Gevecht om een puber

Steeds vaker geven ouders te kennen dat ze teleurgesteld zijn in de jeugdhulpverlening. Zoals de ouders van Jasmijn. Wat begon als een puberdrama in huiselijke kring is uitgelopen op een veldslag met de jeugdbescherming....

MIRJAM SCHOTTELNDREIER

HUN DOCHTER Jasmijn hebben Mary Stein en haar man Gert Lagerwij sinds september vorig jaar niet meer gezien. Behalve tijdens de rechtszaak, afgelopen maand in Utrecht. 'Ze durfde me niet aan te kijken, dus na afloop van de zitting ben ik even achter haar aangelopen. Ik wilde een arm om haar schouder leggen en zeggen: ach kind, waar gaat het nou eigenlijk over', vertelt Stein. 'Maar de gezinsvoogd kwam ertussen en keek me zo link aan, dat ik ben afgehaakt. ''Dat is nou de kinderbescherming, die ouders en kind weer bij elkaar moet brengen'', heb ik gezegd tegen omstanders bij de rechtbank.'

Jasmijn, net 16, zit al maanden 'ondergedoken' bij het gezin van haar vriendje. Tegen de wens van haar ouders. Daarom was het echtpaar bij de kinderrechter, omdat ze ertegen zijn dat Jasmijns voorlopige 'crisisplaatsing' bij het gezin is omgezet in een definitieve plaatsing. De kinderrechter oordeelde dat hun klacht niet ontvankelijk was, dus blijft Jasmijn waar ze nu is. Stein: 'Jasmijn zit nu officieel in een pleeggezin, ondanks het feit dat de jeugdbescherming het zelf onwenselijk vindt dat ze bij haar vriendje woont. Onwenselijk, maar wel zo makkelijk.'

De ouders van Jasmijn zijn woedend en teleurgesteld. Wat begon als een puberdrama in huiselijke kring is uitgelopen op een veldslag met de jeugdbescherming.

Ze staan niet alleen in hun frustraties. Steeds vaker roeren ouders zich die zich door de hulpverlening niet gesteund, maar gewantrouwd en gedwarsboomd voelen. Alsof hun ouderlijke kennis niet meer telt zodra ze hulp in huis halen. En ze twijfelen, op hun beurt, aan de werkhouding en expertise van de ingeroepen hulpverleners. Dat gold bijvoorbeeld voor Marianne Timmermans, de moeder die vorig jaar in kort geding van de jeugdbescherming eiste dat haar 15-jarige zoon werd opgesloten. Omdat ze geen enkele fiducie meer had in de 'jaren zeventig-benadering van kinderen uit de jaren negentig'.

De ouders van Jasmijn scharen zich in het leger van gedesillusioneerde hulpzoekers. 'We zijn beland in een griezelig Roald Dahl-verhaal waarin een kind van 16 jaar de lakens uitdeelt', meent Lagerwij. Zijn vrouw: 'De gezinsvoogdij probeert verstoorde verhoudingen binnen een gezin niet te verbeteren, maar blaast ze op en cultiveert ze vervolgens. Ze bevriezen de situatie, zeggen ze, voor de rust. Maar daarmee stabiliseren ze niks, ze zorgen juist voor vervreemding tussen gezinsleden.'

Wat was er eigenlijk aan de hand met Jasmijn? Anderhalf jaar geleden nog niets. Toen leefde het gezin gelukkig in de verbouwde boerderij in het westen van het land. Hun enige kind Jasmijn was nooit lastig, maar een meisje dat met plezier naar school ging en een goed contact had met haar familie.

Voor de boerderij grazen twee paarden. Moeder Stein: 'We hebben het goed, maar we hebben hard moeten werken voor dit huis. Dat Jasmijn van ons een eigen paard kreeg, wil niet zeggen dat ze altijd maar krijgt wat ze wil. Ze heeft altijd de handen uit de mouwen moeten steken in het huishouden.'

De ouders van Jasmijn zijn bang dat de buitenwereld denkt dat ze hun enige dochter mateloos verwend hebben en nu, terecht, met de consequenties worden geconfronteerd. 'We zijn altijd een gewoon gezin geweest', beklemtoont Lagerwij. Dat Jasmijn vorige zomer in opstand kwam, leek ook niet meer dan normaal.'Ik herinner me dat ik haar vroeg het pad te vegen. Ze riep daarop fel: Ik heb ook rechten! Toen begreep ik dat de puberteit was begonnen. Meer niet.'

