Interview

Gids van de week Lotte de Beer houdt van Wenen, Verdi en doperwtjes met feta

null Beeld Stephanie Fuessenich
Beeld Stephanie Fuessenich

Als een van Nederlands succesvolste operaregisseurs was Lotte de Beer (39) altijd onderweg. Nu ze directeur wordt van de Weense Volksoper, verheugt ze zich erop ergens langer te blijven. En nog wel in haar lievelingsstad Wenen, waar ieder kind iets van opera afweet.

Het had een première moeten worden met de beau monde van Parijs, met avondjurken en champagne, maar het wordt, het begint een sleets verhaal te worden, een livestream door corona. En toch klinkt operaregisseur Lotte de Beer (39), aan de telefoon tussen de repetities door van Aïda in de Parijse Opéra Bastille, verre van moedeloos. ‘Welnee, we zijn goed geworden in het omgaan met teleurstellingen, toch? Ik dank God op mijn blote knieën dat ik überhaupt mag werken. Ik heb net het orkest gehoord, ik moest gewoon huilen, zo prachtig vond ik het.’

Lotte de Beer is internationaal Nederlands meest gevraagde operaregisseur. Ze begon in Amsterdam na een (afgebroken) conservatoriumopleiding en een (voltooide) regieopleiding bij de Nationale Opera als assistent van Pierre Audi. Sindsdien regisseerde ze talloze grootschalige producties bij bekende operahuizen in Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Frankrijk. In Amsterdam regisseert ze ook nog steeds, en ze heeft er haar eigen operagezelschap, Operafront. Maar het zal wel minder worden: vanaf 1 september 2022 wordt ze artistiek directeur van de Weense Volksopera.

Daar mag wat stof af, en De Beer is de aangewezen persoon omdat te doen. Ze wil vernieuwen, een jonger publiek aanspreken en opera inclusiever maken; ja, er zit racisme en seksisme in klassieke opera’s en als theatermaker, vindt ze, moet je daar in hedendaagse opvoeringen iets mee. Het leverde een relletje op rond haar regie van Die Zauberflöte – die ging niet door, omdat ze Mozart zou mishandelen door vrouwonvriendelijke teksten te schrappen. Het lag genuanceerder, maar haar naam was wel gevestigd: hier stond een jonge, feministische, getalenteerde vrouw, hartstikke woke bovendien, klaar om al uw oude opera’s politiek-correct te maken.

De Beer moet lachen om de suggestie. ‘Ik hóú van opera. Als ik alleen maar oude libretto’s ter discussie zou willen stellen, zou ik wel lezingen of debatten organiseren. Maar dat wil ik niet, ik wil fantastische uitvoeringen maken van die klassieke stukken. En om ze relevant te houden voor deze tijd, moet je er soms iets mee uithalen, ja. Maar ik ben ook maar gewoon een witte vrouw en geen expert op het gebied van woke maken van opera. Alleen: ik wil deel uitmaken van de ontwikkeling, en niet van het probleem.’

Feit is wel dat de Opéra Bastille over Aïda meldt dat ‘Lotte de Beer ervoor gekozen heeft met een kritisch oog te kijken naar de Europese representatie van gekoloniseerde volken.’ Het stuk speelt in Egypte en werd in 1869 door Verdi gecomponeerd ter gelegenheid van de opening van het Suezkanaal. ‘Sowieso al een instrument van het kolonialisme’, zegt De Beer, ‘en Aïda is een problematisch stuk. Maar absoluut ook een van mijn lievelingsopera’s. Ik ben een Verdi-fan.’

null Beeld Stephanie Fuessenich
Beeld Stephanie Fuessenich

Is dat geen groot contrast met de operettes waar de Weense Volksopera om bekend staat, haar nieuwe werkgever? Op dat dolkomische genre wordt in operakringen toch vaak nuffig neergekeken? ‘Ik ben dol op operette’, zegt De Beer. ‘Nog voordat ik aangenomen was in Wenen, nog voor de coronacrisis ook, dacht ik: wat moet ik doen met mijn leven? Operettes regisseren. Operette is waaraan we behoefte hebben. In veilige tijden moet kunst de boel opschudden, verwarren, schokken, maar er is genoeg verwarring in deze tijd. Nu moet kunst troosten, verwarmen en de mensen heel hard laten lachen. En natuurlijk, operette is óók een paard van Troje, want onder de suikerlaag gaat vaak een verhaal over verrotheid schuil. Daarmee zet je het publiek ook aan het denken, maar wel op een troostrijke manier.’

