Gevlucht naar een land dat hem 'kapot' aan het maken is

In het asielzoekerscentrum in Ulrum woont Momen Nouri uit Afghanistan. Hij overleefde de brand op Schiphol-Oost, maar zijn 'schuldige ogen' zien nog elke dag de dood....

De dood laat Momen Nouri niet los, zegt de Amsterdamsepsycholoog Jean-Pierre van de Ven. Afgelopen zaterdag sprak hijvoor het eerst met deze uit Afghanistan afkomstige overlevendevan de Schipholbrand. Uit dat gesprek maakte Van de Ven op datNouri suïcidale trekken vertoont. 'We moeten heel erg met hemoppassen. Hij heeft iets waanachtigs over zich.'

Dat de dood hem in zijn greep houdt, zal Momen Nouri nietontkennen. Nouri heeft naar eigen zeggen 'schuldige ogen'. Elkenacht weer komt de dood hem bezoeken. Dan zien Nouri's schuldigeogen de twee brandende mannen die op 27 oktober, net als hij, inde K-vleugel van het detentiecentrum van Schiphol verbleven.

Hijzelf kon ternauwernood aan het vuur ontsnappen, maar doorhet luikje van een belendende cel zag hij beelden die hemsindsdien dag en nacht als een kwelling achtervolgen.

Nouri neemt het zichzelf kwalijk dat hij niets heeft kunnenbetekenen voor de twee brandende mannen, behorend tot de elfdodelijke slachtoffers van de Schipholbrand. 'Hij ziet die mannensteeds weer. Zij bezoeken hem nu in zijn dromen', zegt Van deVen. Die nachtelijke bezoeken zijn zijn straf, vindt Nouri.

Dit is het verhaal van een overlevende van de Schipholbrand,een Afghaan van (vermoedelijk) 19 jaar die van hot naar herwordt gesleept, die over geen enkele persoonlijke bezitting beschikt en die niet meer weet wat waar is en wat niet. Eenjongeman die onder de medicijnen zit, nog maar amper vijftig kiloweegt en last heeft van achtervolgingswaanzin.

Kamerlid Marijke Vos (GroenLinks) bladert door haaraantekeningen van een bezoek aan de Rotterdamse detentieboot,twee weken na de Schipholbrand. Zij haalt zich haar toenmaligegesprekspartners voor de geest: 'God, dat is de jongen die debewaarders in de nacht van de brand heeft gesmeekt hem te helpenom anderen te bevrijden. Die jongen was totaal getraumatiseerd.Met hem was het echt heel, heel erg fout. Je gaat me toch nietvertellen dat hij nog in detentie zit?'

Momen Nouri, voorheen tijdelijk gehuisvest op Schiphol en inRotterdam, heeft sinds 1 december zijn zoveelste voorlopigeonderkomen. In het Groningse dorp Ulrum wacht hij in eenasielzoekerscentrum op bericht over een volgende, gedwongenverhuizing. Tot de kerst mag hij in ieder geval in Ulrum blijven.Zijn medische toestand maakt dat hij voorlopig niet wordtuitgezet.

In het asielzoekerscentrum doodt hij de tijd met nietsdoen,behalve tobben. 's Nachts controleert hij of het gas wel isuitgedaan, zegt hij. De onrust straalt van hem af. Zijn geheugenlaat hem in de steek maar één ding weet hij zeker: in Nederlandheeft hij niks te zoeken. 'Dit land maakt me kapot.'

Met heel andere gedachten kwam hij ruim drie jaar geleden inNederland aan. Zonder officiële papieren en zonder familie, zegtzijn toenmalige advocaat Mohassel Zadeh.

Deze in vluchtelingenzaken gespecialiseerde Iraanse kwam metNouri in contact nadat hij op 6 augustus 2002 asiel hadaangevraagd. Al onmiddellijk werd het de advocate duidelijk datde Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) grote twijfels hadover Nouri's vluchtverhaal. 'De IND twijfelde ook over zijnleeftijd. Op allerlei papieren staan verschillende geboortedata.'

Momen Nouri komt uit Jalalabad, in het oosten van Afghanistan,de hoofdstad van de provincie Nangarhar. Bij zijn asielaanvraagzegt hij dat zijn familie in de problemen is gekomen, nadat zijnbroer, na de val van het Taliban-regime eind 2001, lijfwacht werdvan een hoogwaardigheidsbekleder van het nieuwe regime.

Die functionaris kwam bij een aanslag om het leven ensindsdien vreesden de Nouri's voor hun leven.

