Hengelaar kent geen pech meer

De ontwikkelingen in de maatschappij gaan snel en in de hengelsport is dat niet anders. Voor je het weet ben je ook als sportvisser een ouwe lul....

Héél lang geleden, rond 1980, prikte je de vishaak in een bolletje brood of in een dikke pier uit de achtertuin. Maar de oude vertrouwde worm lijkt zijn langste tijd te hebben gehad, als aas. Op de Visma 2000, de hengelsportbeurs die tot en met zondag wordt gehouden in Ahoy' Rotterdam, bevindt zich onder de 90 standhouders één pierspecialist.

Dat komt: de aasmarkt blijkt thans beheerst door boilies, bolletjes zo groot als een knikker waarin volgens specialist M. Bottenberg bloemen, sojaproducten en allerlei geurstoffen zijn verwerkt. Vooral karpers zijn helemaal wild van boilies, aldus Bottenberg, met name de smaken aardbei, tuttifrutti, boter en vis. 'Ze zuigen die bolletjes naar binnen en pakken dan meteen de vishaak mee. Heel handig.' De karper lijkt een soort huisdier geworden, zoveel soorten boilies zijn er, maar goed, er zit wel een visie achter. Bottenberg: 'Jij eet toch ook niet elke dag patat?'

Daarmee is de moderne sportvisser meteen gekarakteriseerd. Héél lang geleden zat hij nog geduldig op een krakende tuinstoel te wachten tot de vis, onzichtbaar onder het wateroppervlak, plotseling de dobber naar beneden trok. Als dat niet gebeurde, had de hengelaar pech. Nu kruipt hij in de huid van de vis, hij weet wat ie vreet, waar ie zwemt en met welke hengel het beest zich het best laat vangen. Pech bestaat niet meer. Pech is voor de dommen.

Mede dankzij de baitsweeper van modelbouwbedrijf Quartel. Dit radiografisch bestuurbare bootje laat zich vanaf de oever moeiteloos over het water dirigeren, en kiepert op commando van de hengelaar op de gewenste plaats een ladinkjelokaas overboord. En mocht de lol van het vissen daardoor niet genoeg toenemen, dan kan de bait sweeper nog worden uitgerust met de fishfinder, een sensor die gegevens over de diepte van het water, het bodemverloop en de aanwezigheid van vissen doorspeelt naar een beeldschermpje aan de waterkant. Zo weet de sportvisser precies waar hij zijn hengel moet uitwerpen.

'Sommige mensen zeggen dat je niet meer echt vist als je zo'n ding hebt, maar dat is hún visie', zegt R. Verlegh, tevreden baitsweeper-eigenaar. 'Als je een week naar Frankrijk gaat en je komt met nul terug, is dat niet leuk. Zo'n ding vergroot de kans om vis te vangen. En dat is toch de kick.'

Maar goed, dan heb je beet. Dat moet je maar net in de gaten hebben. Héél lang geleden staarde je je nog weleens letterlijk blind op de dobber. Zag je niet eens dat het ding onder water was verdwenen. Kijken is nu niet meer nodig. Beetverklikkers slaan met veel kabaal alarm als het tuig maar een fractie beweegt.

D. Bouman van Ahoy' Hengelsport wijst op een stretcher in zijn stand. 'Je kunt daar gewoon op gaan liggen slapen. Die verklikker maakt je wel wakker als je beet hebt.'

Je moet ervan houden, erkent Bouman. Zelf staat hij liefst op het strand, '170 gram lood weg te gooien'. Werpen is het leukst, misschien nog wel leuker dan vangen. 'Met zoveel lood gooi je 120, 130 meter', zegt Bouman. 'En als je iets hebt gevangen, is het mooi om precies weer daar te gooien waar je net bent terechtgekomen. Je hengel laten vlámmen is het mooiste dat er is.' En aan zijn haak zitten gewoon wormen, of nou ja, 'zeepieren', maar toch.

Meer over