Goelai van makreel met kruisbessen


Ingrediënten


Voor 4 personen
1 kg verse makreel
1 stukje asem (tamarinde), walnootgrootte
2 kleine uien, gesnipperd
3 eetl. olie
2 theel. sambal oelek
1 theel. ketoembar (korianderzaad)
1 theel. koenjit (geelwortel)
2 teentjes knoflook, fijngehakt
100 g kruisbessen, gehalveerd


Schrijfster Beb Vuyk was een stoer mens. In 1929, op haar 24ste, vertrok ze, alleen, per stoomschip vanuit Rotterdam naar Nederlands-Indië om als lerares voedingsleer te gaan werken bij een opvoedingsgesticht op West-Java.

Aan boord leerde zij haar man kennen, de planter Fernand `Boet' de Willigen. Een film over hun verdere leven zou een kassucces zijn. Het stel begon een theeplantage in de ontoegankelijke bergen van Java en daarna een distilleerderij van kajoepoetih-olie (uit de bladeren van de kajoeth-boom) op een afgelegen Moluks eiland. Beb overleefde uiteindelijk een verblijf in een Japans concentratiekamp en Boet dwangarbeid aan de Birmaspoorlijn.

Over haar leven schreef Beb een dozijn boeken, waaronder drie kookboeken: ze was verliefd op de Indonesische keuken en bleef kooklerares in hart en nieren. De biografische boeken zijn alleen tweedehands verkrijgbaar (jammer, want het is nog steeds boeiend leesvoer) maar van haar Groot Indonesisch Kookboek (Kosmos Uitgevers, € 19,95) is net de 39ste druk verschenen.

Terecht, want al bladerend neemt Beb je mee langs alle heerlijks van de `Indische' keuken: van sambalans en smoors tot `smeerproppen'; zoete bananenbeignets. De recepten zijn helder, spannend en nog steeds modern, al verkoopt elke zichzelf respecterende toko tegenwoordig verse gember (of laoswortel, djeroek poeroet of salambladeren). Beb moest het in Nederland met de gedroogde versies doen. Het maakt niet uit. Elke pagina ademt de geuren van klapper en knoflook, kretek en kajoepoetih.

Hier een gerecht van makreel met kruisbessen, waarin de Indische en Nederlandse kookhistorie wordt verenigd. Want kruisbessen groeien niet in Indonesië, maar vormen wel een klassieke combinatie met vette vis.

Laat de visboer de makrelen fileren. Week de asem 5 minuten in 4 eetlepels warm water, roer en zeef het papje. U moet ongeveer 2 eetlepels vocht overhouden. Wrijf de vis in met zout en het asemwater. Stamp de sambal, ketoembar, koenjit en knoflook in een vijzel tot een brij (boemboe). Bak de uien goudbruin in de helft van de olie. Schep ze uit de pan.

Verhit de rest van de olie en de boemboe en bak al roerend een minuutje. Doe er 2 dl water en de kruisbessen bij, breng dit mengsel zachtjes aan de kook en leg de stukken vis erin. Laat krap 5 minuten zachtjes stoven tot de vis gaar is, keer halverwege. Schep de gebakken ui erover en geef er rijst en in ketjap gestoofde komkommer bij.


Meer over