postuumGeorge Crumb (1929-2022)

George Crumb (1929-2022), componist van grote muziek voor kleine bezetting

Hij was de laatste ‘Big C’ uit het register van de grote Amerikaanse componisten, de op 6 februari op 92-jarige leeftijd overleden George Crumb. Ze hadden weinig gemeen overigens, Aaron Copland, John Cage, Elliott Carter en Crumb, behalve dus die eerste letter van hun achternaam, hun beroep en het feit dat ze de bijnaam ‘nestor van de Amerikaanse muziek’ aan elkaar doorgaven.

Roland de Beer
George Crumb Beeld ANP / The New York Times Syndication
George CrumbBeeld ANP / The New York Times Syndication

Waar de een autoriteit verwierf (Copland), de ander verbijstering oogstte (Cage met zijn toevalsprocedures) of juist ontzag (Carter, met zijn notenlabyrinten), hoort bij Crumb vertedering. Hij was de knuffelmodernist, geen bedenker van imposante systemen. Wel van grote muziek, veelal voor kleine bezetting, en van het soort dat zijn onweerstaanbaarheid al bij de eerste kennismaking uitoefent.

Crumbs oeuvre past op minder dan twintig cd’s. Sfeer is het toverwoord, experiment het herhaalrecept: het plukken van pianosnaren, kloppen op strijkinstrumenten. Bij Crumb bleef het effectief.

Besproeid met mild prikkelende dissonantie, vaker nog vervuld van mysterieus voortknorrende harmonie, laat Crumbs muziek zich makkelijk inpassen in conventionele recitals. Zeker als er Debussy in zit of Chopin, sfeerscheppers van vroeger, wier interesse voor klinkend maanlicht door Crumb met smaak werd overgenomen. Even moeiteloos leent zijn werk zich voor exclusieve Crumb-projecten, zoals hij die in Nederland meemaakte op het festival Nieuwe Muziek Zeeland, de voormalige IJsbreker in Amsterdam en het Rotterdams Conservatorium. ‘Composer in focus’ was hij in het Amsterdamse Holland Festival in 2017.

Zijn wieg stond in West-Virginia in 1929. Opgroeiend op het platteland, raakte hij onder de indruk van bergpanorama’s en volksmuziek. Hij nam de ervaringen met zich mee als ‘overgeërfde akoestiek’, zoals hij het later omschreef. Veel Amerikanen begrepen wat hij ermee bedoelde, wanneer hij het in verband bracht met zijn Star Child en A Haunted Landscape, orkestwerken die het New York Philharmonic bij Crumb bestelde in 1977 en 1984.

Voor Crumb was dat een periode van groeiende internationale faam. Het venster ging open toen hij in 1971 zijn strijkkwartet Black Angels voltooide. In Nederland stond het algauw op programma’s van het toenmalige Gaudeamus Kwartet, met elektronica en bronzen slagwerk erbij, plus onorthodoxe percussie zoals kristallen glazen, te bespelen met strijkstokken.

Ook van dit stuk begrepen vooral Amerikanen de boodschap – omlijst door muzikale mitraillades en verwijzingen naar het Dies Irae en Schuberts Der Tod und das Mädchen. Het was Crumbs aanklacht tegen de oorlog in Vietnam. Het was poëtisch genoeg om de vrede te bewaren met het toenmalige establishment, maar duidelijk genoeg voor links-liberale jongeren.

Met Vox Balaenae (stem van de walvis), voor ‘gemaskerde musici’ en elektronica, nam Crumb in 1971 een voorsprong op het eco-componeren van een generatie later. Fabuleus zijn Crumbs pianocycli getiteld Makrokosmos. Ze houden hem royaal uit de schaduw van zijn befaamde leerlingen als Osvaldo Golijov en Uri Caine.

Meer over