HET EEUWIGE LEVENHerman van Bekkum (1932-2020)

Herman van Bekkum (1932-2020): Wetenschapper, volleyballer en ook schaker

Als iedereen dacht dat een onderzoek doodgelopen was, kwam hij met een nieuw vergezicht. Niemand heeft in Delft zoveel promovendi begeleid.

Herman van Bekkum. Beeld Sam Rentmeester
Herman van Bekkum.Beeld Sam Rentmeester

Hij was wereldtop in de katalyse – de wetenschap die zich bezighoudt met het versnellen van chemische reacties.

Voormalig hoogleraar organische chemie aan de TU in Delft Herman van Bekkum was echter niet alleen wetenschapper. Hij maakte twee jaar deel uit van de selectie van het Nederlands volleybalteam, was een fanatiek clubschaker en bestuurder en verzamelde Alfa Romeo’s (‘Een bèta in een Alfa’ werd gegrapt) .

Op de Delftse universiteit was zijn specifieke loopje die de Bekkum-shuffle werd genoemd, iets tussen rennen en wandelen, even bekend als de chaos in zijn werkkamer en zijn vindingrijkheid.

Wetenschapsjournalist Simon Rozendaal, een van zijn tennismaatjes, zegt dat hij niet alleen op zijn 87ste nog een balletje dood over het net kon leggen, maar ook nog altijd een ideeënfabriek was. Hij dacht even snel als hij liep. ‘Een doodlopende weg kon bij hem ineens veranderen in een vergezicht. Onderweg in de auto ging het maar door. ‘Oh ja, die energietransitie. Zouden we geen energie kunnen halen uit ...?’, zegt Rozendaal. Daarnaast had hij ook tijd om 77 promovendi succesvol te begeleiden – nog altijd een recordaantal voor een Delftse professor.

Op 30 november overleed hij op 88-jarige leeftijd, zes dagen na zijn vrouw Ada. Van haar dood heeft hij nooit geweten, omdat hij in het Rotterdamse St. Franciscus Gasthuis in gevecht was met corona. ‘De dood van onze moeder zagen we aankomen, mijn vader was nog in prima conditie’, zegt Marc, een van de drie zonen. Het echtpaar woonde in Vlaardingen.

Van Bekkum kwam uit een Rotterdamse onderwijzersfamilie. Zijn lagere school lag in puin na het bombardement van 14 mei 1940, zodat hij tijdens de oorlog voor school moest uitwijken.

Na de oorlog ging hij chemische technologie studeren op wat toen de Technische Hogeschool in Delft heette. Nadat hij afstudeerde, werkte hij kort bij Shell voordat hij lector werd in Delft en na zijn promotie in 1971 hoogleraar organische chemie. Hij zou in 1975 en 1976 zelfs rector magnificus zijn van de universiteit.

‘Maar het lesgeven en het onderzoek trokken hem meer dan het bestuurlijke werk’, zegt Marc. ‘Zijn colleges waren zeer populair en hij ontving de Akzoprijs in 1993 en de Leermeesterprijs in 1996.’

Aanstekelijk enthousiasme

Van Bekkum straalde een aanstekelijk enthousiasme uit, zowel naar collega’s en studenten, als thuis naar zijn gezin. Dat combineerde hij met een Rotterdamse werklust. Hij schreef meer dan zeshonderd wetenschappelijke artikelen, waarbij hij al vroeg de mogelijkheid zag chemicaliën niet meer uit aardolie te synthetiseren, maar uit plantaardige bouwstenen zoals glucose en cellulose. Bij zijn onderzoek naar katalyse maakte hij gebruik van zeolieten – microporeuze mineralen die chemische veranderingen goed faciliteren. ‘Hij belichaamde zelf de veranderingen. Hij was een vleesgeworden katalysator’, aldus Rozendaal.

Hij werkte graag samen met bedrijven, zodat de resultaten van het onderzoek ook konden worden toegepast in producten. Na zijn emeritaat in 1998 ging hij gewoon door met zijn werk. Hij vond een werkkamer in de kelder van de faculteit. Van Bekkum was erelid en ex-voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging (KNCV) en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Van 1986 tot 2003 was hij voorzitter van SV Rotterdam (enige tijd Volmac Rotterdam), waar topschakers als Jan Timman, Hans Böhm en Viktor Kortsjnoj speelden. ‘Hij was iemand die in één leven zes levens had’, zo omschrijft Rozendaal hem.

Meer over