Het ideale speelgoed kan in het stopcontact

Laten we eerlijk wezen: onze verkiezing van het Beste en Slechtste Speelgoed van het Jaar heeft minder de aandacht getrokken dan de Miss World-verkiezing die vandaag plaatsvindt in Bangalore....

XANDRA VAN GELDER; ROB VREEKEN

Niet bijster veel lezers reageerden op onze oproep van 14 september. Elf mensen plus een schoolklas uit Sittard deden mee. Zo'n steekproef rechtvaardigt geen conclusies van wetenschappelijk kaliber.

Maar geringe kwantiteit is geen geringe kwaliteit. De brieven van de inzenders waren niet alleen hartverwarmend, maar vaak ook verstandig, origineel, komisch en soms rijk geïllustreerd. Greenpeace stuurde zelfs een plastic Nijntje dat piept wanneer erin geknepen wordt. Vol met pvc, waarschuwt de milieuorganisatie: foei!

Greenpeace wijst de beschuldigende vinger niet slechts naar het arme konijntje; van pvc wemelt het ook in badboekjes, felgele plastic eendjes, opblaasbare pinguins en strandballen, Barbiepoppen en piepbeesten.

Maar ook geestelijke milieuvervuiling wordt door inzenders aangeklaagd. Het echtpaar Veenker heeft 'met onze zoon van vier jaar ruggespraak gehouden' en als uitgesproken slecht speelgoed benoemde het drietal eigenlijk alleen 'allerlei schietgeweren', die immers agressie uitlokken. Als kinderen toe zijn aan spelletjes met geweren, menen de Veenkers, fabriceren ze ze zelf wel, van hout bijvoorbeeld.

Zelf speelgoed maken, liefst met natuurlijke materialen, heeft de charme van de drie E's: echtheid, eenvoud, eerlijkheid. En het is goedkoop. 'Het beste speelgoed is nog altijd het zelfgemaakte', schrijft L. Louwense uit Warnsveld. 'Ik ben nu bezig voor buurkinderen een Memory-spel te maken.' Ter illustratie voegt hij (of zij?) enkele kaarten bij. Dank.

Ook Roger Kersten uit Nijmegen (die inzendt namens Youri van 2,5 jaar) hecht aan eenvoud. Neem gewoon vijf pannen en een pollepel, suggereert hij. Ogenblikkelijk speelt ons het lied Met een lepel en een pan van de onvolprezen Bert & Ernie door het hoofd. Het speelgoed van het Kersten-jaar is daarom de slacentrifuge uit het keukenkastje (merk Moulinex).

In dezelfde geest wijst Annet Kuysten op 'de plakbandhouder met veel rollen plakband' en F. L. Lemaire te Amsterdam haast poëtisch op 'strand, de zee en de zon'.

Misschien hebben wij ons daarmee inmiddels buiten de wereld van het speelgoed begeven. Een gedachte die vanzelfsprekend voert naar de vraag: wat is speelgoed? Koenens woordenboek houdt het op 'voorwerpen voor kinderen om mee te spelen', en dat sluit inderdaad de slacentrifuge, de knijperbak en tante Toos' Wedgwood-servies van drieduizend gulden in. Om praktische redenen beperkt de jury zich echter tot de producten die in de speelgoedwinkels te koop zijn.

Zeven kinderen van basisschool Leyenbroek in Sittard zijn zo aardig ons, aan de hand van het assortiment van de plaatselijke Bart Smit, te laten zien welk speelgoed deugt en welk niet.

Voor een deel van de koopwaar zijn de kinderen, acht tot en met elf, natuurlijk te oud. Zonder belangstelling schuifelen ze langs de wanden en stellages met speelgoed voor baby, peuter en kleuter, rechts van de ingang. Ook de afdeling poppen wordt nauwelijks een blik waardig gegund. Zelfs niet door de meisjes.

Annemarie (11) haalt de schouders op. Jawel, de poppen en Barbies die ze ooit kreeg heeft ze nog steeds: opgeborgen in de kelder. 'Ik vind het stom omdat het been te snel afvalt', schreef een schoolgenootje van Annemarie eerder over Barbie - het stomste speelgoed, vond ze. 'En het hooft valt er te snel af en je krijgt het er niet zo snel op.'

