GIEREN DOEN DE GRIEKEN ETEN

Dadia Forest in het uiterste noordoosten van Griekenland telt liefst 36 van de 38 in Europa voorkomende roofvogels. Bijna 30 jaar geleden dreigde dit unieke natuurgebied te verdwijnen, maar de fel begeerde status van nationaal park lijkt nabij....

door Gijs Zandbergen

Nog net buiten het voor toeristen niet toegankelijke natuurgebied krioelt in de verte een vlucht vogels. In het schijnbaar ordeloze gewriemel zit toch een verband, want geregeld verkleurt in één tel de groep van wit naar zwart en weer terug naar wit, als was het een groep vliegende kunstzwemsters. De vogels volgen hun kopman, die iets voor hen uit vliegend, de richting bepaalt. Langzaam, met schijnbewegingen, komt de zwerm dichterbij.

Ooievaars, stelt boswachter Kostas Pistoles (40) vanachter zijn verrekijker vast. Hij telt. Het zijn er minstens driehonderd. Waarheen ze op weg zijn, weet hij niet. Wel, dat ze laat zijn. Dat kan kloppen, want alle telefoon- en elektriciteitspalen in de directe omgeving lijken door hun soortgenoten inmiddels bezet. Ook tien kilometer verderop, in het dorp Soufli, met vijfduizend inwoners de belangrijkste plaats van de streek, is hun geklepper vanuit de hoge nesten te horen wanneer de stroom vrachtverkeer, die zich door de smalle hoofdstraat wringt, even stilvalt.

Ooievaars zijn tamelijk 'gewone' vogels in Dadia Forest, een natuurgebied in het uiterste noordoosten van Griekenland, vlak tegen de grens met Turkije en langs de hoofdweg naar Bulgarije. Vogels vliegen daar in vele soorten. Met wat geduld en geluk kan een vogelaar er 219 specimen spotten, waaronder 36 van alle 38 in Europa voorkomende roofvogels. Alleen de grijze wouw en de giervalk ontbreken. Heel bijzonder is dat de vier soorten gieren die in Europa voorkomen, alle in het bos verblijf houden.

Een belangrijk oorzaak van de grote (roof)vogeldichtheid is dat in Dadia Forest ook op de grond een uitzonderlijke dierenpopulatie rondloopt en -kruipt: veertig soorten reptielen en amfibieën en 36 soorten zoogdieren.

Ook de vegetatie mag er zijn. Boswachter Pistolas heeft 21 soorten wilde orchideeën geteld. Aan de vlinders is hij maar niet begonnen. Dit alles maakt het 'strikt beschermde' zevenduizend hectare grote Dadia Forest, mede door de ligging aan het einde van een bergrug en nabij de Bosporus, tot een uniek kruispunt, waar roofvogels graag komen rusten voordat ze hun reis naar Azië, Afrika of Europa voortzetten.

Veel van hen nestelen er zelfs, al is het bespieden van een gierennest boven op een zwarte pijnboom voor de eco-toerist een onbegonnen zaak omdat het gebied niet toegankelijk is. Niemand, behalve de boswachter, de brandweer en schaapherders mogen erin.

Mocht de eco-toerist het gebied toch stiekem betreden, dan vergt het dagen speurwerk voordat een gierennest zich prijsgeeft. Zelfs de twee boswachters, onder wie de doorgewinterde vogelkijker Kostas Pistoles, hebben de grootste moeite om een nest te ontdekken. Een gier hoort en ziet alles op honderden meters afstand, dus ook de spiedende mens. Bovendien, veel nesten zijn er niet, want, net als alle andere grote roofvogels, plant de gier zich maar mondjesmaat voort.

Een vogelspotter moet zich dus beperken tot de bufferzone van het reservaat, 'het beschermde gebied', een omringend stuk land van 28 duizend hectare, waar kleine boeren hun lapjes akkerland en hun wijngaarden hebben. Kostas Pistoles: 'Er is in Dadia Forest altijd wel wat te zien, maar we garanderen niks. Het is hier geen dierenpark.'

