Gewassen sla moet je drogen

Aten we dertig jaar geleden alleen kropsla, tegenwoordig is de keuze in sla zeer groot. Gemak dient de mens en dus pakken veel mensen vandaag de dag een zak kant-en-klaar....

Als sla worden verschillende plantensoorten gegeten. De belangrijkste is de Lactuca sativa, waaronder de kropsla of botersla valt, maar ook de romana of bindsla, de ijsbergsla, de lollo biondo en rosso, eikenbladsla en de in Frankrijk populaire batavia.

De tweede belangrijke groep is die van het geslacht Chicorium, met een bittere smaak. Daarbij horen de andijvie, frisée, groenlof en roodlof. De laatste wordt vaak `rode sla` genoemd. Dan is er valeriaan met zijn twee verschijningsvormen: broeivet is het zeer kleine, tere en lichtgroene struikje (in Amsterdam veldsla); veldsla heeft donkere, langgerekte blaadjes (in Amsterdam ezelsoren).

Er zijn drie planten die door de Italianen rucola worden genoemd, waarvan er twee bij ons verkrijgbaar zijn: de `gewone` rucola met getande of gelobde blaadjes, en de rucola selvatica, die spitse, nauwelijks gelobde blaadjes heeft en een iets pittiger smaak.

Waterkers smaakt net als rucola peperig. In kant-en-klare slamixen wordt vaak jong snijbietblad verwerkt om het aantrekkelijke rode steeltje. En wie wil, gebruikt nog meer plantjes als sla: raapsteeltjes, postelein, ganzenbloem, bernagie, paardenbloem, weegbree. Ook groene kruiden als peterselie, kervel, basilicum en bieslook kunnen in de sla.

Sla houd je knapperig door hem als krop een paar minuten in ijswater te stoppen, uit te schudden maar niet te drogen en hem daarna losjes in een open plastic zak verpakt (er moet lucht bij kunnen) in de groentela van de koelkast te doen.

De slacentrifuge is een fantastisch ding, want na het wassen moet sla gedroogd worden. Aan natte sla kun je geen smaak geven.

Slasaus uit een fles smaakt armetierig. Sla kun je op twee manieren aanmaken, met een vinaigrette of met losse olie, azijn en zout. Een vinaigrette heeft als basisverhouding 1 theelepel mosterd, 1 eetlepel water, 1,5 eetlepel azijn en 4 eetlepels olie. Goed kloppen.

Bij los aanmaken meng je de sla eerst met zout en weinig azijn, daarna met ruimhartig olie. Knoflook en peper zijn er voor de liefhebbers. Maak sla altijd pas aan op het moment van eten, anders `kookt` de dressing de bladeren en worden ze slap.

Meer over