Zelf vindt ze het ook een troostrijke gedachte zich eindelijk eens ergens te settelen met haar dochter Eliza (3), en nog wel in Wenen, haar lievelingsstad. ‘Ik reis voor mijn werk de halve wereld over, zit voor een regie steeds een paar maanden in een andere stad. Mijn man, die dirigent is, woont in Duitsland en werkt in Israël. We zitten te vaak in vliegtuigen. Nu gaan we heerlijk een hele tijd ergens blijven. Eliza kan naar school, op ballet, vriendinnetjes maken. En ik ga misschien zelfs wel mensen ontmoeten die niets te maken hebben met mijn werk.’

Lotte de Beers Aïda voor de Opéra Bastille wordt op 21 februari uitgezonden op arte.tv en daarna opgenomen in het repertoire.

Kunstenaar

Virginia Chihota

Victorious over my brothers that I may see him, 2020.  Beeld Virginia Chihota / Tiwani Contemporary
Victorious over my brothers that I may see him, 2020.Beeld Virginia Chihota / Tiwani Contemporary

‘Virginia Chihota is een Zimbabwaanse kunstenaar met het gemarginaliseerde zwarte vrouwenlichaam als thema. Ik zocht iemand om me het verhaal van Aïda te helpen vertellen. Ons team is overwegend wit; bij opera wordt op stem gecast en niet op kleur, de rol van de Ethiopische prinses Aïda wordt door een witte sopraan gespeeld. Dan is het goed om het team aan te vullen met een vrouw als Chihota – Verdi was tenslotte een 19de-eeuwse Italiaan. Virginia heeft mijn blik op het stuk radicaal veranderd. Aïda is een zwarte prinses die zich moet gedragen als een slaaf; het gevaar om je innerlijke prinses te tonen terwijl je een gemarginaliseerde positie hebt, werd me volkomen duidelijk. Aïda moet continu haar trots inslikken, daardoor brandt het bij haar van binnen. Precies het thema van Chihota; je ziet die binnenbrand bij de krachtige vrouwen die ze schildert aan de buitenkant.’

Stad

Wenen

Theater an der Wien. Beeld Peter M. Mayr
Theater an der Wien.Beeld Peter M. Mayr

‘Wenen is zo’n fijne stad. Ik deed er mijn eerste grote opera: De parelvissers bij Theater an der Wien. In Wenen wordt muziek, theater, opera echt op waarde geschat, het is deel van de identiteit van de stad. Tijdens een repetitie van De parelvissers kwam er een klas scholieren kijken. Ik vroeg: wie van jullie heeft er weleens een opera gezien? Ze keken me aan of ik volslagen debiel was, natúúrlijk hadden ze al opera’s gezien. Heerlijk is dat, je kunt op een bepaald niveau instappen met het publiek. Daarom ben ik ook heel blij dat ik er binnenkort naartoe mag verhuizen voor mijn nieuwe baan bij de Wiener Volksoper. Daar wordt veel operette gemaakt, ja. Ik ben dol op het genre: onder de schuimlaag van de suikertaart gaat vaak rottende rauwheid schuil, dat maakt zo’n verhaal geweldig om mee aan de slag te gaan.’

Theatervoorstelling

The Encounter

null Beeld Alamy Stock Photo
Beeld Alamy Stock Photo

‘In een theater in New York zag ik The Encounter, een solovoorstelling van Simon McBurney over het menselijk bewustzijn die overal vijf sterren kreeg. Iedereen in het publiek draagt een koptelefoon. Daardoor hoor je zijn stem in je linkeroor, in je rechteroor, zelfs in je achterhoofd fluistert hij. Zo’n mooi stuk, het kwam keihard binnen.