Beslist wél te spotten is de meest spectaculaire vogel van het gebied, de gier. De kans om er een te zien is 100 procent omdat er met medewerking van het Wereld Natuur Fonds een voederplaats voor deze roofvogels is ingericht. Die is te bezoeken via een voetpad of met een busje van de lokale organisatie. De boerenbevolking kan er haar dode koeien, geiten, ezels en schapen kwijt. Sinds een jaar of tien is ook bij de boeren het besef gegroeid dat ze in een uniek natuurgebied wonen. Meer nog realiseren ze zich dat zij in deze verarmde uithoek van Europa van de vogels kunnen profiteren. Hun aanwezigheid schept de mogelijkheid werk te vinden en geld te verdienen aan eco-toeristen die het gebied bezoeken.

Erg veel zijn dat er niet: veertigduizend per jaar, bijna allemaal Grieken,die nog te weinig blijven eten en slapen in het dorp. Bezoekers zijn voornamelijk dagjesmensen en kinderen op schoolreis. Maar hun aantal groeit gestaag met tweeduizend per jaar. Veel sneller hoeft het van Kostas Pistolas en de medewerkers van WNF-Griekenland niet.

De lokale overheid denkt daar iets anders over, al is ook die zich ervan bewust dat te veel bezoekers de aantrekkingskracht van het gebied nadelig kunnen beïnvloeden. Vooralsnog kunnen er nog mensen bij. Dat vindt niet alleen de provincie, dat vindt ook haar machtige bondgenoot, het Wereld Natuur Fonds. De afdeling Griekenland van het WNF heeft van de ontwikkeling van Dadia Forest een langlopend project gemaakt. Het WNF heeft weliswaar aangekondigd niet voor eeuwig in Dadia te blijven, maar intussen wordt naast het oude, wel een nieuw informatiecentrum gebouwd.

Heel oud is de geschiedenis van de natuurbescherming in Dadia Forest niet. Nog in 1974 leek het er zelfs op dat het gehele bos zou verdwijnen. Na de Cyprus-crisis van 1974 dreigde de Griekse overheid het gebied finaal op de schop te nemen. Die brandgevoelige bossen, zo dicht bij Turkije, konden beter worden vervangen door landbouwgrond, meende de overheid. De natuurlobby verhinderde dat. Zes jaar later werd Dadia Forest tot beschermd gebied verklaard. Aanvankelijk was dat een papieren status, maar vanaf 1987 maakten de lokale overheden er meer werk van. De zaak kwam pas goed op gang toen in 1992 het WNF erin stapte. De inrichting van een observatiepost, vanwaar de gieren konden worden geobserveerd, leidde uiteindelijk tot het huidige project: van Dadia Forest een nationaal park maken met een eigen bestuurslichaam, dat een protocol heeft voor het systematisch en wetenschappelijk observeren van de vogelstand.

De lobby onder de nationale politici gaat waarschijnlijk volgend jaar vruchten afwerpen. Dan wordt Dadia Forest officieel een nationaal park. Daarop vooruitlopend heeft het WNF het gebied alvast op een lijst van zogenoemde PAN-parken-in-wording gezet, zeg maar een keurmerk voor Europese natuurreservaten, naar een idee van de Nederlandse afdeling. Het WNF gaat er bij PAN-parken (Protected Area Network) van uit dat natuurbeheer en toerisme elkaar niet hoeven te bijten en dat betrokkenheid van de plaatselijke bevolking juist de beste garantie is voor een duurzaam beheer van het natuurgebied. Onder het motto 'onbekend maakt onbemind' wordt daarom zo veel mogelijk de lokale bevolking bij de ontwikkeling van het gebied betrokken. Een bezigheid die slechts kans van slagen heeft als die bevolking er financieel baat bij heeft. Toeristen, mits niet te veel, kunnen ook een zegen zijn.

