemaal niet kon vinden. Ik was aan het puberen en vond haar bemoeizuchtig. Ze wilde zelf graag kinderen maar kon ze niet krijgen en wilde van de weeromstuit aldoor over ons moederen. Ik zag haar goede bedoelingen toen niet, ik zag in haar een bedreiging omdat ze mijn vader van me afpakte. Mijn moeder intussen vond het maar niets dat de vrouw van mijn vader zich met onze opvoeding bemoeide – haar eigen vriendin had nooit iets over ons te zeggen gehad. Uiteindelijk waren er zo veel strubbelingen en escaleerde de boel zodanig dat ik permanent bij mijn moeder ben gaan wonen.

Het duurde even voor ik inzag wat er mis was gegaan. Toen ik 21 was, werd ik zwanger en ik besloot het kind te houden, tegen alle adviezen en waarschuwingen in – ik zou immers een alleenstaande moeder worden. Maar de vrouw van mijn vader was de eerste die opstond en zei: ‘Als jij dat zo wil, moet je het doen.’ Zoals zij ook de eerste was die babyspullen voor mijn zoontje kocht. Dat gaf mij houvast, dat was de omslag. Ze gaat inmiddels alweer een hele tijd liefdevol met onze beide kinderen om.

Mijn vader is al zeventien jaar met haar. Mijn moeder kreeg een nieuwe vriendin, met wie ze nu twaalf jaar samen is. Sinds kort woont ze niet meer met haar samen. Ze zaten elkaar te veel in de weg, en misschien had haar vriendin ook wel last van ons: ze heeft nooit kinderen gewild en werd er nu toch mee geconfronteerd. Dat ze een lat-relatie hebben, begrijp ik goed: ik kan het niet, vanwege de kinderen, en ik wil het nu ook niet, maar ik kan me voorstellen dat het heilzaam is. Ik heb ruimte voor mezelf nodig, ik vind het heerlijk om alleen te zijn.

Ik hoop dat mijn man en ik erin zullen slagen om bij elkaar te blijven, en dat we straks in het bejaardentehuis samen onze oude dag slijten. Maar dan moet onze relatie wel spannend en inspirerend blijven. Ik vind het onzin om alleen voor de kinderen bij elkaar te blijven. Als ik, over heel wat jaren, terugkijk op mijn leven wil ik kunnen constateren dat ik geliefd ben geweest, én lief heb gehad.’

Meer over