Moderne liefde

Hedwig: ‘Geef mij maar een jonge, speelse geest in een lenig ­lichaam’

Hedwig (69) viel in Indonesië voor de ambassadebeveiliger Yanto. ‘Hij is uit op je geld, zeiden mijn vriendinnen, die zelf alleen hun hoofd omdraaien voor advocaten en artsen.’

null Beeld Max Kisman
Beeld Max Kisman

Hedwig (69): ‘Acht jaar geleden verhuisde ik voor Buitenlandse Zaken naar Jakarta, waar ik werkte op de ambassade. Mijn nieuwe huis had vijf kamers, een zwembad en een enorme tuin. Ik had 24 uur per dag bescherming. Yanto was een van de bewakers. Al direct bij de eerste ontmoeting vroeg hij me zonder enige Aziatische onderdanigheid om een televisie, want in de portiersloge waar de bewaking de wacht houdt, kan een dag lang duren. Hij vraagt om een tv, dacht ik geamuseerd, wat brutaal. Hij wilde ook weten wanneer mijn verjaardag was – we bleken allebei Kreeft te zijn. Het was fijn om iemand te hebben met wie ik af en toe een praatje kon maken; deze jongen was de enige in dat enorme huis die Engels sprak. Maar na een paar maanden vertrok hij weer. Hij had promotie gemaakt, vertelde hij. Dat verbaasde me niet.

‘Na 30 jaar bij BZ wist ik dat ondersteunend personeel ieder kwartaal wordt vervangen, want er zouden anders weleens ongewenste amoureuze relaties of juist problemen kunnen ontstaan. Mijn leukerdje werd supervisor en ik verloor hem uit het oog, tot ik hem een paar maanden later ineens tegenkwam in het straatje achter de Nederlandse ambassade. Ik was op mijn hakken op weg naar mijn chauffeur, die gehurkt langs de weg met collega’s bami zat te eten, toen ik hem zag staan. ‘Maar zeker ken ik je nog’, antwoordde ik op zijn vraag of ik hem nog kende. Hij werkte inmiddels voor de Zwitserse ambassade, pal naast de Nederlandse, en in de weken erop zag ik hem vaker. Op een dag vroeg hij: ‘Kunnen we elkaar eens op een andere plek ontmoeten?’ ‘Dat is goed’, zei ik, alsof ik dagelijks dit soort verzoeken kreeg van ex-werknemers, en drie weken later stuurde hij een bericht met een nogal erotische boodschap. Dus toch. Ik had al wat zitten wachten, drie weken is best lang, maar daar waren de woorden dan. Ik nodigde hem uit bij mij thuis, wat voor hem niet gemakkelijk was, want daarvoor moest hij zich aanmelden bij zijn voormalige collega’s. Het logboek, waarin alle aankomst- en vertrektijden van de gasten worden genoteerd, had ik toen gelukkig al afgeschaft, anders had ik hem nog meer in verlegenheid gebracht.

Eenmaal binnen leek al zijn bravoure verdampt. Voor me stond een bedeesde moslimjongen met grote ogen in een spijkerbroek en bruin jack. Ik was zijn voormalige baas, een Europese atheïstische vrouw. Hij kende mijn leeftijd; ik was bijna twee keer zo oud als hij. ‘Wil je wat drinken?’, vroeg ik. ‘Heb je wijn?’, vroeg hij. ‘Ik heb nog nooit wijn gedronken.’ Opnieuw verraste hij me. We namen plaats in de tropische tuin bij het zwembad, staken de muskietenverdelgers aan. Hij kende alle roddels over de hele ambassade, hij maakte me aan het lachen, en ineens zoenden we. Hij beweert nog steeds dat ik ben begonnen, en dat is heel goed mogelijk, want ik dacht: ja, hij is hier natuurlijk niet alleen voor de wijn gekomen. Zesentwintig jaar jonger dan ik, maar ik dacht er niet over na, ik heb mijn leven lang jongere mannen gehad. Status en macht zouden erotiseren, maar na al die jaren tussen grote ego’s te hebben gewerkt ben ik daar alleen maar ongevoeliger voor geworden. Geef mij maar een jonge, speelse geest in een lenig lichaam, dan mogen al mijn vriendinnen George Clooney hebben. Mijn lieverd is piepjong, met mooie ogen, en ontzettend grappig.

