ColumnAaf Brandt Corstius

Het is niet te geloven hoe lekker en leuk alles in het buitenland is

null Beeld

Net als elk weldenkend mens weet ik dat je nooit te lang over je vakantie moet uitweiden tegen mensen die er uit beleefdheid naar vragen, dus ik vat mijn vakanties meestal samen met een woord of woordgroepje dat de lading dekt.

Twee vakanties lang was mijn samenvatting ‘erg heet’, vorig jaar was het ‘best nat’, alle andere jaren was het ‘heerlijk’, en dit jaar zeg ik vooral ‘buitenlands’.

Ik ben na anderhalf jaar thuiszitten een beetje veranderd in de Nederlanders die in de jaren vijftig als eersten op vakantie gingen (denk ik, daarvoor ging het vooral met de postkoets, pas na de oorlog kwam het toerisme echt op gang). Naar Het Buitenland.

Ik kan me levendig voorstellen dat het er voor die eerste toeristen niet toe deed naar wélk buitenland ze gingen: alles was exotisch. Er waren landen waar ze wijn met vruchtjes dronken, landen waar ze sinaasappels vers uitpersten, er waren landen waar ze pas ver na 6 uur ’s avonds aan tafel gingen, er waren landen waar ze kruiden door het eten deden, er waren landen waar ze de hele dag stokbrood aten en er waren landen waar de zon scheen, en dat was allemaal radicaal anders dan in Nederland.

Nu, na deze zomervakantie, als mensen me vragen hoe mijn vakantie was, zeg ik steeds: ‘Fijn om in het buitenland te zijn.’ Soms weid ik, als ik zie dat ze het oké vinden om een samenvatting van meer dan zeven woorden te horen, nog uit: ‘Buitenlands eten en buitenlandse mensen hun buitenlandse taal horen spreken en buitenlandse cultuur en buitenlandse kerkjes.’ Om nog maar te zwijgen van het buitenlandse weer en de buitenlandse koffie. O, en het buitenlandse brood en de buitenlandse wijn. Het is niet te geloven hoe lekker en leuk alles in het buitenland is.

Ik vergeet daarbij te vermelden waar ik eigenlijk was (Frankrijk en Italië, twee buitenlanden) en ik geloof dat dat er voor mij en mijn gesprekspartners ook helemaal niet toe doet. Waar ik vroeger wist te differentiëren tussen het temperament van Italianen in Noord-, Midden-, Zuid- en Zuid-Zuid-Italië, en elk strandje op Corsica een eigen cijfer gaf met decimalen achter de komma en exact kon vertellen bij welke Franse hypermarchéketen ze de beste espadrilles verkochten, stampte ik nu als een onbevangen jarenvijftignederlander door stadjes en dorpen en riep alleen maar ‘WAT EEN MOOI KERKJE’ en ‘WAT EEN LEKKERE TOMAAT. HIJ IS GROEN’. Ik heb in mijn hele leven ook nog nooit zo veel foto’s gemaakt op vakantie. Elke fotogenieke deur, vensterbank en drempel moest vastgelegd worden. En dat waren er heel veel.

Ken je buitenlandse deuren? Die zijn echt mooi.

Meer over