Groningen lokt cultuurtoerist naar oude begraafplaatsen

De provincie Groningen is uitzonderlijk rijk aan dodenakkers; zo rijk dat er een plan is ontwikkeld om cultuurtoeristen aan te trekken....

In vijf jaar worden vijftig begraafplaatsen gerestaureerd. Het kerkhof van Wittewierum is al in de oude luister hersteld: een stipje op de kaart, maar wel eentje met een roemrucht verleden.

STIL is het er, indrukwekkend stil. Alsof de stilte er regeert. Had Joseph Conrad eerder het Groninger Hogeland ontdekt dan Congo in Afrika, dan had hij hier Heart of Darkness kunnen situeren: 'Een reis terug naar het vroegste begin van de wereld, toen de vegetatie op aarde woekerde en de grote bomen koningen waren.'

Voor Wittewierum, op een kwartiertje rijden van de stad Groningen, is het vroegste begin van de wereld de stichting van de premonstratenzer abdij Bloemhof geweest, in 1213. Van de abdij is alleen de wierde bewaard gebleven die nijvere kloosterlingen aanlegden om zich te beschermen tegen het wassende water. Het vervallen neo-gothische kerkje uit 1860 - zonder toren, maar wel met fraaie aangebouwde pastorie - is allang niet meer in gebruik bij godvrezende dorpelingen.

Slechts de naam heeft Wittewierum nog aan zijn roemruchte verleden te danken. Het dorp, dat eigenlijk Wierum heette, kreeg de toevoeging omdat de premonstratenzers witte ordekleden droegen en daarom ook wel 'witheren' werden genoemd.

Een stipje op de kaart van Groningen is het dorpje in de buurt van Ten Post nog. En dan te bedenken dat aan het einde van de dertiende eeuw Bloemhof, samen met het nonnenklooster Rozenkamp, zo'n duizend bewoners telde.

In 1515 werd het klooster Bloemhof gedeeltelijk door brand verwoest. Later die eeuw, na de Slag bij Heiligerlee, liet de eerste bisschop van Groningen het klooster helemaal afbreken. Hij had de stenen nodig voor zijn eigen hof in het meest noordelijke bisdom van het land.

'Alles is ijdelheid', zegt Prediker. Op het kerkhof van Wittewierum herinneren alleen de laan met imposante knotwilgen en de graven van de familie Rengers aan de grandeur van vroeger; aan de tijden van de eerste abt Emo, overwie J.S. Niehoff dichtte: 'Luidde hij de noodklok als de dijken het begaven; en zweepte boeren, die men op de vlucht zag slaan; met ongekuiste taal tot eendracht aan; dat zich de doden keerden in hun graven.'

De dodenakkers van Groningen. De provincie is er uitzonderlijk rijk aan. Zo rijk dat Landschapsbeheer Groningen en de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK) een plan hebben ontwikkeld om cultuurtoeristen aan te trekken. In vijf jaar worden vijftig begraafplaatsen via een werkgelegenheidsproject gerestaureerd.

Cultuurtoeristen nemen een steeds belangrijker plaats in de recreatieve marktsector in. In Groningen hebben mensen, die zich laten inspireren door verstilde plekken, waar grafzerken de vergankelijkheid van het bestaan symboliseren, er straks een nieuwe bestemming bij. Nu nog zijn de meeste kerkhoven 'Paradijzen van Verval', zoals het Nieuwsblad van het Noorden ze noemde. Maar dat wordt anders.

Voor het project 'Kerken in het Groen' is een kleine twee miljoen gulden beschikbaar. De helft daarvan is door het rijk (ministerie van LNV) beschikbaar gesteld. Vanwege de grote dichtheid aan monumentale kerkjes en kerkterreinen in het Groninger landschap kan Groningen een landelijke voorbeeldfunctie vervullen door de zorg en aandacht voor de kerkterreinen op zich te nemen in een gezamenlijke aanpak van eigenaren, dorpsbewoners, Landschapsbeheer en SOGK.

Het beheer van kerkterreinen is een groeiend probleem. Door de ontkerkelijking vervalt de functie van veel kerkgebouwen, waardoor vaak ook de terreinen verwaarloosd worden. Bovendien is geldgebrek een knelpunt voor het noodzakelijke onderhoud en beheer.