Kennelijk werkt de bemoeienis van de internationale natuurorganisatie, want sinds haar komst is het 850 inwoners tellende Dadia het enige dorp in de streek waaruit de jeugd niet meer naar de stad trekt. En wie dat toch heeft gedaan, bijvoorbeeld door zijn geluk te zoeken in Athene (twaalf uur reizen, vier miljoen inwoners), keert opvallend vaak weer terug. In Dadia worden ze medewerker van de lokale overheid, van het WNF, van de brandweer die het bos 24 uur per dag bewaakt, of van de grenspolitie, want Turkije ligt vlakbij. Geregeld worden er vuurstokende Koerden in het bos ontdekt.

Intussen zijn de letterlijk en figuurlijk grootste toeristische trekpleisters, de gieren, op een afstand van vijfhonderd meter te bekijken vanuit de observatiepost. Vooral in de winter kan het er druk zijn, wanneer sneeuw in de lage bergen ligt en de vogels zich vanuit Azië en Europa in het gebied verzamelen.

Soms zitten dan honderd gieren tegelijk aan de maaltijd, die wordt geopend door de monniksgier (zittend één meter hoog, vliegend drie meter breed). Met zijn geweldige snavel hakt hij het kadaver open en pikt er stukken vlees uit. Hij wordt gevolgd door de vale gier, die met zijn lange nek de dieper gelegen organen en zachtere vleessoorten opeet. Daarna pikt de kleine aasgier de laatste restjes weg. De resterende botten zouden moeten worden opgeruimd door de lammergier, ware het niet dat in Dadia Forest nog maar één lammergier woont. De voorlaatste is enkele jaren geleden afgeschoten door stropers.

Zoveel botten is voor een gier gewoon te veel, reden waarom dorpelingen en medewerkers van het WNF die maar zelf opruimen door ze in het ravijn te gooien. In de winter, dat wel, want 's zomers kan het op de voederplaats geweldig stinken.

Kostas Pistolas wijst er nadrukkelijk op dat het voederen de gieren niet tot luie semi-tamme vogels heeft gemaakt. De bedoeling is dat ze ook elders voedsel zoeken. Vooralsnog lijkt hij gelijk te hebben, want op een warme voorzomerdag zit er hoogstens een tiental op en rond de koe, die met dode ogen en open bek recht de telescoop een halve kilometer verderop inkijkt.

Na een kwartier turen heeft de doorsnee bezoeker het wel gezien en breekt het moment aan dat in de ogen van WNF en lokale overheid beslissend kan zijn voor de toeristische ontwikkeling van het gebied: wat gaat de bezoeker na het vogelkijken doen? Hij kan in drie kwartier te voet teruglopen naar het informatiecentrum, want verder het gebied intrekken is niet toegestaan. Daar kan hij iets eten in het plaatselijke restaurant of in het cafetaria bij het informatiecentrum. Daarna echter zit er weinig anders op dan zich bezig te houden met wandelen in de omgeving, mits het niet te warm is; het bekijken van een uitgestorven Grieks dorpje; een middagdutje doen; een bezoekje brengen aan het zijdemuseum in Soufli, waar de lokale zijde-industrie overigens ter ziele is; of nog maar eens gaan koffiedrinken op een terras.

Veel meer valt er niet te beleven. De plaatselijke overheden hebben dat ook in de gaten. Vandaar dat in het nabij gelegen Katratzides een door vrouwen gerund vakantiepark met sportfaciliteiten aan het ontstaan is, en dat twintig kilometer verderop in het dorp Tychero met Europese subsidie een recreatiegebied met hotelaccommodatie, zwembad, tennisbaan en openluchttheater wordt ontwikkeld. Bedoeld voor de eco-toerist, dat wil zeggen: voor de toerist die actief wil zijn in de natuur.

Soms zal die zich ook met een minder aangename activiteit moeten bezighouden: het verjagen van muggen. Wanneer de wind ongunstig uit het oosten komt, vliegen ze met miljoenen van nabij de grensrivier de Evros aan. Maar ook in noordoost-Griekenland geldt de wet van Cruijff: elk nadeel heeft zijn voordeel. Muggen worden door sommige vogelsoorten een lekkernij gevonden.

Meer over