Maar zo eenvoudig en overzichtelijk bleek de opstand van de rebelse dochter niet te zijn. Jasmijn bleef zitten in de tweede klas mavo. Haar moeder: 'Ze was uit haar ritme. Dat zittenblijven heeft zo z'n nevenverschijnselen. Ik heb haar toen gezegd dat ze zich er niet zo druk om moest maken.'

Het ging bergafwaarts met Jasmijn. Ze verzette zich tegen haar ouders, ging 's avonds vaker uit, begon op school te spijbelen, haar rapporten verslechterden dramatisch. Maar nog altijd werd er gepraat.

Toen Jasmijn, volgens haar ouders inmiddels verworden tot een 'somber-apathische gabber', opnieuw dreigde te blijven zitten, werd een gezinstherapeut ingeschakeld. Een tijdje leek het weer redelijk te gaan. Jasmijn ontmoette een 19-jarige jongen in het dorp. Hij kwam regelmatig bij het gezin over de vloer en werd bijna een nieuw gezinslid.

Moeder Stein: 'Ondanks het leeftijdsverschil, vonden we het een aardige en correcte jongen. Uiterlijk een heel verschil met Jasmijns gabber-vriendjes daarvoor.' Aan deze 'puberale wending', zoals ze de omslag noemt, bleken nogal wat narigheden te kleven. Na verloop van tijd kregen de ouders te horen dat de aardige vriend van Jasmijn in de drugs zat. Jasmijn ontkende dat niet, maar bezwoer dat haar vriend 'voor haar' van de harddrugs af was en alleen nog in softdrugs deed. Toch besloten de ouders kort hierna dat haar vriend niet meer welkom was.

MAAR Jasmijn bleef hem zien. Ze haalde hele nachten door. Haar moeder: 'Ze zag vaak bleek, we waren vreselijk bang dat ze onder de drugs zat.' Om de huiselijke spanningen te verminderen, ging Jasmijn tijdelijk in een caravan op het terrein bij huis wonen. Niettemin escaleerde in september 1997 een ruzie, waarbij Jasmijn haar moeder te lijf wilde gaan. Daarop greep vader in en deelde, naar eigen zeggen, een paar 'stichtelijke tikken' uit.

Jasmijn vluchtte na dit incident naar haar 'illegale' vriend. 'Het leek ons in eerste instantie verstandig een time out in te lassen voordat we samen verder gingen.' Maar Jasmijn kwam niet terug. Daarop schakelden de ouders de Raad voor de Kinderbescherming in. 'Ze onttrok zich geheel aan het ouderlijke gezag, dus zochten wij hulp', zegt haar moeder.

De hoop was dat het via de Raad voor de Kinderbescherming en de gezinsvoogdij zou lukken Jasmijn op een neutraal adres te plaatsen. En om haar te bewegen in therapie te gaan. Maar Jasmijn bleef bij haar vriend wonen. Haar vader: 'Jasmijn bleek intussen overal verhalen rondgestrooid te hebben dat ik haar altijd al mishandelde. Dat moet die ene, volslagen terechte, klap zijn geweest.' Cynisch: 'Waarbij ik nog blij mag zijn dat ze me niet van incest heeft beschuldigd.'

Inmiddels hebben de ouders van Jasmijn een indrukwekkend dossier van klachtprocedures opgebouwd. Ze zijn boos over de manier waarop de Raad hun gezinssituatie heeft onderzocht, ontevreden over de toegewezen gezinsvoogd en kwaad dat Jasmijn nog steeds bij haar vriend woont. Veel geholpen heeft het nog niet, al is er wel iets bereikt.

Jasmijn zit weliswaar nog op het oude adres, maar, zegt de hulpverlening, overplaatsing wordt wel degelijk voorbereid. Ook wil Jasmijn inmiddels wel psychologische begeleiding. De gezinsvoogd, waar de ouders niets in zien, blijft. Volgens de hulpverlening heeft deze met hun dochter een 'vertrouwensband' opgebouwd, die niet verbroken mag worden.