'Mijn vader is vermoord', zegt Nouri en waar zijn broer isgebleven weet hij niet. Hij weet alleen dat zijn moeder in debuurt van Moskou moet wonen. Zelf vluchtte hij via Pakistan,Iran, Bulgarije en Roemenië naar West-Europa. Naar eigen zeggenheeft hij eerst een tijdje in Oostenrijk bij mensen uitAfghanistan gewoond om vervolgens in Nederland asiel aan tevragen.

Advocate Zadeh: 'Er heeft bij hem nog een leeftijdsonderzoekgespeeld en de IND concludeerde dat niet viel uit te sluiten dathij toch meerderjarig was. Uiteindelijk is hij toch als eenalleenstaande, minderjarige asielzoeker (ama) in de procedureterechtgekomen.'

Als ama belandde Nouri in Vught, waar hij het strenge regimeals een straf ervoer. Kort nadat hij op 16 januari 2003 te horenkreeg dat zijn asielverzoek was afgewezen nam hij de benen. 'Ikheb daarna nog een keer telefonisch contact met hem gehad', zegtde advocate. 'Hij voelde zich altijd bedreigd, maar bij mij washij wel op zijn gemak. We spreken dezelfde taal.'

In Luxemburg, Frankrijk en Duitsland heeft Momen Nouri nadiengepoogd een bestaan op te bouwen. Het laatste jaar verbleef hijin Duitsland waar hij samenwoonde met een Russische vrouw. Aandat verblijf kwam een einde toen de Duitse autoriteiten zijnillegale status vaststelden. Ingevolge het Dublin-verdrag werdhij uitgezet naar het land waar hij het eerst asiel hadaangevraagd, Nederland.

Zo trof de Heerlense advocaat Crutzen de asielzoeker Nouri inhet huis van bewaring van Tilburg aan. Voordat deze advocaat ookmaar enig contact met zijn cliënt kon hebben, bleek de Afghaanal naar het uitzetcentrum van Schiphol te zijn overgebracht. 'Ikheb alleen maar God', zegt Nouri als hem wordt gevraagd wie hemnog bijstaat. Na de brand belandde hij op een Rotterdamsedetentieboot, wachtend op juridische hulp. Sinds kort heeft hijeen nieuwe advocaat.

Ondertussen gaat het psychisch steeds slechter met Nouri, zoblijkt uit zijn medisch dossier. Vier dagen na de brand ziet hijvoor het eerst een psycholoog. Die spreekt van 'een acutestress-stoornis met angst en zeer indringende herbeleving.'

Valium, slaapmiddelen, antidepressiva, het is een greep uitde medicatie die hem wordt voorgeschreven. Half november geefteen arts het advies dat Nouri nachtcontrole moet krijgen inverband met suïcidale neigingen. Ook lijdt hij aanincontinentie.

Op 20 november wordt in het medisch dossier voor het eerstgesproken over de vraag of de detentieboot wel een geschikteverblijfplaats is voor iemand met zulke zware stoornissen. Datdeze omgeving niet gepast is voor zwaar getraumatiseerden had deAmsterdamse psycholoog Jean-Pierre van de Ven al eerdervastgesteld. Hij probeerde met Nouri in contact te komen, maarwerd niet tot de boot toegelaten.

Van de Ven is gespecialiseerd in het behandelen van mensen metpost-traumatische stress. Hij werkte eerder met slachtoffers vande brand in Volendam en met militairen die in Libanongedetacheerd zijn geweest.

Hij bood op eigen initiatief zijn diensten aan bij devluchtelingenorganisatie Prime. 'Ik vond het godgeklaagd dat dieoverlevenden van de Schipholbrand aan hun lot werdenovergelaten', zegt de psycholoog.

Nu, op basis van zijn eerste gesprek met Nouri, zegt Van deVen dat de Afghaan een brok wantrouwen is. 'Hij ziet overalvijanden, vooral in autoriteiten. Eigenlijk tot aan hulpverlenersaan toe. Zo'n wantrouwen is ook een typische uiting vanpost-traumatische stress.'

In het asielzoekerscentrum in Ulrum staart Nouri wezenloosvoor zich uit. Onophoudelijk beweegt hij zijn voet. Aan deuitzichtloosheid van zijn situatie kan een einde komen zodra zijnmoeder in Rusland is opgespoord, vindt hijzelf. Bij de brandraakte hij haar gegevens kwijt.

Dankzij de bemoeienis van particulieren is nu in de Russischehoofdstad een zoektocht naar zijn moeder begonnen. In een bladvoor de Afghaanse gemeenschap in Moskou en omgeving is drie wekengeleden een advertentie geplaatst met het verzoek om inlichtingover haar woon- of verblijfplaats.

Nouri legt een hand op zijn hart en zegt: 'Ik heb hier eenopen wond. Hij wordt dieper en dieper en dieper.'

Meer over