Geschikt voor 'n net pak

Een 'Disney-lijn' mocht de ondergrondse van Washington, DC, beslist niet worden. Geen flauwekul met vrolijke kleurtjes en vormpjes. De hoofdstad van de Verenigde Staten verdiende een 'monumentale metro', een systeem waarin de bijzondere, voorname status van de stad als regerings-, handels-, en kunstencentrum herkenbaar zou zijn....

Iedere lijn die architect Harry Weese uit Chicago op papier zette, werd niet alleen door stadsbestuurders, kunstenaars en kieskeurige Washingtonians bekeken, maar ook door de wisselende bewoners van het Witte Huis. Vooral president Johnson bemoeide zich met de details van het ontwerp. Mooi, veilig, schoon en in harmonie met de grote gebouwen en instellingen van de stad, luidden de instructies. De metro in Washington, DC, was - en is nog altijd - niet zomaar een ondergrondse: het gaat hier om America's Subway aldus LBJ.

Aan die opdracht van de Commissie voor Schone Kunsten, die in de jaren zestig toezag op het ontwerp van de metro, heeft Weese zich nauwgezet gehouden. Ruim, royaal, breed, efficiënt en adquaat zijn sleutelwoorden in een beschrijving van het 165 kilometer lange netwerk dat Washington verbindt met de omringende staten Maryland en Virginia. Alle belangrijke instellingen, musea, universiteiten en de grote shopping malls liggen in de buurt of zijn onderdeel van een station. Uitzonderingen zijn Georgetown en het internationaal vliegveld Dulles, dat pas begin volgende eeuw per spoor bereikbaar wordt.

Voor een rit in de Washingtonse metro heb je de neiging het nette pak aan te trekken. Dat kan ook gerust, want vuil zal je goeie goed in de catacomben niet worden. Alle boven- en ondergrondse stations worden elke dag grondig gereinigd, grafitti wordt meestal binnen twaalf uur met hogedrukspuiten weggespoten, de betonnen banken in de stations, die veel weg hebben van kolossale bankkluizen, zijn zelden vies. Wie met een beker koffie of cola probeert de perrons te betreden, wordt door de metro-politie bars toegesproken: weggooien of wegwezen. En Washingtonse metro-cops worden door niemand straffeloos tegengesproken.

Deze speciale politiedienst tolereert geen zwervers, dronkaards of junks in de buurt van de ingangen, laat staan in de tunnels en ondergrondse stations. Uit onderzoek is gebleken dat vooral vrouwen zich in de metro veiliger voelen dan op straat, omdat er geen donkere ruimtes en nissen zijn en de ingangen permanent worden bewaakt. De structuren zijn open en weids, de bewijzering overzichtelijk ook tijdens topuren.

Roken is ten strengste verboden en op het achterlaten van troep staat een boete die de doorsnee familiebegroting kan ontwrichten. De inrichting van de metrostellen draagt ook bij tot een zekere voorzichtigheid met het weggooien van kauwgomwikkels en oninteressante krantenkaternen, waarvoor speciale afvalbakken zijn neergezet.

De aankleding benadert die van de eerste klas van een NS-trein: vloerbedekking op de grond, stoelen bedekt met kunstleer en redelijk wat beenruimte. Zelfs de meest verstokte Washington-hater - en daar zijn er in de VS heel veel van - moet erkennen dat de metro van Washington met zijn vijf lijnen (rood, blauw, oranje groen en geel) en redelijke prijzen zijn gelijke in de VS niet kent. In de meeste steden in de VS verkeert het openbaar vervoer in staat van verval, maar de Washingtonse metro is hét voorbeeld hoe aantrekkelijk publiek transport kan zijn.

In de stad waar iedere vorm van openbare dienstverlening door het mismanagement van burgemeester Marion Barry, een voormalige crackpot, en de geldschraperige bemoeizucht van het Congres is ontregeld, is de metro een van de weinige diensten die perfect functioneren. Dat komt voornamelijk omdat het ondergrondse netwerk en de bovengrondse Metro-busdiensten worden beheerd door de Washington Metropolitan Transit Autority. De directie bestaat uit vertegenwoordigers van het District of Columbia, Virginia en Maryland en de hele organisatie (metro en bus) wordt grotendeels gefinancierd uit federale middelen, waar burgemeester Barry niets over te zeggen heeft.

Helemaal eerlijk is de vergelijking met New York, Boston en Chicago niet. In deze steden functioneerde al een ondergrondse toen Washington niet meer dan een slaperig, zuidelijk stadje was waar de belangrijkste straten nog maar net waren geplaveid. Washington was er pas laat bij: de bouw van het eerste station - Judiciary Square - begon in 1969 en de eerste treinen reden in 1976. Bovendien was er aan ruimte geen gebrek en werden stadsplanners niet gehinderd door procederende burgers en gebouwen die per se bewaard moesten blijven.

De properheid en bewaking hebben een keerzijde: tochten met de metro zijn, anders dan in bijvoorbeeld New York en Chicago, zelden avonturen. Maar dat ligt ook aan de bewoners en passanten. Dagelijks verplaatsen zich legioenen ambtenaren, zakenlieden, Congresleden en diplomaten van Suburbië in Maryland en Virginia naar K-Street, Capitol Hill en Pentagon City. Zonder op de naamborden van de stations te kijken zijn de locaties herkenbaar aan de uitmonstering van de medepassagiers.

Veel uniformen wil zeggen Pentagon City; veel grijze pakken en rode dassen betekent dat de haltes van het indrukwekkende Union Station of National Airport naderen. Keurig gekapte jonge mannen en vrouwen die toegangspassen dragen als eretekenen: tien tegen één dat je in de buurt van het Witte Huis of het Capitool bent. Smokings aan boord wil zeggen Cleveland Park. Nichten? Dan kan de halte Dupont Circle niet ver weg zijn.

De grens tussen blank en zwart die dwars door DC loopt, is ook zonder kennis van de Washingtonse geografie zichtbaar in de metro. Neem de Blue Line van west naar oost, of de Yellow Line van zuid naar noordoost. Eerst domineren blanke gezichten het beeld. In het centrum is de samenstelling gemengd en na de haltes Eastern Market of Mount Vernon Square zijn de gezichten nagenoeg allemaal zwart alsof metrorijders onderweg van kleur verschieten. Ook in dat opzicht is de Washingtonse metro America's Subway.

Dit is de zevende aflevering in een serie over metro's.

Meer over