De ouders gaan in beroep tegen de rechterlijke uitspraak, omdat ze willen dat Jasmijn op een neutrale plek verblijft. Niet bij een vriendje dat emotionele druk uitoefent. Stein: 'Ik ga door om te zien hoe ver je komt. Je vecht tegen een instantie die je altijd voor is in kennis, macht en tijd.'

Hun vechtlust wordt vooral ingegeven door het feit dat de mishandeling, waarvan Jasmijn rept, de grondslag blijft voor een ondertoezichtstelling (ots). Voor zo'n maatregel moet een kind worden bedreigd met 'geestelijke' of 'zedelijke ondergang'. De ouders hebben deze impliciete veroordeling van hun opvoeding voor lief genomen, omdat het nodig was voor een ots. Dan kon de Raad handelen.

Stein: 'Nu uit de werkwijze van de Raad blijkt dat de inhoudelijke betekenis van die tekst wel degelijk serieus wordt genomen, vind ik het schokkend dat de Raad niet aan waarheidsvinding doet. Het gaat ze om de beleving, niet om de feiten.'

Het echtpaar heeft genoeg van het 'cultuurtje' binnen de jeugdbescherming. 'Bij het onderzoek was duidelijk dat al vaststond dat Jasmijns wangedrag aan ons lag', zegt Stein. 'De raadsonderzoeker stuurde er op aan de oorzaken bij ons, ouders, te leggen. Bij mij, omdat ik vroeger aandacht tekort ben gekomen vanwege een doofstom zusje waar mijn ouders zelf voor zorgden. Bij mijn man, omdat hij door de dood van zijn vader te vroeg gezinsverantwoordelijkheid moest dragen. Door de kwestie zo te verschuiven, hoeven ze het niet over Jasmijns gedrag te hebben.'

Jasmijn zelf wil niets vertellen. De vader van haar vriend evenmin. Hij verzucht door de telefoon: 'Houden die mensen dan nooit op?' Alleen juridisch medewerker H. van den Bosch van de betrokken gezinsvoogdij-instelling, Jeugdhulp Midden-Nederland, wil de andere kant van de zaak belichten.

'Jasmijn en haar ouders hebben een groot meningsverschil. De ouders halen alles van stal om tegen haar gedrag te ageren. Dat pakt averechts uit. Hoe meer zij de druk opvoeren, hoe minder zin Jasmijn heeft in contact.' Dat Jasmijn op deze manier de 'lakens uitdeelt', vindt Van den Bosch onzin. 'Dat wij naar haar luisteren, wil niet zeggen dat we naar haar pijpen dansen. We hebben respect voor haar. Dat lijken de ouders niet te hebben. Jongeren moeten zelfstandig worden en dan zul je ze toch eerst serieus moeten nemen.'

WEL HEEFT Van den Bosch twijfels over haar verblijfadres. 'Het is niet zo gelukkig dat ze bij haar vriendje inwoont.' Aan de andere kant vindt hij dat er geen signalen zijn die tot onmiddellijk ingrijpen nopen. 'We hebben niet de indruk dat er verschrikkelijke dingen in dat gezin gebeuren, maar dat kunnen we best nog verder uitzoeken.'

Lagerwij: 'Dat valt ons nou zo op. Dat de politie het drugshol kent waar Jasmijn altijd kwam, maar niets onderneemt. Dat de jeugdbescherming weet dat een meisje met problemen niet bij haar vriendje moet wonen, maar er niet naar handelt. En dat de gezinsvoogd nauwelijks moeite doet om contact te leggen met de school van haar pupil. Iedereen kijkt toe, en niemand heeft zin om z'n vingers te branden.'

De vraag is waarom het paar het taaie gevecht doorzet. 'We knokken primair voor Jasmijn', zegt haar vader.'Ik weet zeker dat zij begeleiding nodig heeft en niet bij haar vriendje moet wegvluchten voor de werkelijkheid. Op een dag zal ze erkennen dat de zaak anders ligt dan zij voorstelt. Ik vrees dat ze er later veel last van krijgt, en dat wil ik voorkomen.'

Haar moeder: 'En we willen andere ouders waarschuwen: blijf in godsnaam uit de buurt van de Kinderbescherming. Door hun inmenging is ons kind formeel van ons afgenomen.'

De namen van Jasmijn en haar ouders zijn veranderd.

Meer over