Hij bleef die nacht slapen en in de maanden erna bleef hij me opzoeken. Ik vroeg op een dag: ‘Ben je eigenlijk getrouwd?’ ‘Ja’, antwoordde hij meteen, ‘en ik heb twee kinderen.’ Hij zei niet, zoals ik mannen zo vaak heb horen zeggen: ‘Getrouwd? Hm, eh, ja, maar dat stelt niks voor.’ Of: ‘Getrouwd? Ja, nog wel, maar mijn vrouw en ik slapen al jaren niet meer samen.’ Zijn onbekommerde eerlijkheid trof me. Maar ik schrok wel. Ik zei: ‘Dan moeten we stoppen, ik begin al behoorlijk gehecht aan je te raken, alsjeblieft, doe me geen pijn. Laten we ophouden nu het nog kan.’

Ongeveer in diezelfde tijd ontdekte zijn vrouw al onze berichten op zijn telefoon. Er volgde een pittig gesprek tussen hem en zijn schoonfamilie, die hem altijd al een slechte catch had gevonden, want bewakers staan niet bepaald hoog in maatschappelijk aanzien. Hij moest kiezen tussen mij en zijn vrouw en koos voor mij. Op de ambassade werd besmuikt geginnegapt over de ‘toyboy’ die bij me introk, maar ik haalde mijn schouders op, en zweeg over al die mannen met hun veel jongere Indonesische vrouwen, waar niemand ook maar één wenkbrauw over ophaalde.

Ik stelde netjes een samenlevingscontract op, om hem te beschermen, en hoewel dat eigenlijk helemaal niet de bedoeling was, heb ik hem na mijn pensionering meegenomen naar Nederland. Hij wilde met zijn tweeën in Jakarta blijven, maar wat moest ik daar toen mijn werk ophield? In die vieze ongezonde stad zonder kennissen, met alleen ex-collega’s? In Nederland woont mijn familie, die overigens nauwelijks opkeek van mij en Yanto. Anderen wel. ‘Hij is uit op je geld’, zeiden mijn vriendinnen, die zelf alleen hun hoofd omdraaien voor advocaten en artsen, en dus voor George Clooney. Maar ben ik heel arrogant als ik denk ook zonder geld leuk genoeg te zijn voor hem? Ik heb altijd een turbulent liefdesleven gehad, met veel drama en hartstocht, nu is het rustig, liefdevol. Ik mis het jachtige, die uitputtende gelaagdheid die relaties kunnen hebben, geen seconde.

Zijn ex-vrouw is inmiddels hertrouwd, zijn dochter studeert journalistiek en komt hier binnenkort op vakantie. ‘Maar ben je dan niet bang dat hij je verlaat?’, vroeg een vriendin laatst, alsof wanneer ik ‘ja’ zou zeggen, alles voor haar op zijn plaats zou vallen. ‘Dat zou heel stom van hem zijn’, antwoordde ik, ‘want we hebben het zo leuk samen.’ En dan nog, moet ik hem vastbinden? Ik houd van alles wat hij is. De vrolijke jongen, de afwasser in de restaurantkeuken, de zorgzame man. En als hij Allah dankt dat hij werk heeft gevonden, antwoord ik: ‘Jo, maar wie heeft je sollicitatiebrief geschreven?’ Dan lacht hij, pakt mijn hand, kijkt ernaar en zegt: ‘Je nagels zijn net zo hard als je karakter.’ En ik lach voluit mee.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Hedwig ­gefingeerd.

OPROEP

Tijden veranderen, en liefde en seksualiteiten veranderen mee. De moderne liefde kent zoveel meer vormen, open relaties, diepe vriendschap met een ex, online liefde, non-binaire liefde, liefde voor een donorouder. Corine Koole is voor deze rubriek en een podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde, over mensen in alle leeftijden en alle voorkeuren.

Meedoen? Mail een korte ­toelichting naar: moderneliefde@volkskrant.nl.

Meer over