Zou de briefschrijfster echt het originele, degelijke blonde damespopje bedoelen, of een van die vele goedkope nep-Barbies die inderdaad bij de minste onstuimigheid hun ledematen verliezen?

Zo zijn er meer gietijzeren reputaties die door jeugdige inzenders aan flarden worden beoordeeld. Het robuuste Lego is voor de Sittardse Nadja Jamar (8) het slechtste speelgoed. Ze kreeg het voor haar verjaardag van oma en opa. 'Maar na een maand was het pruts. De blokjes wouen niet aan elkaar blijven zitten. En vind het maar stom. Want deur wouw niet open. En het lukte me niet wat op de papieren stond.'

Daar klagen de kinderen net zo goed over als hun ouders: valse verwachtingen, misleidende reclame en tegenvallende kwaliteit. 'Op de televisie zie ik dan een stuntauto', zegt Hendrik (10), 'maar dan heb ik hem en dan doet 'ie die stunts helemaal niet'.

Geen twijfel kan er over bestaan waar de kinderen in de speelgoedwinkel het meeste enthousiasme voor opbrengen: de computerspelletjes. Het is alsof elk van de zeven met een onzichtbaar, strak gespannen elastiek is verbonden met het schap vol computers. Spoedig drentelen ze rond de toetsenborden en bliepen spelletjes aan met een routineuze vanzelfsprekendheid.

Alleen de keyboards, twee meter verderop, bieden enige concurrentie. Als alle apparaten een ander melodietje kwelen, wijst leerkracht Irene Nagtzaam haar leerlingen op de knoppen die het geluid wat dimmen. 'Goh, zit die er ook op', zegt de achtjarige Chloé oprecht verbaasd.

Elektronica lijkt heer en meester op de speelgoedmarkt. Vraag de Sittardse kinderen wat ze bovenaan hun verlanglijstje voor de feestdagen hebben staan, en ze antwoorden: een computerspel (Tom), een cd (Annemarie), speeltjes voor de Supernintendo (Maurice), spelletjes voor de computer (Erik), de video van het grote Panda-avontuur (Chloé), en 'maakt mij niet uit' (Hendrik). Nou ja, Hendrik hééft al 97 videobanden.

Het liefst zoeken ze hun speelgoed zelf uit. 'Ze kiezen makkelijk de verkeerde spullen', zegt Hendrik over zijn ouders en grootouders. Tom (11) bekijkt eerst alle 'boeken' die de speelgoedgiganten huis-aan-huis verspreiden. Hij vergelijkt alle aanbiedingen en prijzen en besluit dan.

Zonder uitzondering weten ze heel goed dat speelgoed geld kost en hoeveel. Chloé krijgt tweemaal per jaar van 'verwen-oma-en-opa' vijfhonderd gulden die zij zelf mag besteden. 'En dan krijg ik ook nog tien zakken snoep.' 'Gezond-opa-en-oma' schenken snoep noch geld. Die zoeken hun cadeautjes zelf uit.

Erik heeft elf gulden meegenomen naar Bart Smit. Het is zijn eigen spaargeld en hij is vastbesloten het vanmiddag uit te geven. Na de gezamenlijke ronde langs Lego, Technic, K'nex, computerspelletjes en videobanden staat zijn besluit vast. Het wordt een klein bruin donzig knuffelpaardje van ¿ 9,95. Blijmoedig klemt de achtjarige het paardje met twee handen voor de borst. De aanwinst zal worden toegevoegd aan zijn trouwe bed-knuffels, twee grote en twee kleine.

Of hij zich schaamt? Geen sprake van - veel jongens hebben knuffels in bed.

De jury heeft het moeilijk. Het aantal inzendingen is klein. De keuzes van goed en slecht speelgoed zijn vaak hoogst individueel.

Sommigen prijzen het gezelschapsspel De Betoverde Doolhof aan, of de houten Brio-trein, of de Haba-boerderijblokken. Nooit van gehoord. Ron van Blokland uit Assen neemt in zijn Top-10 zelfs 'pappa en mamma' op. Ook voor hen geldt: zonder bon niet ruilen.

Maar, eerlijk is eerlijk, de meeste stemmen krijgt K'nex. Zowel van de inzenders als van de leerlingen. Behalve de meisjes, die vinden K'nex niets. Beteuterd staan ze in de winkel naast de joelende jongens. Het kan toch niet dat K'nex wint? Zij spelen er niet mee.