Voor aanvang stond ik in de rij en viel me op hoe divers het publiek was: een moeder en dochter met Make America Great Again- T-shirts stonden voor me, Trump-aanhangers zo te zien. Mensen die ik fundamenteel niet begrijp. Ze zaten twee rijen voor me, en aan het einde van de voorstelling zaten ze net zo hard te huilen als ik. Daar voelde ik de verbindende kracht van theater: mensen die onderling totaal verschillen, worden even één. Altijd als ik cynisch ben over mijn vak en me afvraag: waar ben ik mee bezig, denk ik aan dat moment.’

Film

Victoria

‘Midden in de coronacrisis dacht ik: ik ga een film maken, want opera is passé. In de zaal zitten drieduizend 65-plussers en op het podium staan zangers in elkaars gezicht te spugen, als er één kunstvorm niet coronaproof is, is het opera. Toen ben ik met twee vaste collega’s een weekend lang films gaan kijken om ons te laten inspireren. Door de Duitse film Victoria werd ik omver geblazen. Hij is in 2014 in één lange, ongemonteerde take opgenomen rond zonsopgang in Berlijn. Het verhaal gaat over vijf jonge mensen die moeten vluchten in een auto en als kijker zit je ín die auto, je bent er helemaal bij. Ik zat op een gegeven moment gewoon mee te schreeuwen: kom op, gas geven, sneller! Dat is wat film moet doen. En weet je wat? Onze eigen film is nu ook in de maak.’

Plek

De zandbak, wereldwijd

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘Mag ik ook de beste antropologische plek noemen? Dat is voor mij de zandbak. Met mijn dochter Eliza van 3 zit ik, omdat we voor mijn werk altijd reizen, overal ter wereld bij de zandbak en dat is superinteressant. Als in Duitsland van een kind het emmertje wordt afgepakt, zeggen de ouders: bijt van je af! In Zweden zeggen ze: kijk, dat kindje vindt jouw emmertje ook leuk, jullie kunnen samen delen. In Amerika vinden ouders de zandbak vooral vies en gevaarlijk, in Frankrijk lezen ze een boek of ze kijken op hun telefoon. Al die verschillende culturen zie je terug in de operahuizen wereldwijd. In Duitsland werd me gezegd: je moet meer schreeuwen, Lotte, anders heb je geen autoriteit. In Zweden is iedereen aardig en wordt er eindeloos overlegd omdat er geen hiërarchie is. De 6-urige werkdag is er heilig. Relaxed, maar het kost ongelooflijk veel tijd en geld.’

Maaltijd

Erwtjes met feta

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘Mensen denken: veel reizen voor je werk, dat betekent mooie hotels en vaak lekker uit eten, maar de praktijk is anders als je een peuter hebt. Ik zit meestal in een appartementje met Eliza: zes weken Kopenhagen, dan weer, zoals nu voor Aïda, zeven weken Parijs. Door de lange werkdagen, en nu ook door de avondklok, lukt het vaak niet om boodschappen te doen. Daarom stouw ik overal waar we ook zitten altijd de diepvries vol met erwtjes. Erwtjes met feta, dat vinden we allebei lekker en je kunt het lang bewaren, het bederft allebei niet snel. In het vorige appartement was geen kinderstoel en aten we in de keuken op de grond. Bevroren erwtjes, want zo vindt Eliza ze het lekkerst. Toen dacht ik wel even: my God, het lijkt wel kindermishandeling, haha, wat voor jeugd geef ik mijn kind?’

