Gattaceca zou het zo weer doen

Penta-Acquatella Zij is het die de voortvluchtige Yvan Colonna onderdak heeft verschaft. Colonna, die wordt verdacht van de moord op prefect Claude Érignac en die zowat alle gendarmes van Frankrijk achter zich aanhad....

Van onze correspondent Ariejan Korteweg

En ze zou het zo weer doen.

‘Er is een recht dat dieper gaat dan dat van de staat’, zegt Patrizia Gattaceca (52). ‘Het is het recht op gastvrijheid, op asiel. En dan is er de solidariteit. Dat zijn waarden die in het hele mediterrane gebied gelden. In Frankrijk wordt dat niet altijd begrepen. Al zijn er genoeg Fransen die me brieven stuurden: in jouw plaats zou ik het ook gedaan hebben.’

De grote kamer van haar huis, hoog in de stilte van de bergen van Corsica, is net geschrobd. Grote tegels op de vloer, muren in de kleur van warme aarde, boven de haard hangen twee oude geweren. Rond de veranda bloeien bloemen. De bewoonde wereld ligt op twintig kilometer rijden over een weggetje met kuilen en loslopende koeien. En Frankrijk met zijn wetten en regels is nog veel verder weg.

Op de avond van 6 februari 1998 wordt Claude Érignac, hoogste ambtelijke vertegenwoordiger van Frankrijk op Corsica, doodgeschoten als hij te voet op weg is naar het theater Kallisté in Ajaccio, nadat hij zijn auto heeft geparkeerd. Al snel wordt de herder Yvan Colonna verdacht. Als die de benen neemt, wordt tot in Zuid-Amerika naar hem gezocht. Als de politie hem na een klopjacht van vier jaar eindelijk oppakt, in een hut in de bergen, blijkt hij het eiland niet af te zijn geweest.

Berghutten
Colonna verstopte zich in berghutten, maar ook bij eilandbewoners, zo blijkt uit de – gedeeltelijke – reconstructie die justitie van die vluchtperiode heeft weten te maken. Een van hen was Gattaceca. ‘Ik heb geen moment geaarzeld’, zegt ze. ‘Voor mij is iemand onschuldig totdat zijn schuld is aangetoond.’

Ze kan exact zeggen wanneer haar engagement begon. Dat was in 1975, toen Corsicaanse vrijheidsstrijders een wijnboerderij in Aléria bezetten – bij de bevrijdingsactie zouden twaalfhonderd agenten, pantserwagens en helikopters worden ingezet. ‘Vanaf dat moment had de Corsicaanse zaak voor mij een stem. Ik wist nu dat we van ons konden laten horen.’

Corsica had toen nog geen universiteit, Gattaceca ging letteren studeren in Nice. Daar ontmoette ze Yvan Colonna, die een sportstudie volgde. ‘We zijn geen vrienden geworden, maar hielden wel van tijd tot tijd contact.’

Gattaceca werd zangeres, ontdekte de polyfone zang die tot de tradities van het eiland behoort. ‘Ik werd een culturele militante.’ Haar vrouwentrio, Nouvelles Polyfonies Corse, zong bij de opening van de Winterspelen in Albertville. Maar altijd zong ze ook op politieke bijeenkomsten of om geld op te halen voor politieke gevangenen. Aan de universiteit van Corte, in 1981 opgericht, doceert ze nu de taal van het eiland.

‘Wat kan ik vandaag voor Corsica doen? Die vraag stel ik me elke ochtend als ik wakker word’, vertelt ze. Voor haar is Corsica een gemaltraiteerd eiland, leeggezogen en onderdrukt door de Fransen ‘van het continent’ die zo weinig van de mediterrane mentaliteit begrijpen. ‘Taal, onderwijs, rechtspraak, werk – we hebben altijd moeten vechten voor alles waar we eigenlijk gewoon recht op hebben.’

Onschuldig
Ze vindt dat de oplossing via de stembussen moet komen, zegt dat ze nooit zelf naar wapens zou grijpen. Maar als een ander dat doet? ‘Bommen of kogels zijn de stem van wie geen andere oplossing ziet.’

Yvan Colonna logeerde een paar weken in haar huis, verdeeld over twee perioden. Hij was zo rustig als iemand kan zijn die gezocht wordt, vertelt ze. Hij deed aan sport, hij las; als er bezoek kwam, verdween hij naar boven. En elke avond praatten ze. Over alles, maar niet over de zaak Érignac. ‘De eerste avond zei hij: ik ben hier, maar heb niets gedaan; je moet me geloven. Dat heb ik gedaan. Ik denk nog steeds dat hij onschuldig is. Zijn proces is Frankrijk onwaardig. Er is geen enkel hard bewijs.’

In november 2007 kwam de politie haar op het spoor. Eerst werden haar kinderen en ex-man opgepakt, later zijzelf. ‘Mijn zoon, die veertien was toen Colonna hier verbleef, heeft een paar weken vastgezeten. Omdat vuurwerk bij hem werd gevonden, hebben ze van hem een terrorist gemaakt. Mijn dochter is ook zwaar ondervraagd.’

Voor de uitspraak is ze niet bang. Ze verwacht dat de rechter haar vrijspreekt. Temeer omdat vorige week bekend werd dat het proces tegen Colonna opnieuw moet worden gevoerd. ‘Je kunt moeilijk iemand veroordelen omdat hij onderdak heeft verschaft aan een onschuldige.’

‘Moord is nooit goed’, zegt ze aan het eind van het gesprek. ‘Of het nu om een prefect gaat of om een ander. Maar ik krijg het gevoel dat het verdriet van de weduwe Érignac zwaarder weegt dan dat van de nabestaanden van de vele onopgeloste moorden hier.’

‘Vergeet vooral niet te vertellen dat ik zangeres ben’, zegt ze dan. Op de hoes van Meziornu, haar laatste cd, staat een foto van haarzelf, met wijd uitwaaierende haren liggend op een bed van kiezels. ‘Het zijn liefdjesliedjes, een ballade over de dood van Fellini’, legt ze uit. ‘En ook een lied over dat er geen reuzen meer bestaan. Daar mag je een metafoor in zien.’

Meer over