De woordvoerder van K'nex in Nederland is niet verbaasd. Meisjes spelen veel minder met constructiespeelgoed, meldt zij, dat blijkt uit ieder onderzoek. (Geen wonder dat diezelfde meisjes later zulke slechte cijfers halen bij de exacte vakken.) Maar, zegt zij verheugd, wij hebben ontdekt dat meisjes, als ze toevallig met K'nex spelen, niet meer ophouden. Van alle soorten constructiespeelgoed is het onder dametjes het populairst.

Een verliezer is er niet. Geen gruwelwerktuig wordt tweemaal genoemd. Misschien mogen we er zelf een kiezen: de meisjesvariant van Lego. Om diezelfde constructie-vrezende jongeren te lokken heeft Lego een dameslijn uitgebracht. Alle steentjes zijn uitgevoerd in vieze pasteltinten en de themadozen zijn gekozen op tuttigheid: een dameskapsalon, een ijswinkel en een dierentuin. Speelgoedfabrikanten juichen immer over de educatieve waarde van hun materiaal. Met dit educatieve speelgoed jaagt Lego meisjes naar het vak verzorging.

Xandra van Gelder en Rob Vreeken

DE WINNAAR

Uit verveling is K'nex bedacht. Meer niet. De Amerikaanse plasticfabrikant Joel Glickman zat tijdens een bruiloft te klooien met rietjes en besefte dat hij makkelijk een soort rietjesspel zou kunnen maken. Na negen maanden studie kwam hij met een ontwerp voor een nieuw soort constructiespeelgoed.

Hij wist het zeker, dit zou een wereldhit worden. Glickman bezocht eind jaren tachtig alle grote speelgoedfabrikanten. Ze wezen hem hooghartig de deur. Uit woede stopte de ontwerper zijn hele jaaromzet in de aanschaf van machines waarmee hij het speelgoed zelf kon maken. Zijn jongensdroom kwam uit. K'nex - spreek uit: kùh'neks - werd razend populair in Amerika.

Weer sprak Glickman met de grote speelgoedfabrikanten. Dit keer meldden zij zich nederig op zijn drempel. Hasbro haalde de buit binnen. De gigant heeft samen met Glickman een firma opgericht die K'nex buiten de Verenigde Staten verkoopt. Sinds eind vorig jaar is het kliksysteem in Nederland te koop. De verkoop is boven verwachting. Dat geldt ook voor de rest van Europa. Overal wint het systeem de prijs voor het speelgoed van het jaar. Nu dus ook bij de Volkskrant.

Waarin wint K'nex al die prijzen? Hebben kinderen al niet genoeg systemen om mee te bouwen?

K'nex is simpel, valt niet uit elkaar en geeft snel resultaat. Het systeem bestaat uit 23 elementen. Er zijn staven, verbindingsstukken, wielen en andere vormen met uitsteeksels die stevig in elkaar klikken en op ontelbaar veel manieren aan elkaar vastgemaakt kunnen worden. Er kunnen ook makkelijk ronde vormen mee worden gemaakt. Het voordeel is dat elk onderdeel zijn eigen kleur heeft, zodat een kind dat het systeem door heeft snel een voorwerp in elkaar kan knutselen.

Een eigenares van een speelgoedwinkel in Amsterdam merkt kritisch op dat K'nex misschien daarom zo aanspreekt. 'Kinderen hebben tegenwoordig toch nergens tijd voor. Alles moet even snel, snel, snel, tussen pianoles en de televisie door. Daarom is dat K'nex zo populair, je hebt heel snel reslutaat.' Maar ook zij erkent dat het leuk speelgoed is.

Een kleuter van vier kan het al. Er zijn ook motoren - met adaptor of batterijen - te koop, waarmee de zelf gebouwde auto's gaan rijden, het reuzenrad draait en de griezelige insecten hun kop schudden. De kleinste doos K'nex kost een tientje, de grootste 250 gulden.

Bart (8) is de grote K'nex-expert van de Leyenbroekbasisschool in Sittard. Hij vraagt Sinterklaas alweer een nieuwe doos om een kogelbaan mee te bouwen. 'Je kan het zo in elkaar klikken. Bij Lego zit alles in een keer in elkaar. Hier kun je steeds weer nieuwe dingen mee maken.'

Meer over