Betere buurtMaaike Belder

Gemeenschap verdwijnt uit de wijk: ‘Als ik in de supermarkt sta, herken ik nu al bijna niemand meer’

Maaike Belder in de Jan Tooropstraat. Beeld Jimena Gauna
Maaike Belder in de Jan Tooropstraat.Beeld Jimena Gauna

Hoe is het om je vertrouwde wijk gegentrificeerd te zien worden? Karima Aissaoui heeft 25 jaar in de Amsterdamse wijk Slotervaart/Overtoomse Veld gewoond. Ze beschrijft in deze reeks, samen met de bewoners, hoe de golf van buurtverbetering over ze heen slaat, met alle gevolgen van dien.

Karima Aissaoui

‘Je oma komt soms drie keer op een dag precies hetzelfde kopen.’ De marktkoopman heeft het juiste moment afgewacht, is vanachter de marktkraam vandaan geschuifeld en bevestigt al fluisterend waar Maaike Belder (40) sinds een tijdje bang voor is. Oma dementeert. Belder staat op een zaterdagmiddag in 2004 met haar oma bij een groentekraam op de Ten Katemarkt als de marktkoopman heeft besloten om haar op de hoogte te brengen van haar oma’s ongebruikelijke koopgedrag. Traditiegetrouw hebben ze de markt met z’n tweeën afgestruind om zich al kletsend door het Amsterdamse marktpubliek te bewegen en het te hebben over de voorbije week. Nu staat Belder een beetje beteuterd bij de groentekraam en is ze behalve droevig om de plotselinge achteruitgang van haar oma’s mentale toestand, ook blij dat de marktkoopman dit heeft opgemerkt. Haar oma legt onaangedaan nog een asperge in haar mandje.

‘Toen had je een echt gemeenschapsgevoel in de wijk. Mensen kenden elkaar van gezicht en hielden zo nodig een oogje in het zeil. Dat gevoel is in Oud-West, waar oma woonde, allang vervlogen. Ook Nieuw-West levert hier steeds meer van in, doordat de gentrificatie de afgelopen jaren naar de buitenwijken is opgeschoven. Door de komst van steeds meer mensen uit een hogere inkomensklasse, leven bewoners steeds meer langs elkaar heen.’

Ik zit met Belder in haar koffiehuis Flink in Overtoomse Veld als een miezerregen langs de ramen druipt. Binnen is het een stuk knusser en voorzien kunstwerken van creatievelingen uit de wijk de muren van de nodige magie. Belder onderhoudt een goede band met de nieuwe bewoners in de wijk, maar vraagt ook haar oude buren regelmatig wat ze met haar onderneming voor hen zou kunnen betekenen. Iedereen kan bijvoorbeeld de ruimte achter het café afhuren voor speciale gelegenheden. De ene dag is er een yogasessie en de volgende een Marokkaans hennafeestje. ‘Ik wil dat mijn inspanningen mensen bij elkaar brengen, dat nieuwe ontwikkelingen in de buurt niemand uitsluiten. Anders is het gemeenschapsgevoel hier binnen de kortste keren ook weg. Daar wordt niemand gelukkig van.’

Jan Tooropstraat in 1997. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Jan Tooropstraat in 1997.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Vers gras

Op een klein grasveld pal naast het koffiehuis staat de Stadskas Tuin van Toorop. Een initiatief van Belder. Rond de kas liggen 25 moestuintjes die zijn toegewezen aan geïnteresseerde buurtbewoners. Net als de ongerepte aarde in de nieuwe tuintjes zorgt het verse gras in het grasveldje voor een gevoel van nieuw leven. Een nieuw begin. De onbeheerde kinderfietsjes die onbekommerd tegen een boom hangen geven me een ietwat bevreemdend gevoel van veiligheid. Enkele jaren geleden liep ik bij de minste bewolking al liever een blokje om dit plekje heen. Toen was het nog wild begroeid en kon je over een treurig paadje, tussen de struiken en verouderde flatgebouwen door, naar de andere kant van het blok lopen. Nu wordt het grasbed omheind met piepjonge nieuwbouwwoningen en lijkt de spreekwoordelijke wolkendeken weggetrokken.

Belder wijst naar de blokken nieuwbouw. ‘Koopwoningen beslaan het grootste deel van deze blokken. Tussen 2011 en begin 2020 zijn er bijna vierduizend koopwoningen bijgekomen in Nieuw-West. Daartegenover zijn er in dezelfde periode meer dan duizend sociale huurwoningen verdwenen. Hier zijn de ontwikkelingen van de afgelopen twee jaar nog niet bij meegerekend. Het is dus best logisch dat ik steeds meer van mijn oude buren zie vertrekken. Er is in de wijk simpelweg steeds minder plek voor hen.’ Belder maakt een cynisch grapje over iets wat haar duidelijk dwarszit. ‘Van sommigen heb ik geen idee waar ze naartoe zijn verhuisd. We zouden eens een oproep moeten plaatsen: Waar zijn m’n buren beland?’ Belder zet een kopje thee voor me neer als ze doorborduurt op haar gedachte.

Serieuze vragen

‘Deze koopwoningen zijn natuurlijk niet voor iedereen weggelegd. Daar moet je een bepaalde financiële zekerheid voor hebben. Je moet je een koopwoning kunnen veroorloven. Dat kunnen de meeste oude bewoners van deze wijk niet. Als je bedenkt dat de woning, die mijn oma in Oud-West voor 10 duizend gulden had verkocht, nu voor anderhalf miljoen euro te koop staat, ga je wel serieuze vragen stellen. Waar stopt de gentrificatie in Amsterdam? Waar moeten de mensen uit deze wijk heen? Wanneer is er genoeg geld verdiend door de gemeente en de beleggers?’

Op dat moment komt Samira binnen. Samira is 26 jaar, woont ongeveer 20 jaar in de wijk met haar familie en komt de sleutel van de kas ophalen. ‘Lief dat ik m’n plantjes in de kas mocht opslaan, Maaike. Ze kunnen weer mee.’ Belder laat er geen gras over groeien. ‘Zeg Samira, als je op jezelf gaat wonen, denk je dat je dan in jouw wijk kunt blijven?’ Samira moet even de verandering van onderwerp verwerken maar lacht de vraag dan weg. ‘Natuurlijk niet. Grote kans dat ik zelfs de stad uit moet. Daar heb ik me allang bij neergelegd. Nieuw-West is over een paar jaar alleen voor de rijken. De ontwikkelingen in de buurt staan niet aan mijn kant.’ Samira stopt en lijkt even in gedachten verzonken. ‘Als ik in de supermarkt sta, herken ik nu al bijna niemand meer. Het zijn voornamelijk onbekende gezichten die ik zie. Ik heb steeds minder een gevoel van gemeenschap. Dat lijkt langzaam te verdwijnen.’

Meer over