'Kerkgebouwen en terreinen dreigen hierdoor verloren te gaan. Dit is jammer omdat deze terreinen beeldbepalend zijn in het landschap en een belangrijke trekpleister kunnen zijn voor het cultuurtoerisme', aldus het gezamenlijke plan van Landschapsbeheer en SOGK.

HET Groningse project behelst niet alleen het opknappen van kerkhoven. Ook de waarde en betekenis van de vele monumentale kerken kunnen verder worden ontwikkeld en versterkt. Gedacht wordt aan nieuwe functies voor kerken als bezoekerscentrum, logiesruimte, museum en concertpodium.

Het geld, dat straks door de cultuurtoeristen wordt binnengebracht, zou ten goede moeten komen aan het onderhoud van de begraafplaatsen. Onderdeel van het project is een 'kerkhovenwacht' die ervoor moet zorgen dat de kerkhoven, net als de kerken, niet aan hun lot worden overgelaten. De wacht zal eigenaren attenderen op noodzakelijke en gewenste onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan natuur- en cultuurelementen op hun kerkhoven.

Inmiddels zijn de begraafplaatsen van Westerwijtwerd en Wittewierum opgeknapt. In Wittewierum is de gracht uitgebaggerd, hebben sommige zerken nieuwe funderingen gekregen, zijn graven hersteld en is steenwerk dat dreigde te verbrokkelen verankerd. Maar de grafstenen staan nog steeds schots en scheef op het kerkhof.

'Dit is een archeologisch monument, daar mag je niet aankomen. Het is ook absoluut niet de bedoeling dat alles er spic en span uit komt te zien', zegt Annalies Groot, een randstedelijk kunsthistoricus die als projectleidster is aangesteld bij de SOGK. 'Sterker nog, we willen juist de romantiek in ere houden van een kerk die een beetje verwilderd is, van graven die aan herstel toe zijn. We proberen het beeld van zichtbaar verval te behouden.'

Ze is gespecialiseerd in oude kunst, maar 'de sfeer van kerkhoven' spreekt haar aan. 'Er is veel gebeurd op die plek, het zijn vaak mooie ingekaderde plekjes. Er heerst een prachtige harmonie tussen oude stenen, verval, rust en vegetatie. In een land als Italië wordt op begraafplaatsen ook echt geleefd. Dat spreekt me nog het meest aan want dood is een deel van het leven.'

Groot komt uit een katholiek milieu. De kilte die ze na de mystiek van haar jeugd in Groningen verwachtte heeft een onverwachte charme. 'Katholieke begraafplaatsen zijn dikwijls besloten, ingekaderd tussen huizen. In Groningen liggen de kerkhoven vaak op wierden en zie je ze uit de verte op een groene heuvel liggen. Die openheid geeft een heel aparte dimensie. Daarnaast zijn de robuuste kerken een baken, een herkenningspunt. Ik wist als stadmens niet dat het landschap zo mooi kan zijn.'

Honderdvijftig kerkhoven in de provincie worden bekeken. Vijftig daarvan worden voor het project geselecteerd. Per jaar worden tien begraaflaatsen met hun omgeving opgeknapt. Groot: 'We kijken naar de markante kenmerken, vanuit de oogpunten van cultuurhistorie, landschap en vegetatie.'

Wittewierum scoort op alle drie: de historische plek van het klooster, het ligt middenin het wierdenlandschap en de korstmossen op de grafzerken zijn uniek.

Over de marketing van de Groningse kerkhoven moeten de initiatiefnemers nog eens goed nadenken, geeft Groot toe. Eind september wordt over dit delicate onderwerp - 'kerkhoftoerisme' is een voor de hand liggende en reeds in sommige media gebezigde term waar men niet blij mee is - een symposium belegd.

Groot: 'In samenhang met de nieuwe bestemming van kerken moet het mogelijk zijn een aantal specifieke fiets- of autoroutes uit te zetten. We willen een bepaald soort toerist aantrekken. De rust van de begraafplaatsen moet niet verstoord worden. Het is gemakkelijk om te zeggen ''we gaan De Efteling nadoen'', maar dat is niet de bedoeling. Echter, tussen De Efteling en niets zit een heleboel.'

Meer over