Componist

Verdi

Giuseppe Verdi (1813-1901) Beeld Getty Images
Giuseppe Verdi (1813-1901)Beeld Getty Images

‘Ik heb veel opera’s geregisseerd en hou ook van andere componisten, maar ik heb lang gedacht: Verdi is de enige ware, ik ben een Verdi-regisseur. Dat komt omdat zijn opera’s groots en intiem tegelijk zijn, persoonlijk én politiek. Kijk, alles is groot in opera: het podium, de cast, de zaal, het kleinste zinnetje wordt luid gezongen om ook de achterste rij te bereiken, opera is van nature bombastisch. Dat maakt het lastig om ontroering teweeg te brengen. Maar Verdi lukt het, want zijn personages zijn mensen zoals wij. Aïda is verliefd op de legerleider die oorlog voert tegen haar vader, de koning. Voor wie kiest ze, haar vader of haar vriend? In zo’n persoonlijk drama kan iedereen zich herkennen, dat is het knappe van Verdi. En dan zijn muziek, die zo prachtig gelaagd is: soms klinkt het bijna als hoempapamuziek, en toch raakt hij er de hemel mee aan.’

Toneelstuk

Verrücktes Blut

null Beeld Thomas Aurin
Beeld Thomas Aurin

‘Ik zag Verrücktes Blut in een piepklein theaterzaaltje in Berlijn. Het speelt in een klas waarin een lerares De Rovers wil behandelen, een toneelstuk van Schiller dat hét voorbeeld is van literatuur uit de Verlichting. Maar de leerlingen, allemaal tieners met een migratie-achtergrond, zijn aan het muiten, niet geïnteresseerd. Op een gegeven moment gaat er een pistool rond in de klas en die juf krijgt het te pakken. Wow – vanaf dat moment krijgt ze respect. Met het pistool op haar leerlingen gericht dwingt ze hen Schiller te lezen: Dit Is Westerse Beschaving! Lees!

Dat stuk bracht me aan het wankelen. Moeten we dat willen, theater naar de wijk brengen, zoals nu zo aan de hand is? Of is het een vorm van onze cultuur opdringen? De schrijver en regisseur van het stuk, Nurkan Erpulat, heb ik gevraagd voor een samenwerking in Wenen. Fantastisch om te kunnen doen.’

Schrijver

Tsjechov

null Beeld Wikipedia
Beeld Wikipedia

‘Toen ik 14 was en een depressieve puber las ik op aanraden van een leraar Camus. Woest was ik, want het werd er alleen maar nog eens ingewreven: het is leven zinloos en de mensen zijn slecht. Maar later las ik Tsjechov, en die leert je anders kijken. Iedereen streeft naar een beetje geluk en Tsjechov laat zien hoe mooi en ontroerend dat is, het gestuntel van de falende mens. Maar gestuntel blijft het. Veel reden tot optimisme is er niet als je de wereld als geheel bekijkt.

‘Nu sprak ik laatst in de hoedanigheid van mijn nieuwe baan bij de Wiener Volksoper een avond lang met een mecenas, een schatrijke ceo. Een ongelooflijke optimist, die schetste hoe de grote vervuilers, bedrijven als het zijne, over tien jaar allemaal CO2-neutraal zullen zijn. Zou de mens dan toch deugen? Ik wil het heel graag geloven, maar ik vertrouw het eigenlijk niet.’

CV Lotte de Beer

1981 Geboren in Eindhoven. Groeit op in Mheer, Limburg

1994 Studeert zang en piano aan het conservatorium. Volgt acteerlessen aan de Toneelacademie Maastricht

2009 Studeert af als regisseur aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

2009 Wint Ton Lutz Award voor beste aankomende regisseur

2010 richt eigen operagezelschap op, Operafront in Amsterdam

2012 Regisseert De parelvissers voor Theater an der Wien, Wenen

2015 Wint International Opera Award in de categorie ‘nieuwkomer’

2017 regisseert Il Trittico bij de Bayerische Staatsoper in München

2018 organiseert debat over Mozarts Die Zauberflöte, regisseert o.a. Lulu in Leipzig, Carmen in Essen, De barbier van Sevilla in Amsterdam en Il Taburro in München

2020 regisseert opera’s in o.a. Stuttgart, Düsseldorf en Malmö

2021 regisseert o.a Aïda in Parijs en Les Noces de Figaro in Aix- en-Provence

Meer over