columnarnon grunberg

Het hotel waar ik verbleef beslist wat de gast eet, men beslist zelf al genoeg in het leven

null Beeld

In hotel Schatzalp te Davos wordt vroeg gegeten, de geest van het sanatorium – ooit was dit hotel een sanatorium – waait door de gangen en eetzalen van de Schatzalp, in enkele gevallen heeft de straffe geest van het sanatorium ook bezit genomen van de zieltjes van het bedienend personeel.

Op een avond zaten wij als een van de laatste gasten in de eetzaal. Zelfs het woord ‘halfpension’ ademt de sfeer van vervlogen tijden. Het hotel beslist wat de gast eet, waarbij de gast hooguit de keuze heeft tussen de vegetarische en de minder vegetarische variant. Men beslist al genoeg in het leven. En zijn wij ons eigen leven, om de woorden van Hermann Hesse te parafraseren, niet als een grote ziektegeschiedenis gaan zien? Waarbij de vraag slechts lijkt te zijn: wie zijn schuldig aan onze akelige ziekten?

Verlichte geesten hebben geconcludeerd dat de menselijke soort zelf ziekte is, maar uitroeien wil men ons nog niet, alleen hervormen. Kortom, de beschaving maakt van de wereld een sanatorium, de patiënten zijn hooguit vergeten dat we van 2 tot 4 uur ’s middags op ligbedden naar de bergen dienen te staren en niet naar het beeldscherm.

De eetzaal was bijna leeg toen een klein mannetje in bretels naar ons toekwam en in het Nederlands zei: ‘Jullie kennen mij niet, maar ik jullie wel. Ik ben Anton Brand, ik was directeur van de Van der Leeuw-lezing in Groningen, ik ben schrijver, ik reis samen met mijn partner in de voetsporen van Thomas Mann.’

Hij keek ons aan alsof de voetsporen van Mann op onze voorhoofden te zien zouden zijn.

De volgende ochtend zou hij doorreizen naar Luzern.

Die avond zei ik: ‘Ik mis Anton Brand.’

Om het sanatoriumgevoel recht te doen lagen we om 10 uur in bed. Volstrekte stilte, op het kreunen van de baby na.

Meer over